Anatomie van een Elvis

Elvis Costello schreef een bijzondere en gedurfde autobiografie waarin hij openlijk durft te twijfelen aan het nut van de dingen die hij deed. En ook nog eens in een prachtige, meeslepende stijl.

Beeld Richard Saker/REX Shutterstock

In juni 1985, als Elvis Costello voor optredens in Sydney is, krijgt hij een telefoontje van Bob Geldof. Die is druk doende met het samenstellen van het programma van Live Aid van een maand later. Hij heeft een gaatje over, 's middags tussen Spandau Ballet en Nik Kershaw. Of Costello niet een liedje wil zingen. Alleen, zonder zijn band The Attractions - het ombouwen van het podium zou te veel tijd kosten.

Costello neemt de uitnodiging aan, maar heeft geen idee wat hij moet zingen. Hij vindt geen van zijn liedjes gepast; je moet op zo'n evenement toch iets zingen dat iedereen kent en zijn enige echt grote hit (Oliver's Army) is al zes jaar oud. Dus kiest hij voor All You Need Is Love van The Beatles.

Zo legt hij uit in Unfaithful Music & Disappearing Ink, zijn net verschenen autobiografie. Om eraan toe te voegen: 'Als je de droevige nieuwsberichten uit Ethiopië op tv zag, was het absoluut duidelijk dat liefde niet alles was wat nodig was.'

Zelfkritiek

Het is zo'n zinnetje waar het bijna 700 pagina's tellende boek vol mee staat. Costello vertelt een anekdote of een herinnering, die hij besluit met een opmerking waarmee hij het nut of de zin van zijn eigen handelen in twijfel trekt.

Een muzikantenautobiografie waarin de schrijver zijn eigen handelen continu bekritiseert is al zeldzaam, maar er zijn meer redenen waarom Costello's fors uitgevallen boek zo bijzonder is.

Zo is er de gedurfde vorm. Costello vertelt zijn verhaal niet min of meer chronologisch, maar hij springt in betrekkelijk korte hoofdstukken voortdurend heen en weer in de tijd. Ook strooit hij ter illustratie van zijn betoog niet alleen lustig met eigen songteksten, maar ook met even raak gekozen fotootjes uit zijn eigen archief.

Gedachtensprongen

Waar de meeste artiestenbiografieën de gebruikelijke weg volgen van jeugd naar volwassenheid en artistieke glorie, husselt Costello alles door elkaar, maar hij doet dat in zo'n prachtige, meeslepende stijl dat je zijn gedachtesprongen graag volgt. Het is eigenlijk hetzelfde mechanisme als achter zijn beste werk zit; ook in zijn hoogtijdagen (1977-1986) kreeg Costello vaak te horen dat albums als This Year's Model (1978) en Imperial Bedroom (1982) weliswaar muzikale hoogstandjes waren, maar dat hij met de woorddichtheid van zijn teksten te veel verwachtte van de luisteraar.

De stijl in zijn memoires is echter glashelder. Met veel gevoel voor detail vertelt de in 1954 als Declan McManus geboren Costello over zijn jeugd in Londen en Liverpool. Tussen zijn 7de en 17de woonde hij bij zijn moeder. Zijn vader zong in het orkest van Joe Loss, was veel van huis en hield er andere relaties op na. Het was zijn vader die hem zijn liefde voor muziek bijbracht - die moest zijn repertoire leren van nieuw toegestuurde platen.

Ook de ruimdenkende opvattingen over monogamie nam Costello van zijn vader over, stelt hij met enige spijt. Elvis Costello trouwde drie keer en heeft drie zoons, onder wie een tweeling van 12 bij zijn derde echtgenote, jazzzangeres Diana Krall. Verder heeft hij het nauwelijks over zijn liefdesleven. 'Het zou voor iedereen te veel zijn geweest', is ongeveer het enige dat hij zegt over de zeventien jaar die hij 'bijna elk moment samen' met zijn tweede vrouw Cait O'Riordan doorbracht.

Muziekfan

Het best is Costello op dreef in de vele stukken gewijd aan andere artiesten. Hij was en is vooral zelf muziekfan, en dat mag de lezer weten. Prachtig zijn de beschrijvingen van ontmoetingen met Bob Dylan, Chet Baker, Johnny Cash, Paul McCartney, Van Morrison, Joni Mitchell en vele anderen.

Het hoofdstuk dat hij wijdde aan de diverse samenwerkingen met de deze week overleden Allen Toussaint is exemplarisch. Na de orkaan Katrina (2005) maakten ze samen een plaat, waarna de pianist-producer-componist uit New Orleans dankzij de daaropvolgende tournees zelf eindelijk aardigheid kreeg in het reizen en geven van concerten, iets wat hij in de jaren zestig en zeventig niet had. Dat de wereld buiten New Orleans eindelijk kennis kon nemen van Toussaints prachtmuziek, zag Costello als zijn grootste verdienste. Een ruimhartige man, in een overweldigend boek.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden