'Ank is blijkbaar mijn onderwerp'

Annemarie Oster schreef opnieuw een boek over haar moeder, de oud-actrice Ank van der Moer...

‘Heb ik dat echt gezegd?’ Ja, ze heeft het echt gezegd, elf jaar geleden, na het verschijnen van Vrouw van de wereld: ‘Ik ben klaar met mijn ouders, ik schrijf er niet meer over.’ Annemarie Oster (67) dochter van Ank van der Moer en Guus Oster, beroemd acteursechtpaar in de jaren zestig en zeventig, in de keuken van haar Amsterdamse grachtenpand: ‘O, jee. Nou, daar heb ik me niet aan gehouden.’

Haar nieuwste boek heet Een vrouw om achterna te reizen, en gaat – na Kouwe wind, Ank, een biografie uit 1985, na diverse autobiografische verhalenbundels – opnieuw over haar moeder. Ze weet het: ‘overal’ zal wel weer klinken: ‘Heb je haar weer met haar ouders’. Maar het is zoals Hugo Claus op een receptie van De Bezige Bij een paar jaar geleden tegen haar zei: ‘Annemarie, jij kunt wat mij betreft niet genoeg over je ouders schrijven’. Oster: ‘Toen dacht ik: als hij het zegt, ga ik er maar gewoon mee door. Het is mijn onderwerp, blijkbaar.’

‘Kijk, ik heb een betere smaak dan ik talent heb. Ik zou wel fictie willen schrijven, en toneelstukken, maar ik durf het niet, of beter: ik wil zó graag dat ik het niet kan. Nou, laat ik dan maar dicht bij mezelf blijven, en proberen die dingen die ik zelf heb meegemaakt, zo mooi, en zo tragikomisch mogelijk op te schrijven.’

In het boek dus veel inkijkjes in de wereld van het toneel, ‘dat malle mooie vak, zoals het in die kringen zo zelfvertederd heet’, maar Oster beschrijft ook de uitstapjes die ze met haar moeder maakte: winkelen in de stad, haute couture kijken, en dan, als er niks van haar gading hing, door naar mevrouw Schouten, een naaister op de Hugo de Grootkade: ‘Een kleine vrouw met okselhaar op haar kop, zoals ik mijn moeder door de telefoon tegen een vriendin had horen zeggen’.

Het waren de hoogtepunten in het leven van een dochter die door haar ouders van haar vijfde tot haar vijftiende in pleeggezinnen werd ondergebracht. ‘Toen ik met het boek begon, was ik van plan alleen de feestelijke uitjes te beschrijven, maar gaandeweg sloop toch mijn moeders teloorgang als actrice na de Aktie Tomaat er in, en het verdriet om haar plotselinge dood.’

Want zo is het gegaan: Ank van der Moer, ‘de koningin van het Leidseplein’, 175 rollen op haar naam, waarvan de bekendste die van Martha in Wie is bang voor Virginia Woolf, en Masja in De drie zusters, 25 jaar lang bevlogen docente op de Toneelschool in Amsterdam, knakte na de opstand van de toneelvernieuwers, in 1969. Afgezien van Een weversdroom, een collagevoorstelling van Shakespeare, nooit meer iets noemenswaardigs gedaan – tot haar dood in 1983.

Oster schrijft in Een vrouw om achterna te reizen: ‘Wat zou de divabehandeling waarmee in latere jaren Joop van den Ende zijn actrices in de watten legde aan mijn moeder besteed zijn geweest’. Maar op de vraag waarom Ellen Vogel en Mary Dresselhuys, generatiegenoten van haar moeder, wél tot op hoge leeftijd konden doorspelen, moet ze het antwoord schuldig blijven. ‘Ik had Joop van den Ende eigenlijk moeten bellen met die vraag: waarom hij mijn moeder niet heeft geannexeerd, en Vogel en Dresselhuys wel.’

Was ze moeilijk in de omgang? ‘Totaal niet. Mijn moeder was een harde werkster, ze had geen streken.’ Had ze te weinig om voor te leven buiten het toneel? ‘Nou, dat had Mary ook niet. Nee, ik denk dat ze te ontoegankelijk was geworden, te depressief, dat ze zichzelf te veel in haar huis had opgesloten. Daardoor is ze er net tussendoor geglipt.’

Maar wacht, mag het interview ook nog even gaan over dat andere aspect van haar boek: de getourmenteerde relatie tussen een moeder en een dochter, de dochter van wie de moeder zielsveel hield, maar die toch geen grote plek in haar leven kreeg omdat het vak haar te veel opeiste? En over het schuldgevoel dat je desondanks bekruipt naarmate je ouder wordt: dat je niet lief genoeg voor je ouders bent geweest?

Niet voor niets begint het boek met Een gedicht van Maria Vasalis, over een moeder op haar sterfbed, en een dochter die eindigt met de woorden: ‘Had ik je maar als kind gekend, die nu mijn kind en moeder bent’. Oster: ‘Ziekte is zoveel overzichtelijker dan ongeluk. Ik denk altijd: had mijn moeder maar een ziekbed gehad, dan had ik voor haar kunnen zorgen, mijn armen om haar kunnen slaan en zeggen: kom maar hier. Dan had ik afscheid genomen. Maar ze is zo plotseling overleden, dat ze misschien daarom is blijven spoken, aldoor.’

Komt er nog een boek over haar moeder? Oster lacht: ‘Nee, nu is het echt klaar.’ Ze weet het bijna zeker omdat ze onlangs de laatste druppel van haar moeders parfum – Mitsouko van Guerlain – opspoot en dacht: het is tijd voor iets anders.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden