BoekrecensieDe jaren

Annie Ernaux dompelt zich onder in haar vroegere leven, met glorieus resultaat ★★★★★

Beeld Typex

In haar magnum opus De jaren beschrijft Annie Ernaux aan de hand van foto’s het meisje en de vrouw die ze is geweest – zonder de foto’s af te drukken en zonder het woord ‘ik’ te gebruiken. Het resultaat is glorieus. 

Twaalf jaar geleden verscheen Les années van Annie Ernaux (1940). Het magnum opus waarvoor al haar voorgaande werken, een twintigtal in veertig jaar schrijverschap, in zekere zin de etappes vormen. Hoewel Les années geen enkele grote Franse literaire prijs krijgt, wordt de Engelse vertaling, die tien jaar later uitkomt, genomineerd voor de Man Booker International Prize. Nu is het boek in prachtig Nederlands te lezen.

Ernaux debuteert in de jaren zeventig en vindt haar eigen, unieke stijl in haar vierde boek, La place uit 1984 (De plek, 1985) dat wordt bekroond met de Prix Renaudot. Het betekent haar doorbraak, ook internationaal. Ze verzint niets. Voor haar teksten ontleedt ze op meedogenloze wijze haar eigen leven, met name de pijnlijke, schaamtevolle gebeurtenissen. Het resultaat van die zoektocht door haar geheugen schrijft ze op, zonder verfraaiingen.

Tot aan Les années wordt er in de Franse pers op zijn best schamper gedaan over ‘die lerares uit de provincie’. Terwijl haar boeken populair zijn onder ‘gewone’ lezers en academici (in Frankrijk maar ook in de Verenigde Staten worden scripties, proefschriften en colloquia aan Ernaux gewijd) en zijn vertaald in 36 talen, wordt haar baanbrekende werk vooral in de rechtse pers ‘schaamteloos’ en ‘armzalig’ genoemd.

De juiste vorm vinden

De kritiek is verstomd. Al halverwege de jaren tachtig, ten tijde van het schrijven van La place, krijgt Ernaux het idee voor een boek dat ambitieuzer zou worden dan al haar andere. Het duurt tot in de jaren negentig voordat ze de juiste vorm vindt. Een vorm waarin ze zowel verslag kan doen van de veranderende wereld als van zichzelf in die wereld. Geen autobiografie en ook geen sociale-geschiedenisles, maar een ‘autosociobiografie’: een boek waarin ze vastlegt hoe de tijd zijn weerslag heeft op een vrouw, Annie Ernaux, die is geboren in een Normandisch provinciestadje aan het begin van de Tweede Wereldoorlog.

Aan de hand van foto’s van zichzelf beschrijft ze het kind dat ze was. En later de jonge en ouder wordende vrouw. Zonder de foto’s in haar boek af te drukken (die laat ze aan de verbeelding van de lezer over) en zonder het woordje ‘ik’ te gebruiken. Het kind uit de jaren veertig bestaat immers niet meer. Net zomin als het meisje van 14, met haar ballerina’s en het haar nog gekruld na de permanent ter ere van haar plechtige communie.

Ernaux herinnert zich de kleding van het meisje: de rok is een vermaakte jurk, de trui is gebreid door een buurvrouw, haar sokjes doet ze uit zodra ze buiten is. Ze herinnert zich de films die ze in die tijd ziet (La strada, Le défroqué), de films waar ze niet naartoe mag (Les enfants de l’amour, The Rains of Ranchipur), jongens met wie ze niet praat maar aan wie ze constant denkt, het masturberen in bed. Ze herinnert zich nieuwsfeiten als de grote treinstaking van 1953, de dood van Stalin waarover ze op de radio hoort, op een ochtend vlak voordat ze naar school gaat, de overstromingen in Nederland.

Ze gaat verder, dompelt zichzelf en de lezer onder in de sfeer van toen. Van de jaren veertig en vijftig herinnert ze zich ‘vooruitgang’, een concept dat voor de oorlog nauwelijks aan de orde was. Peren ‘op siroop’ zijn chiquer dan die uit de tuin. Reclames op de radio voor nieuwe producten die het leven makkelijker en beter beloven te maken. Colgate-tandpasta, Chantelle-step-ins. Er is nu stromend water in de keuken. De uitdrukking ‘je moet met je tijd meegaan’ komt in zwang.

Vooruitgang is ook wat het verschil tussen sociale klassen nog groter maakt. Al eind jaren veertig hoort ze zeggen: ‘De tijd waarin we leven, is niet voor iedereen hetzelfde.’ De Annie Ernaux van 17, die als eerste uit de familie gaat studeren, beseft maar al te goed dat het bij haar thuis (geen badkamer of wc en al helemaal geen televisie of auto) anders is dan bij haar klasgenootjes op het lyceum: ‘Al haar energie was erop gericht om ‘niet uit de toon’ te vallen.’

Klassenongelijkheid is bepalend geweest in Ernaux’ leven en was een van haar grootste drijfveren om schrijver te worden. Al op haar 20ste noteert ze in haar dagboek: ‘Ik zal schrijven om mij op mijn ras te wreken.’ De andere is er voor haar onlosmakelijk mee verbonden: de ongelijkheid tussen mannen en vrouwen. 

Ze groeide op in een tijd dat voor meisjes één ding het allerbelangrijkst was, belangrijker dan een opleiding of een baan: maagdelijkheid. Die hing samen met ‘tal van onbespreekbare dingen, die alleen volwassenen werden geacht te weten’. De maatschappelijke fixatie op maagdelijkheid en de pech die je kon hebben om toch zwanger te raken zetten meisjes bij voorbaat op achterstand. Annie Ernaux heeft zich daar niet bij neergelegd. Ook de denigrerende opmerkingen in de pers heeft ze doorstaan.

Het gevoel van die tijd

In De jaren beschrijft ze voor elke periode, tot in de vroege jaren nul, foto’s, nieuwsfeiten en herinneringen aan wat haar op dat moment bezighield. En steeds lukt het haar om ook het gevoel van die tijd weer te geven, en hoe haar eigen gevoel soms afweek van wat er in de wereld speelde. (Van mei 1968 herinnert ze zich het uitgestorven Gare du Nord, het volle boodschappenkarretje omdat ze bang was dat de winkels niet meer bevoorraad zouden worden.) 

Haar werkwijze legt ze uit in het boek: ze gaat uit van een stilstaand beeld in haar herinnering, ‘waarvan ze door een inspanning van haar kritische bewustzijn een voor een de afzonderlijke bestanddelen naar boven kan halen – gewoonten, gebaren, uitspraken enzovoorts’. Zo vindt ze ‘een veelomvattend collectief gevoel terug, waar haar bewustzijn, haar hele wezen in is opgenomen’. Omgekeerd heeft zij ook gefungeerd als opnameapparaat dat nu, bladzij voor bladzij, zijn informatie prijsgeeft. Dit boek openslaan is alsof je op ‘afspelen’ drukt.

De jaren is niet alleen een lange neus naar iedereen die Ernaux’ capaciteiten ooit in twijfel trok, maar ook een boek waarmee ze zichzelf overstijgt. Het is particulier en universeel tegelijk, iets dat maar één keer kan worden gemaakt. Annie Ernaux heeft een bijna onmenselijke taak op zich genomen met het schrijven ervan, en het resultaat is glorieus. Ze wilde ‘iets redden van de tijd waar we nooit meer zullen zijn’. Het is haar gelukt.

Beeld De Arbeiderspers

Annie Ernaux: De jarenUit het Frans vertaald door Rokus Hofstede. De Arbeiderspers; 229 pagina’s; € 21,99.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden