Amsterdam op de helling

Heroïek van de sloop, schoonheid van de afbraak

Peelen Gert

Toen Vincent van Rossem onlangs het hoogleraarschap 'Monumenten en stedenbouwkundige vraagstukken' aan de UvA aanvaardde, liet hij er in zijn oratie geen twijfel over bestaan dat stadsvernieuwing in zijn ogen gelijk staat aan stadsvernieling. Met name de twintigste-eeuwse stadsontwikkelaars moesten het in die rede ontgelden, met hun neiging tot kaalslag ten faveure van doorgaande wegen, kantoortorens, parkeergarages en andere welvaartbevorderende artefacten.
Van Rossems ijkpunt voor behoudwaardigheid is de monumentale architectuur van de Gouden Eeuw. Maar ook de beruchte 'revolutiebouw' uit de tweede helft van de negentiende eeuw, met slecht verlichte en dito geventileerde mensenpakhuizen als kommervol resultaat, verdient bij hem de status van absolute onaantastbaarheid. Het is een eenvoudig te hanteren maar wat romantisch uitgangspunt bij het beheer van architectonisch erfgoed.



Toch is ook Van Rossems voorkeur een tamelijk willekeurige. Veel van wat er in met name de zeventiende eeuw gebouwd is, verving eerdere middeleeuwse bebouwing, die de ware romanticus het water in de mond zou doen lopen. Sloop en kaalslag zijn geen moderne verschijnselen en stonden ook aan de basis van de grote stadsuitbreidingen in de Gouden Eeuw, zoals blijkt uit De grote uitleg van Amsterdam, de schitterende, uitputtend gedocumenteerde en rijk geïllustreerde dissertatie van historicus Jaap Evert Abrahamse.



Vóór een uiteindelijk gezichtsbepalende grachtengordel kon worden aangelegd, moest er worden onteigend, gesloopt en geëgaliseerd. De bestuurders van weleer zijn achteraf zelfs geprezen vanwege de nietsontziende inzet van 'het heroïeke middel om alles zonder eenige verschooning te vernietigen en tabula rasa te maken.' Clandestiene 'buitengetimmerten', die het voor de stadsverdediging noodzakelijke vrije schootsveld beperkten, werden met de grond gelijkgemaakt. De bewoners van de buitengebieden ruimden het veld. Zij waren het stadsbestuur toch al een doorn in het oog omdat zij massaal de belastingen ontdoken. Het mag een daad van barmhartigheid heten dat er überhaupt werd omgezien naar vervangende woonruimte voor de verdrevenen, veelal 'luyden van sobere conditie ende gansch geen vermogen'.



Hoewel er financiële redenen in het spel waren - uitbreiding van het stedelijk grondgebied leverde geld op uit grondverkoop en via meeropbrengsten uit belastingen (de zogeheten 'melioratie') - was het voornaamste motief om tot stadsuitbreiding te besluiten toch het feit dat Amsterdam te klein werd voor de massale toestroom van nieuwkomers aan het eind van de zestiende eeuw. Het gemoedelijke vissersdorp, op de plek waar de Amstel uitmondt in het IJ, was geleidelijk uitgegroeid tot een stad in wording, maar maakte plotseling ernstige groeistuipen door. Mede als gevolg van de Tachtigjarige Oorlog was er na 1585 bijvoorbeeld een ongehoorde toename van met name Vlaamse vluchtelingen, nadat Antwerpen, Mechelen, Brussel, en eerder Gent, in Spaanse handen waren gevallen. In vijftien jaar tijd bleek het inwonertal gegroeid van 30.000 naar 50.000 in 1600. In 1622 bedroeg het al 105.000.



In 1585 vond de eerste, nog bescheiden 'uitleg' plaats: onder andere de Lastage, het gebied ten oosten van de toenmalige stadskern, waar scheepswerven te vinden waren, werd binnen de stadsomwalling gebracht.


Bij de tweede uitleg, een paar jaar later, werden de oostelijke haveneilanden Uilenburg, Valkenburg en Rapenburg geannexeerd. De derde uitleg vond na 1609 plaats en was ambitieuzer van opzet. De uitbreiding omvatte de westelijke, naderhand als Bickerseiland, Prinseneiland en Realeneiland benoemde haveneilanden, de Haarlemmerbuurt, de Jordaan en de westelijke grachtengordel tot aan de huidige Leidsestraat.



Aanvankelijk voorzag het plan, naar ontwerp van stadstimmerman Hendrick Jacobsz Staets, in het doortrekken van de grachtengordel in oostelijke richting. Staets presenteerde zijn ontwerp in dichtvorm e

n zonder spoor van valse bescheidenheid als ''t Patroon van 't gansche Werck met alle syne Grachte / Met al syn Straten, met syn Wallen, Forten, Krachten.' Het stadsbestuur oordeelde dat het plan, hoewel 'een stuck van importantie', 'veel te groot begrepen' was, indachtig het uitgangspunt dat het hele project 'buyten coste van dese stadt' moest worden gerealiseerd.
Het mocht, kortom, de stad geen cent kosten, en bovendien zou een te omvangrijke uitleg maar 'vreemt, arm ende onnut volck' aantrekken. Overigens, en hier dringt een vergelijking met de huidige problemen rond de Noord-Zuidlijn zich op, bestonden de ramingen van uitgaven en inkomsten waarop het stadsbestuur zich baseerde uit natte-vingerwerk, wishful thinking en mooie ronde getallen. Onvoorzien was bovendien de vertraging die het project opliep door een conflict met hogere overheden en doordat de onteigening van de buitengetimmerten stuitte op 'menichfuldige swaericheyden, difficulteyten ende consideratien'.



Het werd uiteindelijk een verkleinde uitleg, die zich concentreerde op de gebieden ten westen van de stad. Desondanks ging het bestuur langs de financiële afgrond en moesten de tegenvallers worden goedgemaakt door voorrang te geven aan het graven en bouwrijp maken van de Herengracht, bestemd als exclusief woongebied voor de rijken. De kavels werden geveild voor een totaalbedrag van fl. 555.198,- waarvan de helft als hypothecaire lening tegen 6,25 procent rente.
Mogelijk zijn het ook kostenbesparende overwegingen geweest, die het stadsbestuur deed besluiten om een zuidwestelijk gelegen buitengebied, met de daarop aanwezige getimmerten en inclusief haar merkwaardige diagonale sloten- en padenstructuur, intact te laten. We kennen het nu nog als de Jordaan (van het Franse 'jardin' voor tuin) een buurt die ook latere, rigoureuze afbraakplannen heeft overleefd.



Met een vierde uitleg, gerealiseerd in de jaren zestig van de zeventiende eeuw bereikte het grondgebied van Amsterdam een vervijfvoudiging ten opzichte van dat in 1585. Het plan voorzag in het inkapselen van de oostelijke haveneilanden Rapenburg, Kattenburg en Oostenburg en het doortrekken van de grachtengordel aan de oostkant van de stad, maar bleef deels onvoltooid. Het rampjaar 1672 - het volk redeloos, het land reddeloos en de regering radeloos als gevolg van een gelijktijdige oorlog met Engeland, Frankrijk en de bisdommen Münster en Keulen - werd het noodlottig eindpunt.



Een groot stuk oostelijk grondgebied bleef onbegracht en onbebouwd doordat het onverkoopbaar bleek. Het stadsbestuur, van de nood een deugd makend, verkavelde de grond, verhuurde het en doopte het 'de Plantage'. Gegadigden voor zo'n moestuin waren er wel, ondanks 'quade en kladderige wegen'. En later zouden de Hortus, ingericht tot het kweken van 'nutte en rare kruijden en planten' en Artis zich bij hen voegen.



De Plantage was het eindpunt van een betrekkelijk korte periode met explosieve stadsontwikkeling. Amsterdam zou de draad van de stadsuitbreiding - niet toevallig met het alsnog bebouwen van de Plantage - pas in de tweede helft van de negentiende eeuw, weer oppakken. De uitleg in de zeventiende eeuw is wel eens heroïsch gekenschetst als een geniaal alomvattend masterplan, geïnspireerd door zeventiende-eeuwse ideeën over 'de ideale stad'.



Onzin, oordeelt Abrahamse. Die plannenmakers waren pragmatici die de geldbuidel nimmer uit het oog verloren. Enig praktisch inzicht was toereikend om in te zien dat een rechte kavel handiger is dan een schuine, en dat 'de corte linie' en het 'zoveel mogelijk in de haak brengen', die in de grote uitleg het principe vormden, tot 'de minste coste' leiden.



Wie grachten graaft, zal bruggen moeten bouwen. Dat heeft Amsterdam door de eeuwen heen dan ook voortvarend gedaan. Al die bruggen dragen nummers en de teller staat op dit ogenblik op bijna drieduizend, zij het dat de lijst ook de inmiddels verdwenen bruggen o

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden