Amsterdam wil 'kunsthal' voor de fotografie

Amsterdam krijgt een vooraanstaand centrum voor de fotografie. Alsnog, zou je kunnen zeggen. Maar dan lijkt het net alsof 'Amsterdam' zoveel jaar na dato de fotoinstituutstrijd weer oprakelt en een lange neus trekt tegen Rotterdam, waar het Nederlands Foto Instituut (NFI) is gevestigd....

NICOLINE BAARTMAN

Van onze verslaggeefster

Nicoline Baartman

AMSTERDAM

Monshouwer zegt liever weer in plaats van alsnog: Amsterdam krijgt weer een centrum voor de fotografie. Want het 'FotoCentrum', zoals het voor het gemak even heet, moet veeleer een vervolg worden op galerie Canon Image Centre, dat in 1993 dichtging (en waarvan Monshouwer ook directeur was). Die 'omissie' wordt, als het aan Monshouwer en zijn medestanders ligt, 'eindelijk weer opgevuld'.

Er gebeurt veel te weinig en te marginaal op het gebied van de fotografie in Amsterdam bij gebrek aan een fatsoenlijke expositieruimte, terwijl er nergens in Nederland zoveel fotografen wonen en werken. Dat is een veelgehoorde klacht. Die klacht was aanleiding voor de Stichting Photo Plaza, onder voorzitterschap van fotograaf Paul Huf, om opdracht te geven tot het onderzoek.

Veertig gesprekken voerde Monshouwer met uiteenlopende vertegenwoordigers van de 'fotografische gemeenschap', waaronder, naast fotografen, afgevaardigden van het Stedelijk Museum, World Press Photo en het Maria Austria Instituut, maar ook van Galerie 21/2 x 41/2 en Adam Centrum voor Fotografie. De resultaten daarvan zijn nu gepresenteerd in een rapport, Amsterdam & Fotografie. Deze week werd het eerste exemplaar uitgereikt aan L. Cornelissen, wethouder kunst en cultuurbeleid van Amsterdam.

Monshouwer spreekt nadrukkelijk van een centrum, niet van een intituut of een museum. Expositie en ontmoeting zouden de voornaamste taken moeten worden, daaraan is de meeste behoefte, zo blijkt ook uit het rapport, en niet onderzoek en collectiebeheer. Levendig en makkelijk toegankelijk moet het zijn; een plek waar allerhande lezingen, presentaties en exposities plaats kunnen vinden, bestemd voor profs en/of liefhebbers.

Daartoe zijn een hal bedacht van zo'n zevenhonderd vierkante meter als podium voor grote, (inter)nationale, lang lopende exposities, een galerie van tweehonderd vierkante meter voor kleine, wisselende tentoonstellingen, en een horecagelegenheid. 'Kenmerkend voor het centrum is dat het zich bevindt op het kruispunt van beroepsgroep, bedrijfsleven en het grote publiek', aldus Monshouwer. Aandacht zal er zijn voor het hele fotografische spectrum: van eigentijds kunstzinnig tot historisch, van journalistiek tot commercieel.

Op basis van bezoekersaantallen van manifestaties als het Fotofestival Naarden en World Press Photo is berekend dat het FotoCentrum in het eerste jaar honderdduizend bezoekers moet kunnen trekken. Als die belangstelling doorzet, zou het centrum na drie jaar (met 140 duizend bezoekers) al zelfstandig kunnen opereren op basis van eigen inkomsten uit entree en horeca, plus sponsorgeld, bijdragen van 'Vrienden' en projectsubsidies.

'Het is dus ook inhoudelijk onafhankelijk. Ook daarin zit een zichtbaar verschil met Rotterdam. Dit centrum werkt heel pragmatisch, het lonkt nadrukkelijk naar het grote publiek. Ik vind zelf dat er juist voor die grote groep van geïnteresseerden te weinig is.'

Op papier ziet hij er veelbelovend uit, de Amsterdamse 'kunsthal voor de fotografie'. Nu de realiteit nog. 'De eerste slag is alvast binnen', zegt Monshouwer. De scheidende cultuurwethouder heeft het FotoCentrum opgenomen in zijn 'testament'. 'Er is dus in principe financiële ruimte voor vrijgemaakt. Het is afwachten wat zijn opvolger doet, maar het is voor het eerst in jaren dat de fotografie in Amsterdam weer op de politieke agenda staat.'

Wáár het precies zal komen, dat is natuurlijk de volgende zorg. Bij voorkeur in de binnenstad, maar dat is duur. En anders op de IJ-oevers of de Zuidas. Hoe dan ook, een 'flink gebouw' moet het wel wezen, met 'internationale allure', zodat het grote publiek het ook daadwerkelijk weet te vinden.

Of Adriaan Monshouwer dan directeur wordt? Neen. Hij ambieert het niet. Nog niet. Dat heeft hij meteen duidelijk gemaakt bij de eerste gesprekken. Hij wil niets 'claimen'. Maar mocht er gaandeweg een taakomschrijving uitrollen die het directeurschap wel heel aantrekkelijk voor hem maakt, 'dan wil ik best mee solliciteren'.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden