Angst als kern in schitterende bomopera

Wat zou de kern zijn van een muziekdrama over de kernbom? Lastiger dan het maken van een atoomwapen, iets dat iedereen vandaag de dag schijnt te kunnen, is het maken van een opera daarover....

‘Oppie’, zijn metalen oliebol en de bijbehorende bedradingen en knopjes waren in 2005 te zien in de Opera van San Francisco – op een steenworp van de universiteit waar J. Robert Oppenheimer ooit zijn theorie uitbroedde over de beloften van de atoomsplitsingstechniek – en ze maakten zondag diepe indruk bij de Europese première in het Amsterdamse Muziektheater.

De handleiding over het veroorzaken van reacties in een vaatje plutonium weerklonk zondag in de openingskoren, en werd door de choreografe Lucinda Childs aanschouwelijk gemaakt: milva’s en mariniers draafden van A naar B en in de rondte – vermoedelijk onderweg als een subkritische massa van neutronen en isotopen. Er klonk muziek die, frappant genoeg, herinnerde aan de declamaties die Louis Andriessen ooit neerlegde in De materie I, over de 17de-eeuwer Gorlaeus en diens theorie over het ‘kleinste ondeelbare deel’.

Maar Adams heeft wel eerder op Andriessen voortgeborduurd. Frappanter nog dan de Andriessiaanse spreekkoren en orkesttikken in Doctor Atomic, frappanter ook dan de Stravinsky-echo’s die Adams laat opklinken, zijn de verwijzingen die Adams ditmaal laat uitgaan naar Verdi, Britten en vooral Wagner. Componisten die de ware postmodernist er natuurlijk best bij kan hebben.

Britten-achtig op de manier van diens Sea Interludes is de borrelende orkestklank, wanneer zich boven de hoofden van de mens in Doctor Atomic onbeheersbare krachten samenballen. Wagnerachtig als bij de draak in Wagners Siegfried zijn de grommende drieklanken vanuit de diepten van de NedPhO-kopersectie, gedirigeerd door Lawrence Renes.

Duidelijk is dat de machine die de mens tot God belooft te maken – schitterend is het poëtische schimmenbeeld waarin Sellars de hoofdpersoon naar zijn monstermachine laat reiken – geen allemansvriend is. Verdi-achtig is de sfeer van Dies irae in het laatste koor, van een wetenschappersmassa boven wier hoofden alles fout kan gaan.

De kern in deze kernbom-opera is angst. En wel in zijn meest afgrondelijke, namelijk dichterlijke vorm, te beginnen bij die van de bommenmakers zelf, die als eersten dreigen te worden geslachtofferd wanneer bliksems op hun atoomtuin neerdalen, gewoon door slecht weer. De ontploffing zelf speelt in Doctor Atomic geen rol, wel het leven ernaartoe – tot aan de laatste aftel-tel.

Het indrukwekkendst is Adams wanneer hij subtiel zijn eigen muzikale ik laat horen, bij voorkeur in intieme scènes. Sellars’ libretto roert daar de menselijke kwetsbaarheid aan die, tot in de figuur Oppenheimer zelf, de keerzijde vormt van het nucleaire denken. Zo blijkt de bevelhebber en driftkikker generaal Groves op zijn eigen moment suprême een chocolade-verslaafde. Geharde fysici blijken bijgelovig. Van aparte schoonheid is de liefdesscène van Oppenheimer – de prachtige bariton Gerald Finley – en zijn vrouw Kitty (Jessica Rivera). Oppenheimer, kennelijk een liefhebber van Baudelaire, prijst de geur van haar huid en coiffure.

Het is een moment van onzegbare navrantie, wanneer je het afzet tegen de getuigenissen van Hiroshima-slachtoffers die stervende medeburgers zagen, met de huid van hun ledematen als vodden achter zich aan. Dat beeld komt in de opera niet voor. Wel een Japans kindstemmetje, dat in het instrumentale en elektronische gezoem van de slotmaten om water vraagt.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden