Amsterdam Fashionweek: meer kunst dan mode

Zoals in Milaan, Parijs of New York zal het in Amsterdam nooit zijn. De Amsterdamse modeweek, voluit Mercedes Benz Fashion Week Amsterdam, heeft daarvoor te weinig grote, hoogstaande namen op het programma staan. Wel is er op het Amsterdamse Westergasterrein veel ruimte voor talent en experiment. Tegelijk voert commercie bijna de boventoon. Resultaat: er is niet langer veel echte mode (high fashion) te zien, maar vooral kleding en kunst.

II by Claes IversenBeeld Team Peter Stigter

Een jaar geleden werd het voortbestaan van de Amsterdamse modeweek ernstig bedreigd: de gemeente zag te weinig rendement en zette de subsidie volledig stop. Men vreesde dat de Fashion Week van januari 2015 de laatste zou zijn. Dat was gelukkig niet het geval.

Wel betekende het einde aan de gemeentelijke subsidie een verschuiving richting de commercie, die ook deze editie weer merkbaar was. Auto's in spotlights voor de ingang, reclamestands binnen en overal logo's: de sponsoren maakten zich meer dan kenbaar. Daarnaast waren er kaarten voor de shows te koop: zeldzaam op een modeweek, die meestal besloten is en zich uitsluitend richt op een select publiek van inkopers en journalisten.

Ook op de catwalk is de commerciële invloed merkbaar. Zo stonden deze editie onder meer de vrij gewone modemerken Oilily, Tony Cohen en Monique Collignon op het programma.

Tegelijk is de oorspronkelijke instelling van de modeweek behouden gebleven: een platform bieden aan jong talent. Dat krijgt de kans zijn werk te tonen in verscheidene vormen. Dit jaar was naast het Transformatorhuis, waar traditioneel de kleinere shows worden gehouden, de Westerliefde opengesteld als een soort tentoonstellingsruimte.

Het resultaat van deze twee tendensen is dat er op de FashionWeek eerder kleding dan mode te zien is, want: niet uitermate interessant. En kunst, want: wel interessant, maar nauwelijks draagbaar. Uitersten dus. De mode, die er tussenin zit, komt er bekaaid vanaf.

Kleding: Mick Keus

'Warning: this show contains reality', stond er op de folie om het foldertje op ieders plaats bij de show van Mick Keus. De ontwerper heeft een jeansatelier, waar hij oude Levi's 501 op maat vermaakt. Die spijkerbroeken, en de klanten die ze dragen, stonden centraal in de show. Geen modellen, maar echte mensen dus. Vandaar de waarschuwing. Veel jonge types die prima in het hokje 'hipster' zouden passen, afgewisseld met een enkele oudere man: het was een grappig gezicht. En het past goed binnen de trend van steeds meer diversiteit op de catwalk. En de broeken? Die zaten natuurlijk allemaal als gegoten. Maar het bleven wel gewoon spijkerbroeken.

Kunst: Sistaaz of the Castle

Twee Zuid-Afrikaanse transgender sekswerkers in kleurrijke, zelfgenaaide outfits: toen ontwerper Duran Lantink en fotograaf Jan Hoek daar een foto van tegenkwamen op internet, dachten ze: hier moeten we iets mee. Ze vlogen naar Zuid-Afrika om de leden van die groep, de Sistaazhood, te ontmoeten en hun project was geboren. Lantink ontwierp kopieën van hun droomoutfits, Hoek maakte foto's van zes Sistaaz.

In de show kwam alles samen tot een haast hysterisch hoogtepunt. Op volledig rijdende decors toonden modellen de collagistische creaties, ondersteund door vertellingen van de Sistaaz die op muziek waren gemonteerd. Glimmend rode latex kousen, twee paar gympen verknipt tot één nieuw paar, een pak van drie spijkerbroeken: niets was te gek, alles kwam voorbij. Draagbaar? Allesbehalve. Kunstzinnig? Zeker. Commerciëler waren de fan-shirts, met daarop gedrukt portretten van de zes Sistaaz. Gedragen door een grote schare modellen, verder gehuld in uniseks pakken, die de rijdende decors voortduwden.

De casting sloot aan bij de achtergrond van de show: androgyne types en transgenders van alle vormen en leeftijden liepen mee, soms met moeite hun trots verhullend. De boodschap was duidelijk: een eerbetoon aan en roep voor emancipatie van een gemarginaliseerde groep. En die boodschap ontroerde: niet alleen kreeg de groep modellen een staande ovatie, er vloeiden zelfs tranen in het publiek.
(Tekst gaat door onder de foto)

Ontwerper Duran Lantink en fotograaf Jan Hoek met hun project Sistaaz of the CastleBeeld Team Peter Stigter
De decorstukken werden tijdens de modeshow voortgeduwd.Beeld Team Peter Stigter

Kleding: II by Claes Iversen en SIS by Spijkers en Spijkers

Misschien wel de grootste namen van de Amsterdamse modeweek: de tweeling Spijkers en Spijkers en de Deens-Nederlandse Claes Iversen. Beiden zijn als een van de weinige grote namen in Nederland gebleven met hun shows, beiden tonen op de modeweek hun betaalbaardere lijn, beiden borduren voort op bekende thema's. Voor II (Two) by Claes Iversen betekende dat (wederom) een romantisch, sprookjesachtige collectie met veel kant en de kenmerkende bloemenapplicaties, ditmaal in seventies kleuren als zeegroen, donkerrood en camel. De gezusters Spijkers brachten ook een collectie met jaren '70-invloeden, waarin twee prints de leidraad waren: een savannelandschap en een geabstraheerde tijgerkop. Nieuw waren de tassen aan de arm van de modellen: een nieuwe productlijn wellicht voor de zussen, die ook al een tijdje goed boeren met hun brillenlijn voor Specsavers.
(Tekst gaat door onder de foto)

SIS by Spijkers en SpijkersBeeld Team Peter Stigter
II by Claes IversenBeeld Team Peter Stigter

Kunst: Maison the Faux

Afsluiter op de maandagavond was de show van Maison the Faux, het duo dat kortgeleden door kenners werd uitgeroepen tot Modetalent van 2016. In de grote Gashouder geen traditionele catwalkshow, maar een 'fauxperience'. Bezoekers moesten onder beukende technomuziek plaatsnemen tussen dranghekken, alwaar zich een rij vormde voor een huisje aan het eind. Ondertussen marcheerden modellen driftig en gehaast door de menigte, af en toe poserend voor de echte én nepfotografen die zich op de tribune hadden verzameld.Wie goed zijn best deed, kon nog best wat van de ontwerpen meekrijgen: veel jeans en beige, met hier en daar een opzichtig logo of uitgebreid kralenborduursel. Het ging hier echter duidelijk meer om de ervaring van de bezoeker dan om de kleding zelf. Die bezoeker was veelal ontdaan door het spektakel: na afloop waren er vooral veel verbaasde, vragende blikken.

SIS by Spijkers en SpijkersBeeld Team Peter Stigter

Kleding: Lola + Lou en Tess van Zalinge

Nieuw op de modeweek was ontwerper Tess van Zalinge. Ze was eerder als deel van ontwerperscollectief Moam betrokken bij de eerste Moam x Hema lijn, nu toonde ze tweemaal eigen werk. Samen met Malou van den Broek lanceerde ze lingeriemerk Lola + Lou. Een collectie in zwart en groen, met kant en zijde, geïnspireerd op Amerikaanse motels, liet weinig aan de verbeelding over.

Interessanter was het werk onder haar eigen naam. Ook lingerie, maar een stuk minder nietsverhullend, met een sterker concept erachter. 'Geschapen land | Landschap' was de titel, de ontwerpen gebaseerd op het Nederlandse landschap. Terugkerend was een print van vervagende strepen in blauw, groen en grijs, als wanneer je vanuit een hard rijdende trein de polder in kijkt. De modellen waren net boerenmeisjes: sproetjes en warrig opgestoken haar. De ontwerpen hadden die lieflijke onschuld in zich, met pastelkleuren en kanten randjes, en waren tegelijk uitdagend, met de doorzichtige stoffen en de hoog uitgesneden slips.
(Tekst gaat door onder de foto)

Tess van ZalingeBeeld Team Peter Stigter
Tess van ZalingeBeeld Team Peter Stigter

Kunst: Jef Montes

Montes is een talent dat al langer meedoet aan de Amsterdamse modeweek. Hij staat bekend om zijn bijzondere materiaalgebruik, een aspect dat hij in zijn laatste show tot het uiterste doorvoerden. Slechts gehuld in een glimmend, grijs gewaad kwamen modellen de catwalk op. In hun handen een ballon gevuld met water, die ze zelf moesten doorprikken. Zodra het water hun kleding raakte, begon die te verdwijnen: de gaten vielen er letterlijk in. Het ingrediënt dat zorgde voor deze metamorfose: draden van gelatine.

Aan het einde van hun ronde over de catwalk kregen de modellen nog eens een kom water over zich heen, waardoor de jurken nog verder desintegreerden. In de tweede ronde die volgde, liepen sommigen met niets meer dan een paar slierten om het lijf rond. Montes wilde met dit alles de vergankelijkheid van de mode aankaarten. Een bijzondere invalshoek, die van de show meer een performance maakte dan een modeshow.

Zodra het water de kleding van de modellen raakte, begon die te verdwijnenBeeld Team Peter Stigter
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden