André Rieu: zwierige maestro van wereldwijde wals

Dinsdag staat hij voor de vijfde en laatste keer op het Vrijthof in Maastricht: André Rieu, een klassiek geschoold muzikant die wil entertainen.

Toen acteur Huub Stapel begin jaren tachtig afstudeerde aan de toneelacademie van Maastricht, speelde op het eindfeest een klein strijkorkestje. Het was het Maastrichts Salonorkest van André Rieu. ‘Een strijkje, hartstikke leuk hoor, maar daar luisterde echt niemand naar. We hadden wel wat anders te doen.’

Tegenwoordig trekt Rieu volle stadions, soms wel met dertig- of veertigduizend fans, van Melbourne tot Las Vegas, opeengepakt, klappend, neuriënd, huilend. Vanavond sluit hij de reeks van vijf Vrijthofconcerten in Maastricht af, allemaal uitverkocht.

‘Hij evenaart de grootste popsterren’, zegt burgemeester Gerd Leers van Maastricht, die Rieu tot zijn vriendenkring (‘we komen bij elkaar thuis’) rekent. ‘Hij staat op de cover van Time Magazine. Rieu is een fenomeen. Hij is de belangrijkste ambassadeur van de stad. Overal waar hij optreedt, vertelt hij waar hij vandaan komt.’

Rieu is geboren en getogen in Maastricht, bewoont een kasteel aan de Maas, tegen de Sint Pietersberg, waar hij ook kantoor houdt. Met zijn Johann Straussorkest reist hij over de wereld. Hij is net terug van een tour door de Verenigde Staten. Eind vorig jaar glorieerde hij in Australië, een tour waarvan zelfs een realitysoap is gemaakt.

Rieu speelt de eerste viool, niet alleen in zijn orkest van veertig tot vijftig man, maar ook in zijn productiebedrijf André Rieu Productions met in totaal 150 personeelsleden. Hij doet alles alleen, weliswaar samen met zijn vrouw Marjorie en zoon Pierre, maar zonder manager of promotor.

‘Hij wil altijd zelf de touwtjes in handen houden’, zegt Jo Cortenraedt, hoofdredacteur van de Limburgse glossy Chapeau!, die Rieu zakelijk en privé al 25 jaar kent. ‘Bij het overlijden van Michael Jackson zei hij nog tegen me: zie je nou wel wat er met hem en met Elvis is gebeurd. Grote talenten die een prooi worden van managers, ze raken allemaal de draad kwijt.’

André Léon Marie Nicolas Rieu (1949) komt uit een muzikaal gezin. Zijn vader, André Rieu sr., was dirigent bij het Limburgs Symfonie Orkest. De klassieke muziek werd André en zijn twee oudere zussen, twee broertjes en jonger zusje met de paplepel ingegoten. Ze zaten als kind vooraan bij de concerten van hun vader, speelden harp, viool, cello of piano. Popmuziek werd niet geduld in huize Rieu. Geen Beatles of Stones, maar Mozart en Strawinsky.

Op zijn vijfde begon André al viool te spelen, en hij is nooit meer gestopt. Na de middelbare school continueerde hij de vioollessen met een vioolopleiding aan het conservatorium in Luik en later in Maastricht. Les kreeg hij onder anderen van Jo Juda en Herman Krebbers. Nog later ging hij naar het conservatorium in Brussel. Tijdens zijn studie trouwde hij met zijn jeugdliefde Marjorie; hij was 26, zij twee jaar ouder.

Na zijn opleiding trad André toe tot het orkest van zijn vader. Maar het plechtstatige en elitaire karakter van het klassieke orkest was niet zijn ding. Hij vond de afstand naar het publiek te groot. Hij miste de emotie in de concertzaal, met ‘allemaal mensen die zich keurig gedragen’. ‘Als je kucht, kijken ze allemaal verstoord om’, zei hij naderhand.

Ed Spanjaard, de huidige dirigent en in de jaren tachtig gastdirigent van het Limburgs Symfonie Orkest, ziet Rieu nog zitten, als ‘tweede viool’. Hij typeert hem als ‘een altijd zwierige, beweeglijke, licht kritische’ man. Spanjaard: ‘Je voelde aan hem dat het betrekkelijk conformistische van het klassieke orkest niet zijn passie had.’

Rieu zegt dat hij als kind al gefascineerd was door de viool, al die strijkstokken die in dezelfde richting heen en weer gingen. ‘Ik vond het geweldig. Maar ik verbaasde me toen al over de sombere sfeer tijdens die concerten. Iedereen keek serieus, er mocht niet gelachen worden, terwijl de muziek zoveel vreugde uitstraalde.’

Rieu wilde geen tweede viool spelen. Hij wilde de eerste viool spelen, op zijn eigen manier, speels, met plezier, minder plechtstatig. Hij voelde zich eigenlijk diep ongelukkig in het orkest van zijn vader en zocht een uitweg.

Naast zijn werk als tweede violist bij het LSO richtte hij het Maastrichtse Salonorkest op, een vijfkoppig strijkorkestje, waarmee hij in het begin vooral op feesten in de regio optrad. ‘Dat deed hij ernaast. Daar wilde hij wat mee’, aldus Spanjaard. Hij trad op bij de 100-jarige verjaardag van zijn grootmoeder. Maar het orkest werd in Maastricht vooral vermaard vanwege zijn traditionele ‘Hieringebiete-concert’ op Aswoensdag, als iedereen nog ladderzat was van het carnaval.

Zijn vrouw Marjorie, lerares, steunde hem volop. ‘Hij kwam in die tijd nauwelijks verder dan de buitenwijken van Maastricht. Voor 1.000 gulden kon je hem boeken’, zegt Cortenraedt, ook oud-correspondent van de Telegraaf. ‘Zijn vrouw belde me dan op, of er geen klein stukje in de weekendbijlage in zat. Ze bleven volhouden.’

Uiteindelijk kreeg Rieu ook enig succes buiten Limburg, vooral in Duitsland. Hij ontwikkelde zich steeds meer als Stehgeiger, vioolartiest. In 1987 stelde hij het Johann Strauss Orkest samen, als opvolger van het salonorkest, met in het begin slechts twaalf leden. Een jaar later voelde hij zich sterk genoeg om helemaal te kappen met zijn werk als violist bij het LSO.

De grote doorbraak kwam in 1994, toen hij het album Strauss en Co uitbracht, met daarop de Second Waltz van Sjostakovitsj. De melancholische wals werd een regelrechte hit. Hij speelde het nummer een jaar later in het Olympisch Stadion, tijdens de rust van Ajax - Bayern München. In 1996 ontving de ‘moderne walskoning’ in Monte Carlo zijn eerste World Music Award, naast sterren als Michael Jackson en Diana Ross.

Daarna ging het rap. Hij liet een studio bouwen in Maastricht, maakte tournees door Japan en Noord-Amerika en opende een kantoor in New York. Na concerten binnen Europa, vloog hij steevast met zijn eigen vliegtuig weer naar Maastricht.

In 2006 was hij tijdens een optreden bij Schloss Schönbrunn in Wenen zo onder de indruk, dat hij besloot een replica te maken van het Sissi-paleis. Sindsdien reist hij rond met wat wel het grootste verplaatsbare decor van de wereld wordt genoemd: meer dan 125 meter breed, 30 meter diep en 35 meter hoog, compleet met balzaal, ijsbanen en fonteinen.

Zijn jongste zoon Pierre, in 2002 toegetreden tot het bedrijf, is de technische productieleider. ‘Hij wil de hele wereld laten walsen’, zo zei Pierre ooit over de onbegrensde ambities van zijn vader. Vorig jaar was Australië aan de beurt. Al bij de promotie ontstond down under een ware Rieu-gekte. Hij was de eerste artiest die met negen dvd’s in de toptien stond. Het gesleep met het immense Sissi-paleis was een kostbare aangelegenheid – volgens Rieu heeft hij er zelfs geld op moeten toeleggen – maar de cd- en dvd-verkoop maakten veel goed.

Rieu was vorig jaar ook de enige ‘klassieke’ artiest die in de toptien van Worldwide Touring Acts (Pollstar-lijst) staat. Hij verkocht voor 71 shows wereldwijd 700 duizend kaartjes, goed voor bijna 77 miljoen dollar en een achtste plaats. De plaatsen één tot en met drie werden ingenomen door Madonna, Céline Dion en Bon Jovi.

Wereldwijd heeft Rieu inmiddels 27 miljoen cd’s en dvd’s verkocht. Zo immens populair als hij is, in kringen van de ‘echte’ klassieke muziek moeten ze weinig van hem hebben. Hij zou de klassieke muziek slechts verkrachten en populariseren.

Jalousie de métier’, merkt burgemeester Leers fijntjes op. ‘Hij is een grootheid in zijn genre. Goed dat hij zijn sterkste punt tot een piek heeft ontwikkeld’, zegt dirigent Spanjaard.

Maar met ‘echte’ klassieke muziek heeft het weinig van doen. ‘Het is een ander genre’, aldus Spanjaard. ‘Ik zie weinig publiek dat bij hem komt, bij ons in de zaal.’

In 1996 adverteerde de klassieke zender Concert Radio zelfs met een tv-reclamespotje: ‘Als je naar muziek wilt luisteren, zonder: klappers van de week!, zonder: mag ik even de groeten doen? en zonder André Rieu, luister dan naar Concert Radio, klassieke muziek zonder bla bla.’ Rieu was niet blij en dreigde met een kort geding.

Volgens Cortenraedt heeft het de Limburgse walskoning geïrriteerd dat hij nauwelijks erkenning kreeg in eigen land, terwijl hij in het buitenland al een ster was: ‘Vooral vanuit de Randstad is lang arrogant op hem neergekeken, zo van ach, die Rieu toch.’

Rieu heeft ooit gezegd dat hij zich beschouwt als ‘het zwarte schaap’ binnen zijn klassiek geschoolde familie. Volgens musicoloog en hoogleraar muziekgeschiedenis Emile Wennekes kan de walskoning goed viool spelen. Maar hij is ‘geen virtuoos. Janine Jansen en Jaap van Zweden zijn veel beter.’

Dat neemt niet weg dat Wennekes grote bewondering voor Rieu heeft, zoals hij de klassieke muziek toegankelijk maakt voor een groot publiek. ‘Natuurlijk, hij populariseert het. Maar daar is niks mis mee. De driekwartsmaten van Strauss behoren ook tot de klassieke muziek.’ Wennekes vergelijkt Rieu met Herman Brood: ‘Brood was ook geen goede pianist, geen goede zanger, geen goede componist. Maar de optelsom was dat hij toch heel belangrijk was voor de muziek.’

Rieu jaagt zijn dromen na. Hij wilde en kreeg het grootste decor. Hij wil nu een concert op de Noordpool geven, om aandacht te vragen voor het milieu. Leers: ‘Dan denk je, die man is gek. Maar hij is gewoon een man die zijn dromen in vervulling laat gaan. Hij is niet gek.’

‘Ik zou zelf niet naar zo’n concert toe gaan, zo massaal’, zegt emeritus hoogleraar kunstsociologie Hans Abbing. Maar de ‘echte’ klassieke concertjongens en - meisjes kunnen wel wat van hem leren, vindt hij. ‘Het kan in de concertzalen best wat informeler en eigentijdser, zonder folklorisering. Er zit een groot gat in de markt tussen André Rieu en de klassieke muziek.’

André Rieu (Marcel van den Bergh / de Volkskrant)
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden