ANDRIES KNEVEL KAN TEVREDEN ZIJN

Op het omslag van De teloorgang van de westerse cultuur – Een andere kijk op 500 jaar humanisme prijkt een reproductie van De Gezanten, een schilderij van Holbein uit 1533....

Arnold Koper

Dat beeld typeert de boodschap van de Australische cultuursocioloog John Carroll: het humanisme, dat juist in de tijd van Holbein aan zijn zegetocht begon, heeft van meet af aan het zaad van zijn eigen ondergang in zich gedragen. Die schedel staat natuurlijk voor de dood en laat zien dat de rede en de vrije wil die vanaf de Renaissance aan een onstuitbare opmars begonnen, daar niet tegen opgewassen zijn.

Niet alleen omdat we nu eenmaal allemaal dood gaan. Maar vooral omdat de mensheid de dood sinds de opkomst van het humanisme geen plaats meer weet te geven. Want alleen in de ‘duisternis van het geloof’ (Maarten Luther) zal de mens, in metafysische zin, zijn eigen sterfelijkheid kunnen overwinnen.

Carroll onderzoekt in zijn boek het werk van een reeks grote kunstenaars (Holbein, Shakespeare, Rembrandt, Vermeer, Bach, Mozart, Jane Austen, Henry James en John Ford) en denkers (Erasmus, Luther, Calvijn, Descartes, Kant, Darwin, Marx, Freud), en dan met name waar het gaat om hun antwoord op de grote vragen die in het bestaan van elk individu en in de geschiedenis van elke cultuur een rol zouden moeten spelen: waar komen wij vandaan, wat is de zin van ons bestaan, wat gebeurt er met ons als we zijn doodgegaan?

De rode draad van zijn verhaal is dat die vragen in de loop van vijfhonderd jaar humanistische cultuur steeds meer naar de achtergrond verschuiven. Tot ze in de 19de (en vroege 20ste) eeuw dankzij het biologische determinisme van Darwin, het rancuneuze materialisme van Marx en de therapeutische ‘ik-cultuur’ van Freud c.s. vrijwel geheel uit ons bewustzijn worden verbannen.

Het resultaat is een platte, materialistische, ‘hoge’ en trouwens ook ‘lage’ cultuur die vanaf het eind van de 19de eeuw niet meer in staat bleek grote kunst te produceren. Kijk maar naar Edvard Munch die de Madonna ontheiligde door Maria af te beelden binnen een lijst van spermatozoïden (Madonna, 1895/1902), naar het urinoir (ready made Fountain, 1916) waarmee Marcel Duchamp de weg bereidde voor het ‘alles mag’ van onze tijd, of naar de verzengende (vrouwen)haat die spreekt uit het werk van Pablo Picasso, volgens velen de grootste 20ste-eeuwse kunstenaar.

Het boek is voer voor Andries Knevel en de zijnen. Carroll analyseert de lotgevallen van de westerse cultuur vanuit een eclectisch, evangelisch gezichtspunt (Luther, Calvijn, plus de culturele, katholieke contrareformatie van de schilder Poussin) dat weinig tegenspraak duldt: wie het zonder ‘Het Woord’ (Johannes) moet stellen, zal uiteindelijk worden ondergedompeld in het lege, rusteloze bestaan van de moderne mens.

Maar dat neemt niet weg dat hij vaak haarscherpe en intrigerende doorkijkjes biedt op dilemma’s van het humanisme, de Verlichting en de moderne tijd. Helaas heeft zijn oplossing voor het lijden van de westerse cultuur, die zijns inziens in ‘een gigantisch bouwval’ is veranderd, gevaarlijke, want fundamentalistische trekjes.

Dat proef je als Carroll in zijn slothoofdstuk over 11 september en Osama bin Laden schrijft. Afkeurend, veroordelend natuurlijk, maar toch ook met een vleugje bewondering voor het godsvertrouwen van de man, die anders dan de moderne westerse mens wél ‘een plek heeft om op te staan’ (Archimedes).

Je proeft het nog meer in zijn bewondering voor John Ford, die in zijn films een ontstaansmythe voor Amerika gestalte probeerde te geven. ‘Twee culturen (de indiaanse en blanke Amerikaanse, red.) zijn hier in oorlog (*), er kan er maar één overleven. Er is geen compromis mogelijk want daartussenin ligt een cultureel niemandsland.’

Geef mij dan toch maar liever die andere, aan het Mattheüs-evangelie ontleende boodschap: ‘Wat gij niet wilt dat u geschiedt, doet dat ook een ander niet.’ Of de humanistische vertaling ervan in de categorische imperatief van Immanuel Kant: handel altijd op de wijze waarop u denkt dat ieder ander individu in een vergelijkbare situatie zou moeten handelen.

Dat zou in de huidige cultuurstrijd tussen het Westen en de islam weleens heel wat bloedvergieten kunnen schelen.

Arnold Koper

John Carroll: De teloorgang van de westerse cultuur – Een andere kijk op 500 jaar humanismeVertaald uit het Engels door Vivienne de JonghInmerc291 pagina’seuro 29,95ISBN 90 6611 734 6Vertaald uit het Engels door Vivienne de JonghInmerc291 pagina’seuro 29,95ISBN 90 6611 734 6

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden