Review

ANNE zwalkt tussen intiem toneelstuk en theaterspektakel (***)

Vlak na de oorlog ontmoet Anne Frank in een Parijse brasserie een jonge uitgever. Hij biedt haar een maaltijd aan, want zij heeft geen geld. Hij is lief voor haar. Zij vertelt dat ze een boek aan het schrijven is. Hij wil weten waarover. En dan gaat ze vertellen. Zo begint de voorstelling ANNE, het toneelstuk dat Leon de Winter en Jessica Durlacher schreven op basis van het dagboek van Anne Frank (Frankfurt, 1929 - Bergen-Belsen, 1944).

Buddy Elias, een volle neef en het laatst levende familielid van Anne Frank en de cast van ANNE. Beeld getty

Die scène in de brasserie ziet er schitterend uit, met kroonluchters, rode banken, gezellige entourage, drukte. Het is Annes droom, vlak voordat ze in Bergen-Belsen na allerlei ontberingen zal bezwijken.

Vanuit dat retrospectief is ANNE geschreven. Regelmatig stapt ze in en uit haar eigen wereld en altijd is die jonge uitgever in de buurt. Na die introductie opent het decor van deze voorstelling zich in al zijn grootsheid: een compleet deel van het Amsterdamse Merwedeplein wordt tevoorschijn getoverd in een technisch ingenieuze constructie van allerlei bewegende zetstukken. Je kijkt aan tegen een flatgebouw met verlichte kamers en mensen erin. Je bent van een afstand als het ware op bezoek bij het gezin van Otto en Edith Frank en hun twee dochters Margot en Anne.

Vrij simpel
Het verhaal wordt vrij simpel verteld: de dreiging van deportatie, de verhuizing naar het onderduikadres, het twee jaar durende claustrofobische bestaan, de inval, de reis via Westerbork en Auschwitz naar het einde.

Een groot deel van de drie uur durende voorstelling speelt zich af in dat Achterhuis op de Prinsengracht, waar de familie Frank de tijd doorbrengt met vier andere onderduikers, onder wie de familie Van Pels en zoon Peter. Ook daarin hebben de decorontwerpers zich uitgeleefd: het hele pand van de voormalige Opekta-fabriek is inclusief het achterhuis nagebouwd, als een immens poppenhuis, dat om zijn eigen as kan draaien.

Dat gebeurt dan ook regelmatig, dat gedraai, soms zonder enige reden. Dat is tevens het probleem met deze productie: dat zwalken tussen een intiem toneelstuk over mensen in het nauw en die hang naar een theaterspektakel. Het maakt ANNE halfslachtig, temeer daar de bewegende zijwanden alleen maar worden gebruikt voor wat historische filmbeelden (Amsterdam in de oorlog, Anne zwaaiend uit het raam, SS-ers, Hitler) en vooral voor veel tekstprojecties uit het dagboek.

Dodelijk monster
In die zin zijn de producers van Imagine Nation schatplichtig aan Soldaat van Oranje, de musical. Maar daarin zijn de geavanceerde theatertechniek en de vertelling veel meer één. Het verschil is ook dat die Soldaat vooral een schelmenroman is met de oorlog als achtergrond, terwijl in ANNE de oorlog als dreigend en dodelijk monster de hoofdrol speelt. In dat achterhuis zien wij de gruwel tot menselijke maat teruggebracht.

'Wanneer kunnen wij weer mensen zijn, en niet alleen maar Joden?' Om dat zinnetje gaat het uiteindelijk. Dat maakt ANNE dan wel weer geslaagd, omdat regisseur Theu Boermans daar het accent op legt: het eindeloze geduld van deze onderduikers in de hoop weer mens te kunnen zijn.

Met een uitmuntende acteursregie slagen alle spelers erin die hoop, en de angst te worden ontdekt, over te brengen. Met een erg mooie Barbara Pouwels als moeder Frank en een geserreerde Paul R. Kooij als Otto. Debbie Korper zorgt als Auguste van Pels voor luchtiger aangezet drama; de jonge acteurs Jason de Ridder (Peter van Pels) en Chava voor in 't Holt (Margot Frank) zijn op een timide manier zeer overtuigend. Maar werkelijk verbluffend is Rosa da Silva als Anne, een levenslustig meisje tussen haar 13de en 15de levensjaar. Stralend, begeesterd, brutaal, vol lef, verliefd en ten slotte verloren - al die emoties worden door deze actrice volledig geloofwaardig en strak gecontroleerd uitgespeeld.

Het script van De Winter en Durlacher blijft te lang hangen in het herhalen van de verveling. Dat had korter en compacter gekund. De nieuw gecomponeerde muziek van Paul van Brugge is subtiel en filmisch, de set-dressing perfect gedetailleerd.

Al met al is deze megaproductie, waarvoor een heel nieuw theater is gebouwd, een optelsom van plussen en minnen en daardoor vooral wankelmoedig.

Na het saaie eerste deel volgt een sterke tweede helft, waarin de beklemming toeneemt. Boermans en vormgever Bernhard Hammer verrassen met een aangrijpend slotbeeld waarin het immense podium een niemandsland en dodenakker tegelijk wordt. Otto Frank heeft nog een monoloog die in alle eenvoud theatraler is dan het technische spektakel, Anne verliest de macht over haar eigen woorden in een prachtige slottekst. Dan huppelt ze over de bielzen van de spoorlijn haar ondergang tegemoet. Achter haar wordt het langzaam licht.

Vandaag in Volkskrant Magazine: Dubbelinterview Durlacher & De Winter

(Een voorlopige versie van deze recensie verscheen eerder op Volkskrant.nl)

Beeld getty
Exterieur van Theater Amsterdam tijdens de premiere van de theatervoorstelling. Beeld anp
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.