Angst en schoonheid

Via een indringend essay komt Bas Heijne dichter dan ooit bij Louis Couperus

Hij was niet de luchtige levensgenieter die hij graag wilde lijken. Geen dartele, vrije geest die na twee uurtjes scheppen wat ging flaneren. Louis Couperus baarde aan het begin van de vorige eeuw opzien in het stijve Den Haag met zijn lakschoenen en zijn wufte pakken. Als Den Haag hem te koud werd, trok hij naar het zwoele, minder benepen Italië. Daar deed hij, zo schrijft hij in zijn columns, weinig anders dan mijmeren en in het gras liggen naast een gespierde vriend.

Couperus maakte met succes een personage van zichzelf. Maar die dandy maskeerde de rusteloze, bezeten werker: vrijwel elk jaar een roman, een stroom krantenstukken. Hij moest wel, zei zijn biograaf Frédéric Bastet. Couperus klaagde dat hij - verwend moederskindje - de enige was in zijn familie die moest werken voor de kost. Hij kón niet anders, denkt essayist Bas Heijne. Anders zou hij radeloos zijn geworden. Schrijven was voor hem de enige manier om zijn wanhoop te dempen.

Heijne bundelde en bewerkte de stukken die hij in de afgelopen decennia schreef over Couperus, met als resultaat het essay Angst en schoonheid. In zijn vorige grote essay, Echt zien (2011) betoogde Heijne dat literatuur inzicht moet geven in het leven. Goede romans leren je 'echt zien'. Helaas liet hij in dat essay niet zien welke romans dat teweegbrachten, hoe en waarom. Dat doet hij nu wel. Couperus, schrijft Heijne, 'heeft mij meer over mijzelf geleerd dan welke denker ook'.

Hoe Couperus Heijnes leven veranderde, vertelt hij niet, maar hij is steeds beter gaan zien wat Couperus dreef. Hét literair-academische dogma - nooit het werk van een schrijver verklaren met zijn leven, of andersom - schuift hij terzijde. Terecht: ook al schrijft iemand nooit direct over zichzelf, een schrijver drukt zichzelf uit in alles wat hij schrijft.

Couperus wist niet wie hij was en wat het doel van zijn leven moest zijn. Van hét leven, het hele gedoe tussen geboorte en sterven, en wat mensen elkaar aandoen. In zijn hele werk, schrijft Heijne, domineert de twijfel, het vraagteken. Couperus besefte de zinloosheid van alle streven, maar zinloosheid was wat hij het meeste vreesde. Daarom vluchtte hij in metamorfoses. Hij transformeerde zichzelf in zijn personages, man of vrouw, homo of hetero, machthebber of slachtoffer. Hij leefde zich volledig in. Zo hoefde hij niet zelf te leven. 'Had Couperus wel een gezicht?', vraagt Heijne zich af. 'Hij was een ongrijpbare persoonlijkheid, die zich het liefst in zijn eigen werk ophield.'

Was een roman af, dan was de illusie uitgewerkt. Couperus ging dan zwerven, altijd op reis, nergens helemaal gekend. Een onrustige homosekueel, getrouwd met zijn nicht. In autobiografische stukjes bekende hij koket dat hij de boel half bij elkaar loog. Die bekentenis, merkt Heijne op, gaf hem ook de vrijheid ongegeneerd over zichzelf te schrijven.

Het lukt hem nooit de angst eronder te krijgen. Dat bleef de motor voor zijn werk. Bij Couperus is angst niet het bang zijn voor iets, maar een keelsnoerende aanwezigheid. Het kan de vorm aannemen van een witte, wegschietende hadji in een Indische badkamer, het kan bloedrood sap spuwen op een overspelige vrouw, het is het 'Onuitzegbare' dat twee stokoude mensen die een moord op hun geweten hebben, vrezen. Heijne schrijft dat Couperus, hoewel niet gelovig, toch hoopte dat zich ooit de waarheid zou openbaren, de verlossing.

Heijnes Couperus doet mij denken aan Pessoa, zijn Portugese tijdgenoot. Ook hij hoopte dat eens het gordijn zou worden weggetrokken; en tegelijk smeekte hij: 'O Waarheid, vergeet mij!' Ook Pessoa meende dat hij geen 'ik' had, en smeerde zichzelf uit over vele schrijvers, die eigenlijk personages waren.

Pas op een filmpje, gemaakt vlak voor Couperus' dood, ziet Heijne het allemaal tegelijk in zijn gezicht: de illusie en het verlangen, de deceptie en de berusting. Een paar maanden later stierf Couperus, iets waarnaar hij 'met een schokkende gret

igheid' had uitgekeken.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.