Amsterdam China Festival

De hele maand oktober staat in Amsterdam de Chinese cultuur in het middelpunt van de belangstelling tijdens het Amsterdam China Festival. Met geïmproviseerde muziek, Chinese rockbands en dj's, kinderconcerten, traditionele verhalenzangers, poëzie, hedendaagse beeldende kunst, dans, theater, Peking-opera, poppentheater en recente Chinese films; in voorstellingen, tentoonstellingen en lezingen.

Amsterdam, diverse locaties, 1 t/m 31 oktober.
Onder meer: Out of Sight in De Appel, 7 oktober t/m 20 november; Nederlandse architectuur voor China in Arcam, 8 oktober t/m 26 november; Yang Fudong in Stedelijk Museum CS, t/m 15 januari 2006.
Voor meer informatie:
Tel. 0900-0192 (www.amsterdamchinafestival.nl).

'Europa weet niet wat er echt aan de hand is in de Chinese cultuur', zegt de Leidse Chinakenner Frank Kouwenhoven, een Tsingtao-biertje soldaat makend. 'Maar waar ze écht weinig weten, is het Chinese ministerie van Cultuur. Pop, rock, religie, oude volkskunst, het is allemaal onbekend of op z'n best verdacht. Ze hebben voornamelijk ervaring met de propagandakanten van de cultuur.'

Een grote vraag voor de organisatoren van het naderende Amsterdam China Festival, is of de Chinese overheid zich eigenlijk wel geroepen voelt een steentje bij te dragen aan extravaganza's als van het Concertgebouw, dat een stoet hoofdstedelijke kunstinstanties meekreeg in de grootste daad van Chinese cultuurimport in Nederland aller tijden: tientallen concerten, theatervoorstellingen, exposities, popoptredens, symposia, jeugdvoorstellingen en presentaties van film en literatuur, alles onder het motto Een nieuwe eeuw, een nieuwe uitdaging.

Kouwenhoven ziet 'maar beperkte animo in Peking' en vindt het eigenlijk best. Samen met zijn vrouw, de sinologe Antoinet Schimmelpenninck, is hij op pad voor het verkennende veld-en onderhandelingswerk. 'Hoe minder steun uit Peking, hoe minder kans op een voet tussen de deur bij het programmeren.'

Op naar het Shanghai Museum, een van de rijkst geoutilleerde musea van Azië, met zijn 120 duizend artefacten gehuisvest tussen een Plein van het Volk en een permanent door dampende files verstopte binnenstads-fly over.

Een minpuntje van de voormalige Ming-dynastie (1368-1644) mag geweest zijn dat de keizerlijke overheid destijds op een nogal kinderachtige manier censuur uitoefende over de kleuren die Chinese kunstschilders gebruikten. Maar wat aardig was in dat tijdperk, zegt Kouwenhoven: 'Om overheidsdienaar te kunnen worden moest je eerst de dichtkunst en de kalligrafie beheersen. Kom daar tegenwoordig eens om.'

Oude schilderkunst, daarvoor moet je in het Shanghai Museum zijn. Vanaf een adembenemende Mistige rivier van de 11de-eeuwer Wang Shen kom je via de kunstenaars van diverse Yuan-, Song- en Tan-dynastieën vanzelf uit bij een sleutelwerk van de grote Wen Zhenming. Wen (Ming-dynastie) schilderde een tuinpaviljoen waar gelukkige zielen worden vermaakt met muziek van tokkelinstrumenten, blazers en percussie - zeg het hele Nieuw Ensemble van Ed Spanjaard en Joël Bons, maar dan in passend gewaad.

'Muziek en beeldende kunst waren in China altijd goede vrienden', verheldert de museumbibliothecaris mijnheer Gu. 'Op dit moment is dat misschien niet zo aan de orde, maar er zijn zóveel Chinezen dat er vast wel weer een paar zijn die die kant op willen.' Gu was musicus, voor hij door de Rode Gardisten als schoonmaker te werk werd gesteld in een voorloper van het Shanghai Museum. 'De Culturele Revolutie was mijn geluk', zegt hij. 'Zo kon ik me verdiepen in de bronsafdeling.'

Het museumrestaurant is internationaal georiënteerd en biedt pasta with duck en pasta with vegetarian. Kouwenhoven bestelt pasta met vegetariër en stelt Gu een samenwerkingsverband voor met de Amsterdamse Nieuwe Kerk. Kalligrafie zou passen in de New Church. Gu knikt, aangenaam getroffen. Een gloednieuwe kerk, dat mag een eer worden geacht.

Shanghai staat vol nieuwe gebouwen. Bouwen gaat hier 's nachts door. Bouwstof nestelt zich als haarversteviger in de coiffures van miljoenen. De helft van alle bouwkranen in de wereld staat naar verluidt in Shanghai. De skyline is tienmaal Manhattan, met net zulke torens, maar dan vaak met kleurige fantasiespitsen in de vorm van hoeden, petten en damescorsetten. 'Je kijkt vreemd op als je naar een wijk zoekt waar je twee jaar geleden zo leuk hebt gegeten, en in plaats van die wijk staat er nu een toren', zegt Kouwenhoven. 'Maar zelfs dat gevoel went.'

Sterk vernieuwd is het Conservatorium van Shanghai in de 'Franse Concessie', een wijk waar vroeger Fransen en Wit-Russen woonden, en joodse vluchtelingen uit Duitsland. Er staan platanen langs de straten. Typisch Frans is ook een Beierse biertuin. Om de hoek houdt de Peking Opera van Shanghai kantoor ('Peking' slaat hier meer op het muziektheatergenre dan op de stad waar dat genre naar genoemd is). In de Franse Concessie zit de grootste muziekwinkel van Shanghai, met zijn piano's en Chinese cithers als de qin en de zheng. Er hangen glamouraffiches van de pianovirtuozen Yundi Li en Lang Lang en van de 12 Girls Band - qua sekse een soort Vivaldi-orkest, maar in muzikaal opzicht een zaak van knievedels, synthesizers en 'romantic energy'.

Daar komt de citherspeelster Wang Wei, zij fietst nog naar het conservatorium. De knievedelaar Huo Yonggang, docent op de erhu en de banhu, heeft een Audi 8 onder de kont. Hij is een beroemd solist. De fluitist Zhan Yongming arriveert, gevouwen rond een foedraal vol bamboefluiten, in een taxi. De meestertokkelaarster Dai Xiaolian (qin) en de luitiste Li Jingxia (pipa) zijn al op de campus.

Daar zijn ook Antoinet Schimmelpenninck en Frank Kouwenhoven van de onderzoeksstichting Chime in Leiden. Ze komen het programma Zevenduizend jaar China in vogelvlucht doornemen, dat de vijf musici in petto hebben als festival-highlight voor de Kleine Zaal van het Concertgebouw. Op de conservatoriumcampus is wel wat veranderd, sinds Kouwenhoven en Schimmelpenninck hier woonden en de Chinese cultuur bestudeerden. Ze zaten er rond 1980, kort na de Culturele Revolutie, op een kamertje met uitzicht op koolstronken en kippenkluiven ('het was de gewoonte dat studenten hun vuilnis uit de ramen gooiden'). Het klankdecor werd bepaald door violisten en trompettisten die buiten op het terrein Beethoven en Haydn tegen elkaar in repeteerden. 'De ruimte was beperkt.'

Nu is er een conservatoriumtoren, met voor de ingang het borstbeeld van een directeur (1903-1999) wiens school het tijdens de Culturele Revolutie in 1967 bitter heeft moeten ontgelden. Musici die iets met Schönberg hadden, kregen kokende olie in de oren. Anderen werden aan de armen opgehangen. De directeur, componist van een Gele Rivier-cantate maar tevens aanhanger van de piano en viool, werd voor de televisiecamera uitgekafferd als propagandist van de decadentie. Zijn dochter werd intussen uit het raam geduwd.

'In China zijn de laatste honderd jaar zóveel omwentelingen geweest', filosofeert Kouwenhoven, 'dat men nauwelijks heeft kunnen nadenken over cultuur die de moeite waard is om te bewaren en cultuur die weg kan.'

Een lift brengt het docentenkwintet naar de twaalfde etage. De gezichten staan monter als de fluitist Zhan Yongming snerpend de replica uitprobeert van een hanenbotfluitje, waarvan het zevenduizend jaar oude origineel ooit bij een opgraving werd aangetroffen, samen met 160 andere botten. 'Mooi dat we dat botje hebben', grijnst Kouwenhoven. 'Anders hadden we het programma 1400 jaar China moeten noemen. Ook leuk, maar zevenduizend klinkt beter.'

De musici Zhan, Wang, Huo, Dai en Li hebben zich voorgenomen het de Amsterdamse festivalgangers helemaal naar de zin te maken. De qin-speelster Dai, vertegenwoordigster van een eeuwenoude kunst waarbij de musicus, zoekend naar peilloze diepten, zacht en in eenzaamheid de snaren beroert, heeft een arrangeur verzocht een melodie geschikt te maken voor ensemble. Uiteindelijk, zo blijkt, zijn bijna alle oud-Chinese melodieën van het vijftal gearrangeerd.

Er klinkt 'een melodie in operastijl die al sinds de vijfde eeuw bestaat'. Het nummer doet onvolledig aan, vindt meesterfluitist Zhan. Hij beweegt de citherspeelsters hun instrument in vierkwartsmaat te betrommelen. Nu klinkt er een soort csardas met een vermoeden van Spaanse castagnetten. 'Dit is helemaal de conservatoriumstijl', mompelt Kouwenhoven bedrukt. Er ontstaat een discussie. Moet er niet een echte slagwerker mee? 'Dat betekent nog eens drie dagen hotel plus een vliegretour erbij. Dat zal directeur Sanders van het Concertgebouw leuk vinden.'

Tijdens een knievedelmelodie van de vermaarde A Bing, een straatmuzikant uit Wuxi, die, vlak voor zijn dood ontdekt, ooit door Mao's cultuurofficials ten voorbeeld werd gesteld aan alle musici van China (Kouwenhoven: 'Een heilige. Dat hij prostituees bezocht wordt in alle biografieën weggemoffeld'), klinkt ganzengesnater. Het is de ringtone van Huo's mobieltje.

We rijden naar een studiootje waar opnamen zullen worden gemaakt voor de festival-cd A journey through musical China. Dai Xiaolian, ontheven van ritmedwang en ensemble-keurslijven, zet er in één keer een qin-solo op die haar collega's ontroert. Als om aan te geven hoe nauw het luistert in deze kunst van tonen en glissandi, wordt nog wat geprutst aan een inzet die volgens Dai een fractie te hoog was.

De knieviolist Huo pakt een banhu en improviseert tussen twee sigaretten door een nog subtielere solo. 'Ik denk dat we die kant op moeten', zegt Kouwenhoven. De sfeer ontspant zich. Dai, wier qin pas sinds vier jaar tot de conservatorium-hoofdvakken hoort ('voor die tijd verdiende ik de kost in de bibliotheek'), brengt het prestige van haar instrument in Europa ter sprake en verhaalt hoe een Duitse student bij haar aan kwam zetten met zijn ouders. 'Ik deed open en noodde de familie binnen in mijn beste Duits: Auf wiedersehen.'

Huo (38), die als kind van negen met vedel en tandenborstel naar het conservatorium van Peking werd gestuurd, drieduizend kilometer van huis ('Ik hoorde tot de eerste generatie die na de Culturele Revolutie naar het conservatorium kwam'), memoreert hoe onlangs zijn kostuumhoed afviel bij een opkomst met groot traditioneel orkest, tot hilariteit van het publiek. Huo betoogt dat hij ook zingt, en zet een opname op van zichzelf. Het blijkt Italo-pop, met pauken en synthesizers.

Kouwenhoven en Schimmelpenninck verheugen zich op een tocht naar de provincie Hubei. Daar was het 'klokken voor kanonnen' toen de bouw van een legerbasis in 1977 werd opgeschort. Bij graafwerkzaamheden kwamen resten naar boven van het paleis van een markies genaamd Yi. Yi bleek begraven in het gezelschap van een compleet hofinstrumentarium van 65 bronzen klokken en 32 klankstenen. Enkele tientallen echtgenotes, vermoedelijk gewurgd, hoorden ook tot de grafgift, maar belangrijker voor Kouwenhoven zijn de 2500 jaar oude klokken. Een kopie van het monsterinstrumentarium zal bespeeld worden in het Amsterdamse Tropeninstituut.

Kouwenhoven: 'En wat geen westerling gelooft: die klokken wijken totaal af van het Chinese toonsysteem dat we allemaal kennen.' In plaats van vijf tonen in het octaaf - de pentatoniek die iedereen kent die wel eens bami heeft gehaald bij de Chinees, en die eenvoudig te reproduceren valt door alleen de zwarte toetsen van een piano aan te slaan - vertegenwoordigen de klokken in Hubei een systeem, vergelijkbaar met de twaalf tonen van de Westerse muziek. Maar wát erop gespeeld werd, weet niemand. Er zijn geen partituren.

Die zijn er wel bij de Peking Opera van Shanghai, waarvan de traditie ruim anderhalve eeuw terugreikt. In het repetitielokaal roeren steracteurs, 'generaals', zich met enorme stemverheffing over de vrouw van de ene, die vermoord is door de ander. Een acrobaat strekt de benen in het raamkozijn.

Tegenover hen, voor een muur die gedecoreerd is met militaire draadbaarden en rugwimpels, zetelt een orkest van Chinese luiten en vedels, een synthesizer, een cello en een contrabas. Hun dirigent, gestoken in een pantalon met de broekband tot de oksels, slaat symfonische passages uit een notenschrift. Partijen in het orkest zijn genoteerd in telefoonnummerachtige cijferreeksen of met luttele noten zo groot als een huis.

Een kleiner maar luider continuo-ensemble, aangevoerd door een klepper, begeleidt bewegingen en stemmingswisselingen in de dialoog met ongenadig accelererende uitbarstingen van trommen en bekkens. Medici in Peking hebben het genre onderzocht op gehoorschade-effecten onder musici en kwamen tot onthutsende resultaten.

In het restaurant dat de Peking Opera aan een traiteur heeft verpacht - de directie heeft de nieuw-Chinese adagia van goed eten en geld binnenhalen op praktische wijze laten samenvallen - wordt de verslaggever voorgesteld als 'Xiong Luolai'. Xiong blijkt algemeen beschaafd Chinees en betekent 'beer'. Besproken worden zangersbezettingen, vliegtickets en zaalomstandigheden. Kan een acteur zich verbergen op het podium van het Concertgebouw?

Kouwenhoven: 'Achter het orgel kan dat, maar zonder die uitstekende vlaggenstokken op de rug.' Nog een probleem: het materiaalvervoer. Kunnen er spullen van de Peking Opera in Denemarken blijven en later naar Amsterdam komen?

De Peking Opera van Shanghai komt in Amsterdam Hamlet spelen. Bewerkt tot De wraak van de prins, is Shakespeares klassieker op het repertoire genomen op verzoek van Deense opdrachtgevers, die erachter kwamen dat de Deen Hamlet en de personages die hem omringen merkwaardig genoeg in de stereotiepen passen van de Peking Opera. De jonge prins. De despotische sheng (Claudius). De trippelende dame met het hoge stemmetje (Ophelia). De geest uit het hiernamaals. Clowns (de nurkse doodgravers).

De directie heeft wat moeite gehad met de voorgewende krankzinnigheid van de gekwelde prins. 'Maar een doodgraver zit erin en voor een schedel wordt gezorgd.' Of men ook gedacht heeft aan het motto To be or not to be, wil Xiong Luolai weten. 'Toevallig hebben we daar een hele vergadering aan gewijd', zegt de chefregisseur. 'Het leek ons een nietszeggende zin in het Chinees. Later zagen we in dat het voor westerlingen veel te betekenen heeft.'

In warenhuisportieken en op de Bund, de rivieroever in het centrum van Shanghai, dansen grote groepen bij wijze van ochtendgymnastiek de Engelse wals op het geluid van een ghettoblaster. Op de 45 televisiekanalen in Shanghai is dagelijks keus uit Peking-opera's in soap versies en zenders met Zuid-Amerikaans voetbal. De krant China Daily meldde onlangs dat een topman van een van de grote Chinese bedrijven de prijs in de wacht heeft gesleept van modelarbeider van het jaar.

Het zijn innovaties die grotendeels voorbij gaan aan de dagelijkse bezoekers van het theehuis achter de Tianshanstraat, waar thee uit de thermoskan minder dan een cent kost, en vergezeld gaat van 'zijde- en bamboemuziek' van vedels, mondorgels, maanluiten en doorrookte stembanden. Ze wordt aangevoerd door mijnheer Zhang (hakkebord). De ambiance is er een van stoppels, petten, solitair naar voren stekende tanden en duttende liefhebbers. 'Deze muziek verwarmt mijn geest', zegt een ontwakende bezoeker (85).

Meeslepend is de dertig minuten lange traditional Mooie tuin, waaraan Zhang een snel deel van eigen hand heeft toegevoegd. Kouwenhoven en Schimmelpenninck willen dat Zhang met acht andere theehuismusici en een theehuismuzikante naar Amsterdam komt, een plan dat zijn bewerkelijke kanten heeft, gezien de leeftijd van de betrokkenen. 'Meneer Zhang', zegt Kouwenhoven, 'de vonken spatten ervan af.'

Zhang heeft een ongehoorde vernieuwing doorgevoerd, een walsritme in de laatste minuten van Lentemorgen in Jiangnan. Toch ziet het ernaar uit dat zijn kunst is aangeland in een herfsttij. Zhang, voormalig architect en aannemer, ging 26 jaar geleden met pensioen. 'Wat vindt u van die nieuwe gebouwen in Shanghai?', vraagt Schimmelpenninck. Zhang: 'Vroeger bouwden we comfortabeler.'


Amsterdam China Festival, t/m 25 oktober op diverse locaties in Amsterdam (www.amsterdamchinafestival.nl).

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden