Interview

Amsterdam FashionWeek is radicaal anders

Iris Ruisch, de nieuwe creatief directeur van de Amsterdam FashionWeek, sleutelt aan de presentatie - vormen op de catwalk. Wat gaan we zien?

De Amsterdamse modeontwerper Max Heymans heeft zaterdag zijn collectie voor de komende herfst en winter getoond.Beeld ANP

Een ode aan de Nederlandse mode van gisteren en van vandaag, dat wordt de officiële opening, vanavond, van de Amsterdam FashionWeek. De nieuwe creatief directeur, Iris Ruisch, heeft twee shows geprogrammeerd die samen een overzicht bieden van de grootste namen en merken van de afgelopen decennia.

In de eerste show, Dutch Visionaries, zijn dat onder meer Mac & Maggie, Puck & Hans, Monique van Heist, Spijkers en Spijkers, G-Star en Humanoid. De tweede, Couture & Crafts, gaat nog verder terug in de tijd. In die show worden ontwerpen van oude en zelfs al dode rotten als Max Heymans, Frans Molenaar, Edgar Vos en Percy Irausquin getoond, naast recenter werk van Sheila de Vries, Claes Iversen, Keupr/Van Bentm en Viktor & Rolf.

Net als een museum

Deze opzet is radicaal anders dan die van de eerdere 23 edities van de Amsterdamse modeweek, die doorgaans opent met een show van één ontwerper. Waarom nu deze mix? 'In Nederlandse musea zijn momenteel vijf modetentoonstellingen te zien', zegt Iris Ruisch (40), eerder werkzaam als ontwerper voor merken als Turnover en Laundry Industry en de afgelopen jaren consultant bij moderecruitmentbureau HTNK. Ze doelt onder meer op Ode aan de Nederlandse mode in het Gemeentemuseum in Den Haag. 'Mode is een topic voor het grote publiek, dat is wel duidelijk. Ik wil wat er in die musea gebeurt, naar de catwalk halen. Waarom zou je in een tentoonstelling wel een overzicht kunnen geven en op de catwalk niet?'

Voordeel van zo'n overzichtsshow is dat je sterke ontwerpen van bewezen talenten bijeen kunt voegen. Daardoor wordt de show geheid een stuk interessanter dan wanneer je de soms maar half geslaagde collectie van een jonge, beginnende ontwerper laat zien op de openingsavond. Of de non-descripte kleren van een commercieel merk dat ervoor betaalt om een show te geven. Want zo is het ook nog eens keer met de Amsterdam FashionWeek; het is een van de weinige modeweken ter wereld die het zonder overheidssubsidie moeten stellen. En er moeten gewoon inkomsten zijn.

Creativiteit

Toch, zegt Ruisch, mag ze merken weigeren om het niveau op peil te houden. En verder moet ze vooral creatief zijn. 'Natuurlijk zijn er ook gewoon shows te zien van jonge talenten en gevestigde ontwerpers tijdens de FashionWeek, maar ik zoek naar andere manieren om mode te tonen. Installaties, tijdelijke exposities, ik zal - ook tussen de modeweken door - conferenties en evenementen programmeren.

'Er zijn grote veranderingen gaande in de mode: steeds meer ontwerpers willen af van nóg meer collecties produceren in nóg minder tijd. Ik wil daarop inspelen. Daar passen nieuwe vormen bij. Themashows bijvoorbeeld, zoals die van vanavond. Ik kan me voorstellen dat we een volgende editie van de modeweek openen met een show waarin nieuwe materialen en technologieën centraal staan. Er gebeurt bij jonge ontwerpers zó veel op dat gebied.'

Iconen

Maar eerst een hoop oude ontwerpers dus, vanavond, op het Amsterdamse Westergasfabriekterrein (plannen om met de modeweek naar Rotterdam te verhuizen zijn gesneuveld). 'Jazeker, iconen', zegt Iris Ruisch. De vijf belangrijkste? Dat is moeilijk kiezen, zegt ze desgevraagd. Maar vooruit, uit elk decennium pikt ze een sleutelfiguur die de Nederlandse mode naar een hoger niveau heeft getild.

De FashionWeek Nederland duurt nog tot en met 18 januari. Vanavond is de officiële opening op het Amsterdamse Westergasfabriekterrein. De komende dagen zijn er shows te zien van onder anderen de ontwerpers Claes Iversen, Jef Montes, Spijkers en Spijkers en het beddengoedmerk Snurk. Op de laatste dag staat de toekomst van de Nederlandse mode centraal in (talk)shows en performances. In Hotel Brave Monday, een 'hotel' in het Transformatorhuis, presenteren jonge ontwerpers zich.

De FashionWeek Nederland duurt nog tot en met 18 januari. Vanavond is de officiële opening op het Amsterdamse Westergasfabriekterrein. De komende dagen zijn er shows te zien van onder anderen de ontwerpers Claes Iversen, Jef Montes, Spijkers en Spijkers en het beddengoedmerk Snurk. Op de laatste dag staat de toekomst van de Nederlandse mode centraal in (talk)shows en performances. In Hotel Brave Monday, een 'hotel' in het Transformatorhuis, presenteren jonge ontwerpers zich. Foto: Iris RuischBeeld x

De jaren zestig

Max Heymans (1917 - 1997)

Iris Ruisch: 'De eerste Nederlandse couturier die echt een beroemdheid werd voor een breed publiek. Door zijn extravagante privéleven en door zijn herkenbare, Chanel-achtige stijl. Heymans heeft de Nederlandse mode uit de klei getrokken. Hij voegde een flinke dosis glamour toe.' Modeontwerpers, zegt Ruisch, waren in het Nederland van de jaren zestig vaak kleermakers, anonieme ambachtslieden zonder eigen handschrift. Heymans profileerde zich als kunstenaar-couturier en gaf het vak daarmee een nieuwe status. Tegelijkertijd was hij bohemien, altijd in geldnood, nogal eens te vinden in Amsterdamse kroegen waar hij, gehuld in zijn eigen vrouwenkleding, jacht maakte op mooie matrozen. Dat sprak tot de verbeelding; Heymans werd als eerste Nederlandse modeontwerper een household name.

Max HeymansBeeld anp

De jaren zeventig

Fong Leng (1937)

'Extravagant, flamboyant, kleurrijk, extreem gedecoreerd', zegt Ruisch over de ontwerpen van de Chinees-Nederlandse Fong Leng, die in 1971 een nu legendarische winkel in P.C. Hooftstraat in Amsterdam opende. 'Heel bekend is ze natuurlijk van haar creaties voor Mathilde Willink, haar muze. Haar werk was uitgesproken fotogeniek en door de weelderigheid ervan een breuk met het decennium ervoor, met de soberder stijl van Max Heymans. Typisch jaren zeventig, kun je zeggen, maar haar werk heeft die tijd ruimschoots overleefd. Nog steeds is ze een inspiratiebron voor jonge ontwerpers. Maison the Faux bijvoorbeeld, daarvan weet ik dat ze graag eens iets met Fong Leng zouden willen doen.'

Fong LengBeeld anp

De jaren tachtig

Frans Molenaar (1940 - 2015)

Ruisch: 'De meester van de snit. Ontwerper met een heel heldere stijl; strakke lijnen, grafische dessins. En altijd een perfecte pasvorm, daarmee is hij een voorbeeld voor ontwerpers van nu als Claes Iversen en Ronald van der Kemp. In de jaren tachtig had Molenaar al een overzichtstentoonstelling in het Gemeentemuseum in Den Haag, zo duidelijk was het dat zijn werk erbovenuit sprong. Een aantal stukken in de show komt uit musea, andere hebben we van klanten geleend.
Heel slanke klanten, ja, al is de maat 34 van vroeger niet dezelfde als de maat 34 van nu. De modellen zijn nu zijn een stuk langer; veel mouwen en rokken bleken te kort.'

Frans MolenaarBeeld anp

De jaren negentig

G-Star (1989), Laundry Industry (1992)

Interessant aan de jaren negentig is, zegt Ruisch, dat het een aantal goede modeontwerpers lukte een wereldwijd merk te vestigen dat een veel groter publiek bereikt dan een salon in Amsterdam. Laundry Industry noemt ze als voorbeeld - ze werkte er zelf een aantal jaren. G-Star ook, het Nederlandse jeansmerk dat meer dan 5.000 verkooppunten heeft in 62 landen. Wegbereider is Mac & Maggie geweest, zegt Ruisch: een van de eerste winkelketens in Nederland die erin slaagde supermodieus te zijn en toch commercieel.

G-StarBeeld G-Star

De jaren nul

Viktor (1969) & Rolf (1969)

Ruisch: 'Viktor & Rolf hebben Nederland als serieus te nemen modeland internationaal op de kaart gezet, vóór hen was dat niemand anders gelukt. Ik vind dat ze nog steeds vernieuwen. Dat ze nu alleen nog maar couture maken, past in een bredere beweging van modeontwerpers die zich terugtrekken uit de ratrace. Viktor & Rolf deden nooit mee aan de Nederlandse modeweek, maar nu hebben ze een couturestuk uitgeleend, daar ben ik heel blij mee.'

Viktor & RolfBeeld afp

Ontvang elke dag de Volkskrant Avond Nieuwsbrief in uw mailbox, met het nieuws van vandaag, tv-tips voor vanavond, en alvast zes artikelen uit de krant van morgen. Schrijf u hier in.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden