Columnsylvia witteman

Amsterdam is veranderd. Wat betekent dat voor de fameuze Amsterdamse humor?

null Beeld
Sylvia Witteman

Wat is een Amsterdammer? Inmiddels is nog maar eenderde van de inwoners van Amsterdam in Amsterdam geboren, eenderde is import van elders in Nederland en nog eenderde komt uit het buitenland. Veel ‘echte Amsterdammers’ zijn verhuisd naar Oostzaan, Amstelveen, Almere of Purmerend. Er wonen 180 nationaliteiten in Amsterdam.

Wat betekent dat voor de fameuze Amsterdamse humor? ‘We zijn enorm lollig in Amsterdam, daar word je wel eens beroerd van’, schreef Simon Carmiggelt ruim een halve eeuw geleden. Toen ik zelf in de stad kwam wonen, jaren tachtig, kwam ik nog geregeld zo’n echte Amsterdamse lolbroek tegen, maar tegenwoordig kun je gerust een komkommer op de markt kopen zonder dat de koopman buldert: ‘Nou, mop, als-ie niet past mag je ’m ruilen!’

Van een lezeres kreeg ik een fijn boekje uit andere tijden. De Amsterdammer zwart op wit, uit 1938, van Johan Luger, toenmalig geliefd columnist voor De Telegraaf, met tekeningen van de (inmiddels niet meer zo) beroemde Jo Spier.

Ook Luger stelt op de eerste bladzijde de vraag ‘Wat is een Amsterdammer?’ en geeft het voor de hedendaagse lezer misschien wat raadselachtige antwoord: ‘Er zijn vele Amsterdammers die verdienden ergens anders geboren te zijn, in het Apollokwartier b.v dat niet strikt tot Amsterdam behoort, o.a. omdat er een promenade is waarvoor wij ons dermate geneeren, dat wij er dertien bochten in gelegd hebben zoodat niemand een directe blik heeft van de Amstel naar de strafgevangenis.’

Een lelijke zin, maar toch interessant: met die ‘promenade’ bedoelde Luger ongetwijfeld de Apollolaan met in het verlengde de Olympiaweg. Dat door Berlage ontworpen ‘Apollokwartier’ (inmiddels beschermd stadsgezicht) was toen recente, blijkbaar niet door iedereen enthousiast ontvangen nieuwbouw.

‘Eenige eeuwen omgang met een ras, dat een onverwoestbare humor bezit, heeft de Amsterdamse geest met een weldadige straal Joodsche humor doorlicht’, vervolgt Luger. In 1938 dus, toen nog zowat een op de tien Amsterdammers Joods was. Frappant: tijdens de Duitse bezetting, kort daarop dus, bleek Luger volkomen fout. Zelfs toen het grootste deel van de Telegraaf-redactie in oktober 1944 opstapte omdat het geheul met de nazi’s ze te gortig werd, bleef Luger bij de krant, tot de bevrijding aan toe.

Ook frappant: Jo Spier, met wie hij veel samen heeft gewerkt, was Joods. Hij zou in 1943 in concentratiekamp Theresienstadt belanden. Nog frappanter: na de oorlog lekte uit dat Spier in datzelfde Theresienstadt óók fout was, een zogeheten ‘Mussert-jood’ die vrolijke propagandaplaatjes tekende van het ‘gezellige’ leven in het kamp. Daarvoor in ruil woonde hij in een mooi huis met bad en clubfauteuils, waar Mussert zelf hem verse bloemen stuurde.

Maar goed, in 1938 zat Spier dus nog gewoon met Luger een guitig boekje over Amsterdammers te maken. Mooie plaatjes, je kunt goed zien waarom Peter van Straaten zo door hem geïnspireerd werd. Ook de tekst is boeiend, bijvoorbeeld over het gevoel voor humor van ‘de Amsterdammer’: ‘Chineezen en negers hebben zijn opmerkzaamheid, doch niet in vijandige zin. Hij staat toe, dat iemand een andere kleur en een andere stand van oogen geadopteerd heeft en als hij er een grapje op maakt, dan is het een goedig grapje, tenzij de neger of de Chinees hem in andere opzichten heeft geprikkeld.’

Nou, er is niets veranderd, toch? Behalve dan toch de aard van zo’n ‘goedig grapje’: ‘In een van onze concertzalen zong een neger, en een Amsterdammer stelde in zijn omgeving de vraag of er nu na de pauze in plaats van bloemen een tros bananen zou worden aangeboden.’

Ja, dan is 1938 toch wel heel lang geleden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden