Boekrecensie

Anne Tyler hecht haar verhalen niet af, en dat maakt ze juist zo verfrissend ★★★★☆

Anne Tyler geeft een glashelder beeld van de verhoudingen in een ogenschijnlijk doodnormaal Amerikaans gezin. Er zijn ook losse eindjes, maar dat lijkt precies de bedoeling.

Floor Overmars
Anne Tyler Beeld TNS, Getty
Anne TylerBeeld TNS, Getty

Sinds haar debuut in 1964 verwierf de Amerikaanse Anne Tyler (1941) een miljoenenpubliek. Meer dan twintig romans schreef ze, die zich bijna allemaal afspelen in Baltimore. In 1989 won ze de Pulitzerprijs voor Ademlessen, over een huwelijk in crisis. Ze won de National Book Critics Circle Award voor De toevallige toerist (1985, later bewerkt tot Oscar-winnende film) en was finalist voor de Man Booker Prize (De blauwe draad, 2015).

Omdat Tyler over gewone mensen schrijft, met gewone levens, krijgt ze nog weleens het verwijt ‘milk & cookies’-romans te schrijven; haar werk zou te sentimenteel, te licht zijn. Het is een onterechte kritiek: haar werk mag dan nooit gitzwart zijn, er zit wel degelijk een donkere, pijnlijke onderstroom in waarbij die ogenschijnlijk normale mensen net zo ‘normaal’ zijn als u en ik: niets menselijks is hun vreemd.

Tylers werk is niet plotgedreven; je zou kunnen zeggen dat het verstrijken van de tijd haar plot is. Zo eenvoudig als dat klinkt, zo fraai en genuanceerd is de uitwerking ervan. De doodgewone levens die ze schetst, weet ze tegelijkertijd uitzonderlijk en exemplarisch te maken, met een scherp oog voor detail, gelardeerd met onderkoelde humor. Vooral Tylers observaties van op het oog onbeduidende momenten zijn virtuoos. Van een familiediner waarbij vooral wordt gezwegen tot de dag dat je echtgenoot plots een vreemde voor je is, van het moment dat je je realiseert dat je zoals je moeder bent geworden, tot de vreselijke dingen die we doen uit aardigheid. Het is alsof Tyler met een vergrootglas kijkt, waarbij de focus vaak ligt op de dynamiek van gezin en huwelijk.

Familieverbanden

Ook haar nieuwste boek, Franse vlecht, gaat over familieverbanden. Tyler voert de lezer mee door zes decennia, waarin de Garretts, een doodnormale ‘familie van blondjes’, centraal staan. We ontmoeten hen in 1959, tijdens hun vakantie in Deep Creek Lake, een bosrijke plek net buiten hun woonplaats Baltimore. Vader Robin, moeder Mercy en hun drie kinderen: de rebellerende puber Lily (15), de verstandige, twee jaar oudere Alice en de gevoelige David, van 7. Tyler geeft een glashelder beeld van de onderlinge verhoudingen in het gezin. Doordat het perspectief daarbij telkens wisselt tussen de personages, ontdekken we ook hoe ze onafhankelijk van elkaar functioneren.

Zo wordt duidelijk dat dochter Alice zorgzamer is dan moeder Mercy, een atypische vrouw (zeker in de jaren vijftig) die niet kan koken en zich, zodra het even kan, terugtrekt in het bos met haar schilderspullen. Vader Robin, loodgieter van beroep, wordt neergezet als een zachtaardige maar traditionele man, die maar één ding belangrijk vindt: dat David leert zwemmen. De chagrijnige Lily ontvlucht het gezin.

De gezinsdynamiek wordt scherp geobserveerd door dochter Alice, wanneer ze bij het meer zitten: ‘Het verschil tussen dit tafereel en die op die Franse schilderijen, was dat er op de laatste interactie was: mensen die samen picknickten of in bootjes zaten. Maar hier was iedereen op zichzelf (…). Een voorbijganger zou niet snel denken dat ze bij elkaar hoorden. Ze zagen er zo verloren, zo eenzaam uit.’

Tussen 1970 en 2020 volgen we de Garretts tijdens een aantal sleutelmomenten in hun levens; er komen kinderen, huwelijken, scheidingen, sterfgevallen. Er is een legendarische 50-jarighuwelijkslunch (let op de rol van de zalmcake), zelfs de pandemie komt aan bod.

Schrijven als een schilder

Als student twijfelde Anne Tyler of ze schrijver wilde worden – ze hield vooral van schilderen. In de Virginia Quarterly Review vertelde ze ooit dat ze in de metro van New York haar zo kenmerkende observatievermogen ontwikkelde. ‘Alsof ik een enorm oog was, zoog ik alles in me op.’ Uiteindelijk kon ze al die observaties het beste kwijt in geschreven verhalen.

Wel is Tyler altijd blijven schilderen. Misschien dat ze daarom in Franse vlecht een hoofdpersoon opvoert die schildert. Mercy heeft een bijzondere werkwijze: ze zoekt mensen thuis op en verwerkt één detail dat voor haar de bewoners samenvat prominent in het doek. De rest laat ze bewust vaag. Tyler schrijft zoals Mercy schildert: ze zet vooral de contouren neer van de levens van de Garretts en zoomt her en der in op details. Er zijn losse eindjes, karakters die minder aandacht krijgen dan andere. Het is alsof Tyler zegt: dit is het leven, waarbij niet alle verwachtingen worden ingelost. En zo is Franse vlecht een intrigerende meditatie op al die ogenschijnlijk onbeduidende momenten die onze toekomst vormgeven.

Anne Tyler: Franse vlecht. Uit het Engels vertaald door Tjadine Stheeman. Prometheus; 256 pagina’s; € 22,50.

null Beeld Prometheus
Beeld Prometheus
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden