Ambassadeur van de weidevogel

Ard Schenk op de bres voor grutto, kievit, tureluur en wulp? De fysiotherapeut en schaatslegende treedt zelfs op als verteller in de documentaire ‘Een toekomst voor weidevogels?’....

Door Caspar Janssen

Zowaar!Ard Schenk, schaatslegende, laat de auto stoppen op het Oostdijkje langs de Noord-Hollandse eilandspolder en stapt uit. In het weiland loopt een grutto, het steltlopende vlaggenschip van een typisch Nederlandse probleemgroep: de weidevogels.

Wat heet: even verderop lopen er nog twee. Dat is al heel wat, drie grutto’s, voor dit in potentie zo geschikte weidevogelgebied. Elders in Noord-Holland en Friesland zijn een paar plekken, de laatste paar plekken, waar honderden, soms wel duizenden grutto's, tureluurs, kieviten, wulpen en scholeksters, de leden van de probleemgroep, dicht bij elkaar zitten.

Je zou zeggen: Ard Schenk heeft wel wat anders aan zijn hoofd. Hij was het weekend ervoor nog in het Thialfstadion, bij het WK schaatsen en hij hoort ook volop promotie te maken voor het pas verschenen boek over zijn leven (Ard Schenk, de biografie). En dan heeft hij nog zijn fysiotherapiepraktijk. Maar hij staat hier maar al te graag, zegt hij, op het Oostdijkje. Want weidevogels, dat is wat je noemt zijn nieuwe passie.

Geroep en gejubel
‘Let ook op het geluid’, zegt hij. ‘Prachtig toch.’ Het is het geroep en gejubel van, vooral, de kieviten. ‘Het geluid van de weidevogels in het voorjaar, dat hoorde je vroeger overal in het veenweidegebied. En niet alleen in maart en april, maar tot ver in juni.’

Ard Schenk kan het weten. Zelf is hij een boerenzoon uit de Anna Paulownapolder, hij groeide op met het geluid van de akker- en weidevogels. Toen was het zo vanzelfsprekend dat hij er nauwelijks aandacht aan besteedde. Nu, op zijn 65ste, nu het vaak zo angstvallig stil is op het platteland, heeft hij de weidevogels pas echt ontdekt. Sterker: Schenk is nu zelf ook vlaggenschip, hij heeft zich met volle overtuiging de rol van ambassadeur voor de Nederlandse weidevogels laten aanmeten. In de vorige week gepresenteerde documentaire Een toekomst voor weidevogels? speelt hij, naast de vogels, een hoofdrol, de rol van verteller.

De in opdracht van de Kenniskring Weidevogellandschap gemaakte film laat zien hoe het vanaf de jaren vijftig, door de intensivering van de landbouw, misging met de kwetsbare weidevogels. In de vroegere, kruidenrijke hooilanden die slechts een keer per jaar, vaak pas in augustus werden gemaaid, voelde de grutto zich thuis. Er was rust, dekking tegen roofvogels, vossen en andere predatoren, en er was voldoende voedsel. Maar de hogere landbouwproductie vereiste zwaardere bemesting, minder kruidenrijk grasland en een lager waterpeil om de zware landbouwmachines te kunnen dragen. Machines die al vroeg in het jaar, als de kuikens net geboren waren, begonnen met maaien.

Makkelijke prooi
Als de jonge grutto’s, in of net uit hun ei, al niet sneuvelden door de maaibladen, dan waren ze vervolgens wel een makkelijke prooi voor predatoren van verschillende pluimage. Ondanks miljoenen euro’s aan subsidies aan boeren voor versnipperd weidevogelbeheer, lopen de populaties nog altijd terug.

‘En dat terwijl die oude, Nederlandse weidelandschappen uniek zijn in de wereld’, aldus Ard Schenk. En omdat zestig procent van de wereldpopulatie grutto’s in Nederland broedt, betreft het een typisch Nederlands probleem.

‘Het is geen vijf voor twaalf, maar twaalf uur’, zo besluit Schenk de film, waarin we jonge grutto’s zien sneuvelen door de maaibladen van de landbouwmachines. Die opmerking herhaalde hij vorige week, tijdens de presentatie nog eens, in bijzijn van minister Verburg van LNV.

De presentatie vond plaats op de rand van het Nationaal Landschap Arkemheen-Eemland en dat was niet voor niets. Beheerder Jan Roodhart van Natuurmonumenten, zelf voormalig boer, liet zien waarom het in dit gebiedje wel wemelt van de grutto's, tureluurs en wulpen. Met een natuurlijk reservaat en daaromheen landbouw die volledig in dienst staat van de weidevogels. In de film komen ook de deskundigen tot de conclusie dat alleen het aanwijzen van een aantal grote, weidevogelgebieden de enige manier is om de vogels te redden.

Kruidenrijk
We zien Ard Schenk in de film rondlopen in zo’n kruidenrijk, drassig weiland dat vaag aan vroeger appeleert. De maker van de film, natuurfotograaf Danny Ellinger, zei het eerlijk, voorafgaande aan de vertoning van de film: ‘Het is Ot- en Sienlandschap. Dat heeft de weidevogel nodig. Je moet erkennen dat de intensieve, moderne landbouw haaks staat op biodiversiteit.’

Of minister Verburg die laatste conclusie onderschrijft, is de vraag, wel stelde ze tijdens de presentatie 300.000 euro ter beschikking voor onderzoek naar de meest kansrijke weidevogelgebieden. ‘Er zijn goede voorbeelden van samenwerking tussen natuur en landbouw, aldus de minister’

Als hij eerlijk is, was het hem in eerste instantie minder te doen om de vogels dan om het open landschap, zegt Ard Schenk de volgende dag, net hersteld van het schaatsgala dat nog volgde op de presentatie van de film.

Vanuit de moderne keuken van zijn woning (een voormalige bakkerij) in Grootschermer is er ook al uitzicht op Eilandspolder. Schenk is sinds een paar jaar voorzitter van de Stichting Open Polders, die zich met succes keerde tegen de bouw van vier enorme potstallen in het Natura 2000-gebied, waarin in het voorjaar fluisterbootjes varen en waar Schenk zelf graag kanoot en schaatst.

De potstallenkwestie deed de emoties hoog oplopen in het dorp. De bouwwerkzaamheden waren al begonnen, er werden dammen en verharde paden aangelegd, totdat de stichting door de rechter in het gelijk werd gesteld. De dammen liggen er nog en Schenk heeft nu uitzicht op zo’n dam waarnaast een boer landbouwplastic, machines en pallets heeft geparkeerd.

Strijd
‘Onderdeel van de strijd,’ glimlacht Schenk die er, zo zegt hij, zijn schouders over ophaalt. Andere leden van de stichting – met schoolgaande kinderen – trokken zich overigens wel terug uit de stichting.

De emoties zijn inmiddels wat getemperd. Het is wachten op een beheerplan voor het Natura 2000-gebied. Schenk: ‘Het probleem is dat het beheerder Staatsbosbeheer niet is gelukt om goed samen te werken met de boeren. Dit is natuurgebied, met agrarisch medegebruik. Dat is al meer dan twintig jaar zo. Maar blijkbaar is het Staatsbosbeheer niet gelukt om de pachters duidelijk te maken dat het hoogste doel hier toch natuur is.’

Op initiatief van de Stichting van Schenk deed het Wageningse bureau Alterra alvast onderzoek naar de natuurwaarden en gaf aanbevelingen voor een beheerplan voor het natuurgebied. Uitkomsten van het advies: het waterpeil moet omhoog, de doorstroming moet worden hersteld, de waterkwaliteit moet beter en de ammoniakneerslag moet omlaag. Voldoende stof voor toekomstige discussie. In het plan is het gebied in drie functies onderverdeeld: natuur, weidevogelland en, als compromis, extensieve landbouw.

‘Het is ook een kwestie van smaak,’ zegt Schenk even later, op de dijk. Hij wijst op het uitgestrekte landbouwgebieden ter rechterzijde. Nette kavels met Engels raaigras, geschikt voor hoge productie, dit is vaak wat agrariërs mooi polderland noemen. Ter linkerzijde Eilandspolder-Oost, met drassiger land, met sloten, vaarten en verruiging. ‘Beide kanten hebben een functie; de moderne landbouw voor voedselproductie, en deze kant voor natuur en kleinschalige, extensieve landbouw. Het ziet er misschien minder netjes uit, maar het is wel verrassender.’

Onbestemd
Dat het hele gebied desondanks wat onbestemd aandoet, heeft ook een oorzaak, aldus Schenk. ‘Staatsbosbeheer zou de regie weer in handen moeten nemen. Ze laten veel verruigen. Kleine boeren zijn weggetrokken. Dat is jammer, vroeger hingen de weidevogels hier met de benen uit. Het zou mooi zijn als op de kleine, onrendabele landjes weer hooiland zou komen.’

Schenk leerde het afgelopen jaar, tijdens het maken van de film, enorm veel over de weidevogels. Toen hij Danny Ellinger vroeg om foto’s van weidevogels, vroeg Ellinger of Schenk aan zijn film wilde meewerken. Een deel van de film werd vlakbij opgenomen, in Waterland. ‘Daar doet de boswachter van Staatsbosbeheer het fantastisch, samen met de boeren. Daar zitten de grutto’s en tureluurs zowat op je schouders.’

‘Weet je wat zo mooi is’, zegt Schenk. ‘Als ik na zo’n weekend in Heereveen, in die heksenketel, en na dat schaatsgala gisteravond, hier naar buiten kan lopen, of fietsen, of varen, door dit prachtige Hollandse landschap. Met als enige geluid het geroep en het gejubel van kievit, grutto, tureluur en wulp.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden