Angstaanjagende verhalen

GUY DE Maupassant leefde kort, maar schreef veel. Toen hij in 1893, 42 jaar oud, overleed, liet hij een indrukwekkend en gevarieerd oeuvre na....

Willem Kuipers

Een misverstand, Maupassant moet gewerkt hebben als een paard. W.F. Hermans, die in 1980 in NRC Handelsblad over hem schreef, berekende dat al dat werk in hooguit tien jaar tot stand was gekomen. Tien jaar. En dan ook nog van zo'n niveau. Hermans stak zijn bewondering niet onder stoelen of banken. Als verteller van verhalen, schreef hij bovendien, stak Maupassant Tsjechov naar de kroon.

Dat was geen geringe lof.

Misschien nodigden de omstandigheden daartoe uit. In de tijd dat Hermans zijn stuk schreef - 'Guy de Maupassant herleeft', opgenomen in de bundel Klaas kwam niet - was de wat vergeten en enigszins in diskrediet geraakte auteur het gesprek van de dag. Kort tevoren was het tweede deel van zijn Contes et nouvelles in de Pléiade-reeks van Gallimard verschenen, voor Bernard Pivot aanleiding werk en reputatie van Maupassant in zijn toen nog uitzonderlijk goed bekeken tv-programma met een paar (beroemde) bewonderaars te bespreken. Onder hen was niemand minder dan de president van alle Fransen, Valéry Giscard d'Estaing.

Dat wil, zeker in Frankrijk, wel helpen. Ongetwijfeld zijn de dure Pléiade-delen de winkel uitgevlogen, maar vervolgens. . .? Stilte, na een kortstondige, en misschien wel louter modieuze opleving?

Ik kom tegenwoordig te weinig in Parijs om het huis aan huis te peilen, maar in Nederland lijkt de belangstelling voor Maupassant sindsdien niet te zijn weggeëbd. Zijn werk verschijnt bij twee uitgevers. L.J. Veen heeft tot nu toe drie delen Alle verhalen gepubliceerd, en Coppens & Frenks gaf kortelings de bundel De Horla in het licht, een mooie gelegenheid om het weer eens over Maupassant te hebben.

In De Horla staan dertien (korte tot zeer korte) verhalen, die elke hedendaagse lezer stuk voor stuk genietend zal ondergaan, hoe gruwelijk ze soms ook zijn. Het is om een tweetal redenen een sterke bundel, die op mij althans meer indruk heeft gemaakt dan de drie delen Alle verhalen, die ik over het algemeen (door Hans van Cuijlenborg) niet zo goed vertaald vind. Een paar verhalen, zoals 'De blinde' en 'De monstermoeder' komen in beide uitgaven voor. Wie ze vergelijkt, zal merken dat Jenny Tuin en Jeanne Holierhoek vanzelfsprekender de parlando verteltoon van Maupassant lijken te treffen dan Van Cuijlenborg. Maar wat, los van de kwaliteit van de vertaling, De Horla zo goed maakt, is de thematische samenhang die erin is aangebracht.

Jenny Tuin, die met het project begon (ze overleed in 1997), koos voor 'het angstaanjagende' en daarin lijkt Maupassant op z'n best. Maar er komt iets bij. Aan deze verhalen laat zich ook een ontwikkeling aflezen die Maupassant als schrijver doormaakte: van de broodschrijver die hij was, met een voorliefde voor de snelle, realistische anekdote die zo de krant in kon, tot een schrijver die vooral oog kreeg voor wat er in een mens allemaal gist en woelt, het letterlijk zenuwslopende.

Voor Maupassant is dát de bron van het angstaanjagende en naarmate hij het meer op het spoor is, veranderen zijn personages en verandert zijn manier van vertellen. Hij laat de conventie van het realisme varen en onderzoekt als het ware of hij met ándere middelen (surrealistisch, grotesk) niet veel meer kan laten zien van wat hem bezighoudt (zijn eigen angsten uiteraard). Dat lukt. W.F. Hermans had weer eens gelijk: Maupassant is een groot schrijver.

Uit het nawoord van Jeanne Holierhoek valt op te maken dat daaraan weleens is getwijfeld. Al in de tijd dat Maupassant zijn grootste successen boekte, was hij omstreden. Het kan te maken hebben gehad met zijn grote populariteit. Hij publiceerde niet alleen aan de lopende band, maar zijn boeken gingen ook als versgebakken baguettes over de toonbank. Hij werd schatrijk. 'Maupassant', schrijft W.F. Hermans,'verdiende met zijn pen een inkomen dat, in de huidige geldswaarde omgerekend, neerkwam op anderhalf miljoen gulden per jaar.' Hij genoot ervan. Het geld werd in ruime mate aan Bacchus, Venus en andere Olympische ondeugden geofferd, en een lieve duit ging zitten in het jacht Bel-Ami, waarmee Maupassant de Middellandse Zee bevoer (het geld ervoor had hij verdiend met de gelijknamige roman).

Maar in de jaren voor zijn dood moet men hem vaak op de voorplecht somber over het water hebben zien staren (hij voer nauwelijks nog). De gevolgen van de syfilis, die zich bij hem op 27-jarige leeftijd openbaarden, overschaduwden steeds meer zijn ogenschijnlijk zo vrolijke leven. Ogenschijnlijk, want weinigen zullen geweten hebben dat hij elke dag om zes uur aan het werk toog om, soms in grote haast, zijn vaste portie tekst gereed te hebben voordat de genoegens van het inmiddels ernstig aangetaste lichaam de aandacht opeisten.

Maupassant verbleef, na een poging tot zelfmoord, de laatste jaren van zijn leven in een kliniek voor geesteszieken. Zijn einde was een hel, vergeleken bij de zonnige dagen die hij in zijn jeugd in Normandië had doorgebracht. Zijn moeder bracht hem, na haar scheiding, in contact met een vriend uit haar jeugd, Gustave Flaubert, die hem leerde hoe hij schrijver moest worden. In de woorden van Jeanne Holierhoek luidde zijn advies: 'Harder werken, jongeman! Te veel hoeren! Te veel geroei! Te veel lichaamsbeweging!'

Maupassant ging aan het werk, maar het zou nog even duren voordat de geest over dit (kerngezonde) lichaam vaardig werd. Het werd voor de buitenwereld zichtbaar toen hij in 1880 met de novelle Boule de suif debuteerde. Het verhaal was opgenomen in de bundel Les Soirées de Médan, die was voortgekomen uit een idee van Émile Zola. Tijdens een diner (met Huysmans, Daudet, Toergenjev en Edmond de Goncourt) opperde hij dat iedereen een verhaal zou schrijven over de Frans-Duitse oorlog van 1870. Maupassant schreef Boule de suif. Hij vertelt daarin over een prostituee, die zich tijdens een treinreis op verzoek van haar landgenoten opoffert door een Pruisische officier ter wille te zijn. De Fransen mogen daarna verder reizen, maar het meisje krijgt stank voor dank (het idee werd later door Jean-Paul Sartre gebruikt voor zijn La putain respecteuse). De naam van Maupassant was in één klap gevestigd.

In De Horla is nog wel iets van Maupassants debuut terug te vinden. De schrijver had nu eenmaal een scherp oog voor de meedogenloze wreedheid waarmee gemeenschappen (de bovenlaag evengoed als het volk) individuen kunnen vertrappen. In het eerste verhaal, 'De Blinde', is het al meteen raak, als Maupassant vertelt over een blinde man die door de boeren in zijn omgeving wordt gepest en ten slotte de dood ingejaagd. Dit is nog een tamelijk traditioneel, 'realistisch' verhaal. De invloed van Edgar Allan Poe, wiens naam in deze bundel niet voor niets valt, is nog niet echt merkbaar. Maar gaandeweg zien we 'het angstaanjagende' van gedaante veranderen. Het wordt sluipender, gemener, Poe-achtiger, maar het heeft nog niet die haast absurde, dreigende kant die zichtbaar wordt in het titelverhaal 'De Horla' (hors-là, daarbuiten), waarin het 'onbenoembare', het 'onzichtbare' de verteller krankzinnig maakt.

In verhalen als 'De nacht' of 'Wie zal het zeggen?' verwijdert Maupassant zich nog verder van de zintuiglijke werkelijkheid. Ze maakt plaats voor een andere, fantastische, spookachtige realiteit, waarvan je niet weet of ze niet alleen in de verbeelding van de verteller bestaat. In 'De Horla' hebben de lezer en de verteller nog wat vaste grond onder de voeten, een mooie mogelijkheid om dit verhaal te zien als een schakel tussen Maupassants realistische, anekdotische vertellingen (met hun uitgesproken moraal) en de latere, waarin de scheiding tussen waan en werkelijkheid wordt opgeheven.

Het zijn 'verbeeldingen', deze verhalen van Maupassant tussen Freud en Hitchcock in. Ik bedoel ermee dat Maupassant stelselmatig laat zien hoe kennelijk nauwelijks te onderdrukken neigingen en driften door de rationele controle heen breken, met als gevolg, uiteraard, gruwelijke dingen. Op een wijze die Edgar Allan Poe hem niet had kunnen verbeteren, geeft hij daarvan een beeld in het verhaal 'Het meisje Roque', waarin een kind naakt en met bloed op haar dij door een postbode in een bos wordt gevonden. Ze is vermoord. En verkracht. Voor de burgemeester van het dorp, een man van aanzien, is dit een schandvlek die zo snel mogelijk moet worden uitgewist. De rechtschapen man heeft de volle sympathie van de lezer, totdat deze erachter komt wie de gruweldaad heeft begaan. . . Juist, de meest verontwaardigde, de burgemeester!

Misschien slaat de balans in dit verhaal door naar Hitchcock, je ziet de film als het ware al voor je. In andere dient vooral Freud zich aan, en wordt het ook ongemakkelijker, bijvoorbeeld als je in 'Een krankzinnige' de bekentenis hoort, die een 'onkreukbare magistraat' heeft nagelaten. Uiterst rationeel wordt daarin het gebod 'Gij zult niet doden' weerlegd. Waarom eigenlijk niet, vraagt de rechter zich af. 'Waarom wordt doden eigenlijk als een misdrijf gezien? Ja, waarom? Het is juist de wet van de natuur. Ieder wezen heeft de opdracht om te doden: het doodt om te leven en het doodt om te doden. - Het doden zit ons in het gestel; doden moet!' Zo redeneert hij voort, tot hij zichzelf van deze 'waarheid' heeft overtuigd en haar vervolgens ook in praktijk brengt: de rechter wordt een moordenaar.

Ja, waarom zou je niet doden? Begrijp me goed, het is niet dit type vragen dat deze verhalen zo goed maakt. Dat zit 'm in het raffinement waarmee Maupassant de kelders en zolderkamers van de menselijke psyche afstruint, op zoek naar verborgen bronnen van de angst. Zelf bang, lijkt het wel. En dat was geen wonder als je weet dat hij de dood al een paar jaar in de ogen keek. Met deze verhalen draagt hij iets daarvan op de lezer over, niet zozeer 'de' waarheid van het definitieve einde dat ons allemaal wacht, als wel 'zijn' waarheid, zijn angst voor kwalen, verwondingen, gebreken of voortijdige vernietiging. 'Voortijdige vernietiging', noteert de dagboekschrijver in 'De Horla', 'dat is immers de bron van alle menselijke angsten!'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden