Mode Amsterdam Fashion Week

Amsterdam Fashion Weekend was divers, intiem en eigenzinnig

De laatste editie van Amsterdam Fashion Week duurde slechts een weekend, maar was dankzij een paar eigenzinnige modeshows geslaagd. 

Ninamounah tijdens de Amsterdam Fashion Week. Beeld Peter Stigter

Het zou zomaar kunnen dat directeur Danie Bles en haar team de Nederlandse modegeschiedenis ingaan als de redders van Amsterdam Fashion Week. Met de editie van afgelopen weekend zijn ze goed op weg. De tent op het Museumplein was verruild voor een intiem theater midden in de historische binnenstad. En in plaats van krampachtig vast te houden aan een programma dat een week moet duren, besloeg de laatste editie maar twee dagen. Amsterdam Fashion Weekend dus.

Een slimme zet. Want we hebben in Nederland niet genoeg zelfstandige ontwerpers om een volle week met shows te vullen. Talent genoeg, daar niet van, maar voor groot talent wordt Nederland vroeg of laat vanzelf te klein. Want het internationale netwerk en het grote geld zitten in Parijs. En dus presenteren Nederlandse succesverhalen zoals Iris van Herpen, Ronald van der Kemp, Rushemy Botter en Lisi Herrebrugh daar.

Maar wie weet doen ze daarnaast nog eens mee aan de lokale modeweek. Van der Kemp had dit keer alvast de directeur aangekleed: toen Bles vrijdagavond in een goudkleurige blouse stond te shinen, was hij ook een beetje aanwezig. Intussen bewees Ninamounah Langestraat dat Amsterdam en Parijs elkaar niet hoeven uitsluiten. De Nederlandse ontwerper zat vorige week in Parijs en presenteerde zaterdagmiddag dezelfde collectie in Amsterdam.

Niet eens in het Compagnietheater, maar in Museumhuis Bartolotti, een prachtig 16de-eeuws pand aan de Herengracht. Zo had de Amsterdamse modeweek eventjes iets weg van die in Milaan of Parijs, waar de shows her en der in de stad plaatsvinden en waar het tijdens fashionweek lekker mensen kijken is, omdat de doorgaans goed geklede modeprofessionals vaak buiten in de rij staan. Vrijdagmiddag stonden de Nederlandse modeprofessionals op de Herengracht; hooggehakt en met de fietssleutels in de hand.

Langestraat vertaalt haar vrijgevochten jeugd in kunstenaarskolonie Ruigoord naar eigenzinnige en duurzame mode, waarmee ze mensen wil bevrijden van schaamte en waarmee ze volop aandacht trekt. Een diverse casting – denk aan modellen tussen 11 en 60 jaar – is voor haar geen moetje maar een basisvoorwaarde, net zoals het feit dat ze haar kleren zo duurzaam mogelijk maakt. Oude leren banken worden nieuwe leren broeken en ook afgedragen pakken vindt ze prima materiaal.

Afgelopen vrijdag waren meer pakken te zien dan de laatste keer, toen de motorbroek leidend was. Een blauw mantelpak met een klassieke kokerrok en een strak gesneden jasje met brede schouders. Of een driedelig grijs pak, dat werd gedragen door een donker model op hakken met een vierkante neus. Ninamounah gaat op het eigen onderbuikgevoel af en zit daarmee boven op de tijdgeest. Alsof ze allang wist dat de modieuze voorhoede niet meer prat gaat op streetwear en dat het nu bourgeois moet zijn.

Als Amsterdam Fashion Week ergens in uitblinkt, dan is het in ontwerpers die hun eigen ding doen. Van de niemendalletjes die te zien waren tijdens de bizarre dekbeddenshow van Maison the Faux tot de persoonlijke kleren van Sjaak Hullekes. Eerst even over Maison the Faux, een initiatief van Tessa de Boer en Joris Suk. Ze zijn bekend geworden door van alles veel te doen en vooral geen gangbare mode te maken. Een modeshow? Ze hebben het liever over een ‘fauxperiene’.

Vrijdagavond zette ze een theatrale ‘fauxperience’ neer met dekbedden, kaarslicht, brandende salie, dansende modellen in ondergoed en een paar mensen in overalls die tussendoor de catwalk aan het opruimen waren. Het hele spektakelstuk had, volgens mensen die het kunnen weten omdat ze erbij waren, nog het meeste weg van de legendarische feesten in de Amsterdamse nachtclub RoxY begin jaren negentig. Het was een schoolvoorbeeld van hoe je weinig middelen effectief kunt inzetten. De kleren leken bijna bijzaak. Geen probleem, vinden de ontwerpers, want ze hoeven niet zo nodig alleen maar kleren te maken. Ze werken net zo lief aan de vormgeving van theaterdecors of de inrichting van museumzalen.

Dan Sjaak Hullekes: hij wil niets liever dan kleren maken. Eerder runde hij zijn eigen mannenmodelabel, maar hij kon zich steeds minder vinden in het traditionele systeem waarin de afstand van ontwerper tot product toeneemt naarmate een ontwerper succesvoller wordt en zette samen met zijn vriend Sebastiaan Kramer een eigen productieatelier in Arnhem op, Studio Ryn.

Met zijn nieuwe mannenmodelabel Hu_le_Kes maakt hij precies waar hij zelf zin in heeft. ‘Ook al brandt iedereen het af, ik sta hier helemaal achter. Deze collectie, dat ben ik’, zei de ontwerper na afloop van de show. Hij maakt kleding in kleine oplagen, van antieke tafellakens, restjes wol of ander materiaal dat hij ergens op de kop tikt. Een van de modellen droeg zelfs een linnen werkjas die Hullekes zelf ook vaak aanheeft. Persoonlijker wordt het niet op de catwalk.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.