Angstige publieke omroep weet zich geen raad met jongeren

Een snelle montage. Veel informatie in één beeld. Een gedurfd gebruik van grafische technieken...

Dat is het recept van een televisieprogramma voor de hedendaagse puber. Iedereen kent het, ook de programmamakers van de publieke omroep, waarnaar de pubers weigeren te kijken. Op hun beurt weigeren de publieke zenders de twaalf- tot twintigjarigen te behagen.

De droom van Bart de Graaff - een plek binnen het publieke bestel voor BNN (Bart's News Network) - is niet langer als een grap af te doen. De Graaff verzamelde in rap tempo de zestigduizend benodigde tientjesleden, en nog verbazingwekkender: bij de omroepen klinken almaar meer stemmen die beweren dat een publieke BNN zo gek niet is. Als De Graaff de jongeren voor zijn rekening neemt, zo lijkt de achterliggende gedachte, dan kunnen de omroepen gewoon blijven doen wat ze gewend zijn te doen.

Vorig jaar werd bekend dat jongeren tussen de twaalf en negentien jaar vrijwel nooit naar de publieke omroep kijken. Een enquête van bureau Inter/View wees uit dat Veronica onder de pubers het populairst is. Daarna volgen RTL4, SBS 6 en The Music Factory.

De soap Goede Tijden Slechte Tijden is een programma waarvoor de puber echt even gaat zitten, evenals voor de amusementsprogramma's van Rolf Wouters en Robert ten Brink. Ook melig vertier als Streetlive (Veronica) en Over de roooie (SBS 6) gaat erin als koek.

'Hilversum moet de jongeren heroveren', luidde de reactie van NOS-directeur Bauke Geersing. Ook NOS-voorzitter André van der Louw wees enkele maanden geleden op het belang van jonge kijkers, die met hun grillige koopgedrag nu eenmaal een doelwit vormen voor de adverteerders.

Momenteel is er bij de publieke omroep één programma te zien dat aansluit bij de denk- en leefwijze van twaalf- tot twintigjarigen. De TROS-serie Fort Alpha, over beslommeringen op en rond een middelbare school, combineert een ongedwongen vertelwijze met elkaar snel opvolgende, soms vanuit de meest vreemde posities gefilmde shots. Het programma is een succes bij jong en oud. Desondanks wordt Fort Alpha binnenkort gekielhaald, omdat het karakter ervan niet bij de TROS zou passen.

Waarom de publieke omroep halsstarrig weigert de jongeren aan zich te binden, is een vraag waarop een redelijk antwoord niet mogelijk lijkt. De publieke omroep dient voor elke bevolkingsgroep in Nederland televisie te maken. De omroepen kunnen zich dat in beginsel ook permitteren, omdat zij jaarlijks een mooi bedrag overgemaakt krijgen uit de pot met kijk- en luistergeld.

Toch wordt er voor pubers niets gedaan. De jongere is voor de publieke omroep, zeker na het vertrek van Veronica uit het bestel, een vreemde geworden. Op zichzelf is dat niet zo gek, omdat de jongeren een doelgroep zijn zonder een duidelijk gezicht. Vijftien jaar geleden waren er nog gewoon punkers, hardrockers, kakkers en alto's. Momenteel is het beeld complexer: een hedendaagse puber draagt net zo makkelijk een ouderwets trainingspak van Adidas als een fijn gesneden chemise van een prijzig merk. Hij houdt van gangsta rap, maar ook van Marco Borsato. Onafhankelijkheid en zelfontplooiing zijn zijn doelen.

Deze ongrijpbaarheid maakt het maken van een programma voor jongeren tot een risicovolle onderneming, en daarvoor zijn de publieke omroepen tot het jaar 2000, waarin hun bestaansrecht onder de loep wordt genomen, zeer huiverig. Televisieproducent Swynk ondervond het afgelopen jaar de gevolgen van deze mentaliteit die niet past bij een publieke omroep. De makers van Swynk produceerden een proefopname van een jongerenprogramma, en bezochten daarmee de inkopers van de publieke omroepen. Die reageerden allen enthousiast, maar moesten tot hun spijt bekennen niet tot aankoop te kunnen overgaan. De jongeren keken nou eenmaal niet meer naar de publieke omroep, zo luidde het argument. En een programma aanschaffen dat niet scoort, in een tijd waarin het functioneren van de publieke omroep ter discussie staat - dat werd als een kamikaze-actie beschouwd.

Die manier van denken berust op een pijnlijk misverstand. Angstig vastklampen aan zekerheden, en daarbij de kijkcijfers als uitgangspunt beschouwen, is het laatste wat een publieke omroep behoort te doen. Een programma afblazen omdat het niet bij de identiteit hoort, of omdat het waarschijnlijk weinig kijkers zal trekken, is louter rekening houden met de vraag. In die denkwijze gaat een pleidooi schuil voor minder investeren in het aanbod, terwijl dat juist een kerntaak van de publieke omroep is. De publieke zenders zouden zich met het oog op de toekomst minder moeten spiegelen aan de denk- en werkwijzen van de commerciële concurrenten.

De positie van de publieke zendgemachtigden dient van binnenuit te worden geformuleerd. In het geval van de afwezige jongeren lijkt dat niet eens al te ingewikkeld; als de commerciëlen de jongeren op louter soaps, datingshows en onderbroekenlol trakteren, kan de publieke omroep de kwaliteitsprogramma's voor twaalf- tot twintigjarigen voor zijn rekening nemen.

De jongeren zullen ervan schrikken. Maar naar verloop van tijd zal een deel van de pubers gaan inzien dat Nederland 1, 2 en 3 meer zijn dan restanten uit het zwart-wittijdperk.

Ronald Ockhuysen

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden