Anatomie van een moneyshot

De duif en Wiplala zijn onverbrekelijk met elkaar verbonden. In de verfilming van Annie M.G. Schmidts beroemde boek is dat niet anders, besloot de producent. Dat kostte een paar centen. Hoe deden ze dat?

Vlnr: Géza Weisz als Wiplala, Kee Ketelaar als Nella Della, Sasha Mylanus als Johannes, Peter Paul Muller als meneer Blom.Beeld Laurens Bekaert / Grid VFX

Als Tim Oliehoek aan mensen vertelt dat hij de regisseur is van Wiplala, naar het beroemde boek van Annie M.G. Schmidt, krijgt hij meestal dezelfde reactie. Wiplala? Is dat niet dat boek waarmee die kleine mannetjes op een duif over de Dam vliegen?

Elke special-effectsfilm heeft een zogenaamd moneyshot: de scène die het meeste kost en waarbij alles uit de kast wordt gehaald om het publiek naar de bioscoop te lokken. Voor Wiplala is dat het iconische beeld van de duif met de belangrijkste personages op zijn rug, dat al sinds 1957 op de omslag van de Wiplala-boeken te zien is.

Een reconstructie van een Nederlands moneyshot in vier stappen.

1. De duif moet erin

Als er voor scenariste Tamara Bos (dochter van producent Burny Bos) één ding vanaf meet af aan duidelijk was, was dat de duif erin moest. Geen discussie over mogelijk. Het iconische beeld eruit halen, zo vond ze, voelde als heiligschennis.

Punt is dat het tochtje in het boek van Annie M.G. Schmidt dramatisch weinig betekenis heeft: toen Bos een eerste, vrij letterlijke bewerking van het boek maakte, jaren geleden alweer, vloog de duif na een minuut of twintig de film binnen, en was het louter een vervoersmiddel van a naar b.

Oliehoek en Bos besloten dat de scène een 'attractieparkgevoel' moest krijgen. Bos: 'En er moest iets gebeuren op die duif. Anders blijven het gewoon vier mensen op een vogel. Ik voegde wat drama toe. En toen kon niemand meer zeggen dat het er wel uit kon.'

2. Filmen in een groene doos

Vooraf leek het Peter Paul Muller, die meneer Blom speelt, het een uitdaging te acteren in een 'groene doos'; alle achtergronden en decors worden achteraf toegevoegd op de computer. Maar twintig dagen in zo'n volledig groen hok, met soms slechts een tennisbal op een statief als tegenspeler, bleek pittig. 's Nachts, in zijn hotelkamer, leek alles magenta omdat zijn hersenen moesten bijkomen van al dat groen. 'Een wonderlijke ervaring.'

Toen moest de oncomfortabele duifscène nog komen: de hele dag in een spagaat op een metalen stellage zitten die later digitaal tot de rug van de duif zou worden omgevormd. 'Een kleermakerszit lukt me al niet.' Hoofdrolspeler Géza Weisz barstte de volgende dag van de spierpijn. 'Ik heb heel korte voetbalspieren. En dan zit je op zo'n ding dat heen en weer beweegt en moet je je voorstellen dat je boven Amsterdam vliegt. Het komt allemaal op fantasie aan.'

Ook cameraman Rolf Dekens moest zijn fantasie gebruiken. Normaal gesproken worden voor dit soort opnamen eerst de achtergrondbeelden gefilmd. Zo weet je in de greenscreen-studio precies hoe de lichtval is, hoe intens die is, welke camerahoek je gebruikt en welke lens. Alles moet exact hetzelfde zijn, want anders 'passen' de beelden niet op elkaar.

Oliehoek en Dekens hadden bedacht de Amsterdamse binnenstad te filmen met een drone. Maar dat mocht niet vanwege - onder meer- privacy-redenen. Een oplossing was niet een-twee-drie geregeld, terwijl de studioscènes al moesten worden opgenomen.

Dekens moest dus op ervaring inschatten hoe de omstandigheden later zouden zijn. 'Ik heb gegokt op het ideale licht voor de familiefilm: een waterig zonnetje dat door heel lichte bewolking schijnt. Die look moesten we later dan maar nabootsen.'

3. Een kraan op de Dam

Het wordt juli voordat Dekens eindelijk op de Dam staat. Slaperig, want voor het mooiste ochtendlicht moet je in de zomer vroeg zijn. Voor de shots van de Amsterdamse binnenstad is uiteindelijk een kraan van 21 meter hoog geregeld. Tienduizenden euro's duurder dan een drone en het gevaarte kon, ingeklapt, met 40 centimeter speling net onder de tramleidingen door - 'één onvoorzien drempeltje en het tramverkeer in Amsterdam had plat gelegen.'

Knipoog

Als de familie op de duif langs Madame Tussaud vliegt, staat daar Annie M.G. Schmidt voor het raam. Oliehoek had het bedacht als een ode aan de schrijfster van Wiplala, en het leek relatief gemakkelijk uit te voeren: de medewerkers hoefden alleen maar het beeld voor het ronde grote raam te zetten. Makkelijk. Maar op de dag dat Oliehoek en zijn crew neerstreken op de Dam bleek het te druk in het wassenbeeldenmuseum om dat te regelen. Voor Oliehoek was de knipoog echter zo belangrijk dat hij het lege raam filmde en het beeld er later digitaal in liet zetten. 'Weer een laagje erbij. Maar ik ben heel blij dat het er toch in zit.'

Op het dak van het paleis op de Dam, waar de duif neerstrijkt, mocht de Wiplala-crew niet komen. Om dat te omzeilen werd een hoogwerker gehuurd, die stiekem dichterbij het paleis werd gezet dan eigenlijk mocht. 'Met een beetje smokkelen kon ik toch alle shots filmen die ik nodig had.'

Wat niet ter plekke kon worden opgelost, was de kwestie van de groene zomerblaadjes; dat valt uit de toon in een kerstfilm. Ze werden later bij de kleurcorrectie bruin gemaakt.

4. Het ontwerpen van een 'vieze stadsduif'

In België werd ondertussen door een man of dertig een studie gemaakt van duiven. Vogels leveren animatoren altijd hoofdbrekens op. Je zit met de anatomie, met specifieke bewegingen waarbij de veren keurig mee moeten bewegen. Visual effects supervisor Laurens Bekaert van grid-vfx: 'En dan moet je er voor zorgen dat het er niet uitziet als een ontplofte kip.'

Oliehoek had een 'vieze Amsterdamse stadsduif' besteld. Maar die klapwieken zo heftig dat de mensen op zijn rug meteen zouden worden gelanceerd. 'We kwamen ergens uit tussen een flapperende duif en een arend.'

Nee, het klopt niet helemaal, maar de duif moest ook passen in de sprookjesachtige film. Bovendien bleek feilloos realisme sowieso niet handig. Duiven zijn eigenlijk gekke dieren, die vreemdere bewegingen maken dan je denkt. 'Mensen hebben een beeld in hun hoofd van hoe een duif eruitziet. Maar als je dan naar de details gaat kijken, blijkt dat helemaal niet te kloppen.' Nog lastiger was dat het publiek zo verwend is tegenwoordig. Zo'n scène moet zich kunnen meten met iets soortgelijks uit een hollywoodfilm, zonder dat er een navenant budget voor is. 'Zo'n scène als deze kost daar wat hier het hele filmbudget was.'

Tot het allerlaatste moment bleven Oliehoek en Bekaert schaven aan de duif en zijn bewegingen. Dat je dan het verhaal zelf uit het oog verliest, is een bekende valkuil. Oliehoek was zich daarvan bewust. 'Iedereen had het over de techniek, maar het draait in de eerste plaats om dat gezin dat weer tot elkaar komt door allerlei avonturen. Je kunt nog zo veel technieken in de strijd gooien: als je die mensen niet leuk vindt, maakt het geen bal uit of ze op een levensechte duif zitten.'

De geanimeerde duif van WiplalaBeeld Laurens Bekaert van Grid VFX

Annie en Burny

Wiplala is de vijfde verfilming van een Annie M.G. Schmidt-boek. Tot nu toe was Bos Bros, het productiehuis van Burny Bos verantwoordelijk voor alle Schmidt-verfilmingen: de series Otje (1998) en Ibbeltje (2004) en de films Abeltje (1999), Minoes (2002), Ja Zuster, Nee Zuster (2002) en Pluk van de Petteflat (2004). Ook produceerde het bedrijf de televisieserie Annie M.G. (2010) en de documentairereeks over Schmidt die werd ­afgesloten met het bekende interview dat Ischa Meijer met de schrijfster had (2002). Bos is een groot fan van het werk van Schmidt. Hij richtte een stichting op: 'Kinderen van Annie M.G. Schmidt' en stelde ten doel al haar werk te verfilmen. De volgende ver­filming die op stapel staat, De A van Abeltje, is de eerste die niet door Bos Bros wordt geproduceerd.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden