Anachronisme op Abbey Road

Hoe modern hij ook was, altijd klinkt in Charles Ives' muziek de negentiende eeuw mee en de authenticiteit van de muziek uit zijn jeugd....

CHARLES Ives (1874-1954) leefde het grootste deel van zijn leven in de twintigste eeuw, maar in zijn muziek is de ondertoon negentiende-eeuws. Ives' futurisme is spreekwoordelijk - zijn rauwe dissonanten, zijn gebruik van populaire muziek, dat rollenspel waarbij professionele musici in de huid kruipen van amateurs. Maar achter het futurisme verschuilen zich oude kerkgezangen uit New England, liederen uit de Burgeroorlog, breedsprakig idealisme naar het voorbeeld van de Amerikaanse filosoof Ralph Waldo Emerson, en de stormachtige complexiteit van Beethoven.

In Ives' muziek is de negentiende eeuw als een doek, beschilderd met moderne ideeën. Daardoor klinkt zijn twintigste-eeuwse muziek meer als een (verrassend accurate) voorspelling vanuit het verleden, dan als een destillaat van Ives' eigen tijd.

Maar nu komt de ultramoderne Ives: de kunstenaar die eigen werk speelt en opneemt. Het tekstboekje van Ives Plays Ives toont een kleurenfoto uit 1950, waarop de componist te zien is in de welhaast profetische combinatie van een duur, modieus colbert met daaronder een spijkerbroek. De cd bevat alle piano-opnamen die hij (vooral voor studiedoeleinden), in vier sessies maakte tussen 1933 en '43.

De eerste sessie had plaats in Londen, in de Abbey Road-studio, de rest in New York. Een deel van het materiaal was al te vinden op vier elpees die Columbia in de jaren zeventig uitbracht ter gelegenheid van Ives' honderdste geboortedag, maar nu is voor het eerst alles beschikbaar.

Het gebodene bestaat voor een groot deel uit een lappendeken van verschillende stukken die zijn gered van het onvoltooid gebleven Emerson Concerto, inclusief een deel van de Concord Sonate. Het 'Emerson' blijkt hier Ives' blues te zijn: materiaal waaruit hij naar hartelust kon putten, en dat in zijn onvoltooide vorm misschien wel waardevoller was dan een voltooid Emerson Concerto ooit had kunnen zijn.

Ives' manuscripten staan bekend om hun onleesbaarheid. Hij schreef over eerdere aantekeningen heen, corrigeerde tussen de regels, krabbelde overal stukjes bij, of haalde stukjes weg - maar iedereen die op deze cd aanwijzingen hoopt te vinden voor de definitieve versies van de pianomuziek moet tot de conclusie komen dat zoiets bij Ives nimmer aan de orde kan zijn.

Aan de piano combineert hij verschillende uitgeschreven stukken, waarbij hij gedeelten weglaat en toevoegt, en de muziek vleugels geeft. Hij speelt een cadens op een van de versies van een 'Transcriptie van Emerson', laat die de volgende keer weer weg, herneemt er dan weer een stukje van, en speelt vervolgens de hele cadens mét een geïmproviseerde uitbreiding (het cd-boekje voegt bij die puzzels gelukkig een gedetailleerde uitleg).

Improvisaties en uitgeschreven variaties maakten wat Charles Ives betreft deel uit van een en hetzelfde proces. Voor Ives was het onvoltooid laten van een stuk een manier om het voort te laten leven, het door te laten ademen. De vorm vastleggen, betekent het stuk vermoorden - had de filosoof Emerson kunnen zeggen.

Ives werd nijdig als een zogenaamde virtuoos een partituur afdeed als 'onspeelbaar'. Op zulke momenten was een gang naar de piano zijn beste verweer. Maar het moet gezegd, Ives is als vertolker van eigen werk al te verzot op het gebruik van het rechterpedaal (de doorklinkeffecten worden verergerd door de donkere, oude opnamen). Frappant genoeg komt Ives uit al die Emerson- en soortgelijke stukken veel meer naar voren als een broeierige laatromanticus, dan als de volksdansende schelm uit Connecticut.

Helaas, tijdens geen van de sessies probeert Ives iets dat lijkt op de autobiografie-met-muziek die Jelly Roll Morton in 1938 opnam. Het zou ook te veel zijn gevraagd: het 'drummen' dat de jonge Ives op de piano schijnt te hebben gedaan; de geluidsexperimenten van zijn vader en de aanmerkingen daarop van Ives junior; ook voorbeelden van Charles' theatermuziek ontbreken, tenzij we stil mogen staan bij het variétéwijsje (volgens mij: Hello My Ragtime Gall) dat hij incorporeert in een versie van Study No. 23. In een opgewekte March No. 6 is een oud schoollied te horen.

Het opzienbarendste stuk - en misschien het enige dat bestemd was voor openbare uitvoering - toont Ives als ongelikte populist par excellence: bij een sessie uit 1943 zingt en speelt hij They Are There!. Dat is een anti-fascistische lofzang, waarin muziek en tekst dankbaar heen en weer kaatsen naar allerlei patriottische Americana, zoals Rally Round the Flag, Columbia, Gem of the Ocean, Over There en The Star-Spangled Banner. Ives zingt het met alle bierdrinkerstimbres die hij maar kan opbrengen. (Hij had er drie opnamen voor nodig om zijn stembanden en longen los te maken; de piano die klinkt als een bazooka is er vanaf de eerste opname.)

Toch nog iets van een handleiding voor uitvoerenden, met andere woorden. They Are There! zou verplicht beluisterd moeten worden door iedere zanger die zich aan de 114 Songs waagt, of aan ander vocaal werk van Ives. Kennelijk was het vooral de ruwe authenticiteit die hij liefhad in de muziek van zijn jeugd, en probeerde te vangen toen hij eenmaal volwassen was. Hij laat horen hoe die tot leven kan komen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden