Andris Nelson dirigeert een gouden tank: oogverblindend maar ongevaarlijk

Andris Nelsons, hier met het Boston Symphony Orchestra. Beeld reuters

Ooit was klassieke muziek franje die door machthebbers serieus werd genomen. Op hun beurt namen musici de macht serieus. Voor je het wist, zat je immers in Sachsenhausen of Siberië. Werd het heulen, schipperen of ging je in het verzet? Op dat dilemma wierp het Koninklijk Concertgebouworkest onbedoeld licht, door in een onhandige manoeuvre werk van de 'foute' Richard Strauss te combineren met noten van de onkreukbare Marius Flothuis.

Flothuis zou dit jaar 100 zijn geworden. Bij het Concertgebouworkest was hij in de jaren zestig de artistiek directeur die de smaak van de jonge Bernard Haitink verfijnde. In de oorlog weigerde 'Flot' toe te treden tot de Kultuurkamer. Hij ondervond de gevolgen en overleefde het concentratiekamp.

Charme

Begrijpelijk, misschien, dat hij een allergie ontwikkelde voor de kunst van Richard Strauss. Die had er geen been in gezien om president te worden van de Reichsmusikkammer. En nu stond uitgerekend in een concert dat het Concertgebouworkest aan Flothuis opdroeg zijn zachtmoedige compositie Cantus amoris naast het pralende Hoboconcert van Strauss.

Keek je weg van de controverse, dan was Cantus amoris (1979) een innemend liefdeslied voor strijkorkest, waarvan gastdirigent Andris Nelsons de melodielijnen respectvol opwreef. Bij Strauss' Hoboconcert (1945) kon je echter twee kanten op. Óf je viel voor het plezier en de charme van een bejaarde componist, óf je struikelde over behaagzucht en loze klanken.

In beide gevallen was de bewondering voor Alexej Ogrintsjoek immens. Ergens in zijn lijf moet de Russische solohoboïst van het Concertgebouworkest een extra stel longen hebben, zoveel rek zat er in zijn frases. Andris Nelsons, sinds kort ex-kandidaat-chef, dempte de orkestklank genereus.

Problematischer was de wijze waarop Nelsons het mijnenveld rond de Vijfde symfonie van Dmitri Sjostakovitsj neutraliseerde. Gold Sjostakovitsj in het Westen aanvankelijk als meeloper van Stalin, later kantelde het beeld en werd hij slachtoffer. Via muziek met dubbele bodem zou hij zelfs obstructie hebben gepleegd.

Andris Nelsons schudde het hoofd en haalde een streep door alle miserie, modder en bloed. Hij liet de Vijfde van Sjostakovitsj glanzen als een gouden tank: oogverblindend maar ongevaarlijk. Alsof hij tegen de sputterende componist zei: 'Mond houden en mooi wezen.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden