boekrecensie

Annie Dillard schrijft over schrijven op het scherp van de snede: spannend, vilein en onvoorspelbaar ★★★★☆

In haar schitterende essays over schrijven kijkt Annie Dillard verder dan veel van haar collega’s. Haar ontleding van het schrijven als vak is ook een ontleding van het bestaan.

Mirjam van Hengel
null Beeld Deborah van der Schaaf
Beeld Deborah van der Schaaf

In de dansvoorstelling waarmee de schrijvers Arnon Grunberg en Charlotte Van den Broeck momenteel samen met twee dansers op het podium staan, komt één van tevoren uitgeschreven tekst voor, uitgesproken door Van den Broeck terwijl ze hoog opgetild wordt door de drie anderen. Het is een opsomming van wat het proces van schrijven inhoudt. Een taai verloop van zitten, staren, typen, één goede zin typen, opstaan, staren, zitten, denken, staren, koffie zetten, denken, denken – et cetera.

Dat schrijven traag kan gaan, trager dan je wilt, weet iedere schrijver. Zoals ook iedere schrijver weet dat wat het ene moment een gouden idee leek te zijn, het volgende moment verkruimelt. In haar essay Schrijversleven wrijft Annie Dillard, de Amerikaanse auteur en Pulitzerprijswinnaar, het er allemaal nog maar eens in. Net als dat ze nog weer eens uitlegt dat niemand zit te wachten op wat je schrijft en dat schrijvers zo vaak hun jeugd als onderwerp kiezen omdat ze verder niks meemaken.

Het boek opent met een ijzersterk beeld over het schrijven (hier in de vertaling van Henny Corver): ‘Als je schrijft, trek je een lijn van woorden. Die lijn van woorden is een mijnwerkershouweel, een houtsnijdersguts, een chirurgenscalpel. Je hanteert hem en hij graaft een pad uit dat je volgt. Algauw bevind je je diep in nieuw terrein. Loopt het pad dood of heb je het ware onderwerp gevonden? Morgen weet je het, of volgend jaar rond deze tijd.’

Het beste moet altijd sneuvelen

De uithaal aan het einde is typisch voor Dillard: verbeeld je niets, het kan soms verrekte lang duren. In het eerste hoofdstuk van Schrijversleven hamert ze vooral op de destructie, door te betogen dat de beste gedeelten van een boek eigenlijk altijd moeten sneuvelen. Dat wat de kern van het boek leek, moet juist ontmanteld worden, weggeschilderd als de eerste laag van een schilderij. ‘Het deel dat je moet afstoten is niet alleen het fraaist geschreven deel, het is ook, vreemd genoeg, het deel dat de raison d’être van je werk had moeten zijn’ – een ver doorgevoerd kill your darlings, waarmee ze met geweld elke romantische zweem van het schrijven af lijkt te willen krabben.

Dillard is streng. Uit alle voorbeelden die ze geeft van haar eigen manier van schrijven (extreme versies van de opsomming van Van der Broeck, met enorme sloten koffie, veel sigaretten, het verbod om te eten of het warm genoeg te hebben) blijkt hoe moeizaam dat haarzelf vergaat. Even lijkt dat de opdringerige boodschap uit te dragen dat een boek niets voorstelt als het maken ervan niet met lijden gepaard gaat, een boodschap die wel meer schrijvers uitdragen – vervelend, vergelijkbaar met de opschepperij van niet-schrijvers over hoe zwaar hun baan wel niet is – maar Dillard kijkt natuurlijk verder dan dat. Haar ontleding van het schrijven als vak, als bezigheid, is ook een ontleding van het bestaan. Hoe begrijp ik dat, hoe begrijp ik mezelf?

Grimmig plezier

Omdat schrijven over schrijven nooit over wetmatigheden kan gaan – zelfs Stephen King zei dat boeken over schrijven bol staan van de onzin – zoekt Dillard haar toevlucht in metaforen, om die vervolgens met grimmig plezier zelf weer om zeep te helpen. In een beroemd essay dat is opgenomen in de ook in het Nederlands verschenen bundel De overvloed, schreef ze over de mot in de kaarsvlam, een beeld voor de observatiedrift, spanning en eindigheid die zowel het schrijven als het leven kunnen kenmerken. Maar het belang dat aan dat verhaal wordt toegekend in intellectuele kringen wordt door haarzelf alweer vernietigd in Schrijversleven, door twee kleine jongetjes op te voeren die het gewoon gelezen en begrepen blijken te hebben – wég volwassen pretentie.

Het maakt Dillard als schrijver spannend, vilein en onvoorspelbaar. Schrijven kan bij haar niet anders dan op het scherp van de snede. In een magistrale metafoor aan het eind van deze bundel laat ze zien dat leven dat wellicht ook niet kan. Niet voor wie op zoek is naar iets kernachtigs, iets groots.

In een stuk over een stuntvliegtuig dat perfecte lijnen trekt door de lucht weet de secure Dillard haar bewondering voor de moeiteloze pracht maar nauwelijks te verwoorden, waardoor ze haar onbehouwen strengheid geheel verliest. Onbevangen en oprecht is opeens haar pleidooi om zo te leven, strevend naar die schoonheid, die soepelheid. ‘Niets op aarde stemt zo blij als de wetenschap dat we de mouwen moeten opstropen en de grenzen van het menselijk mogelijke opnieuw moeten verschuiven.’ Dansen in de lucht, schrijven op papier (zitten, opstaan, denken, zitten): het risico te pletter te slaan is levensgroot, maar dat geeft niet.

Annie Dillard: Schrijversleven – Essays. Uit het Engels vertaald door Henny Corver. Atlas Contact; 120 pagina’s; € 21,99.

null Beeld Atlas Contact
Beeld Atlas Contact
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden