Altijd wel een tafel om bij aan te schuiven

Afgelopen zomer verschenen in de kranten foto’s van uitgeputte Afrikanen die meer dood dan levend aanspoelden op stranden waar toeristen uit welvarende landen lagen te zonnen....

‘Veertien kilometer.’ Met die woorden begint Laila Lalami Hoop en andere gevaarlijke verlangens. Zo kort is de afstand die Afrika van Europa scheidt. Bij helder weer zijn de lichtjes van het Spaanse Tarifa vanuit Tanger zichtbaar.

Anders dan de krantencommentatoren moraliseert Laila Lalami niet, maar schetst ze een genuanceerd beeld van een complexe situatie. De Marokkaanse, in de Verenigde Staten wonende schrijfster (Rabat, 1970) opent met een verslag van ‘de reis’ aan boord van een zes meter lange rubberboot. De Zodiac is geschikt voor acht personen, maar dertig mensen wagen er de overtocht in. De kapitein brengt zijn passagiers tot 250 meter voor de Spaanse kust en geeft hun dan het bevel naar het strand te zwemmen. Daar lopen ze recht in de armen van de Guardia Civil.

Vier van de passagiers leren we vervolgens beter kennen. Waarom wilden ze uit Marokko weg en hoe vergaat het hun na de mislukte overtocht? Eén ding hebben ze: ze worden gedreven door de hoop op een beter leven. Ze willen werk en ze willen geld.

Marokko wordt voorgesteld als een corrupt land met corrupte ambtenaren, politieagenten, politici en rechters. Geld en connecties openen alle deuren. Discrete telefoontjes bezegelen dubieuze afspraken. Een echtscheiding, een diploma en een baantje kunnen met smeergeld worden gekocht. Het verhaal speelt onder de vorige koning, Hassan II, die in 1999 stierf. Voor wie hem van corruptie beschuldigt, is de repressie meedogenloos.

Jongeren die tegen deze stand van zaken in opstand komen, sluiten zich aan bij de Muslim Brotherhood en de Islamitische Studentenvereniging, maar als het erop aan komt zien ook deze puristen zich gedwongen een beroep op voorspraak te doen. Het systeem heeft zulke diepe wortels dat er niet aan te ontsnappen valt. Nochtans voelen velen zich tot de Brotherhood aangetrokken, zelfs wanneer ze in een geprivilegieerd, liberaal gezin zijn opgegroeid. Zo gebeurt het dat jongeren conservatiever zijn dan hun ouders. En meer en meer jonge vrouwen besluiten om de hijab te gaan dragen: ‘hoofddoek strak om het gezicht getrokken en een strenge uitdrukking in de ogen’.

De vier migranten die Lalami volgt, vinden niet het geluk en ook niet het ongeluk. Een van de vier is de Guardia Civil te snel af en bemachtigt zelfs papieren, waarvoor hij een advocaat veel moet betalen. Aziz vindt werk en stuurt geld naar zijn familie. Na vijf jaar keert hij met een spaarpotje terug naar het huis waar zijn vrouw geduldig op hem wacht.

Maar anders dan zij had gehoopt, blijft hij maar enkele dagen en het is twijfelachtig of hij haar ooit naar Spanje zal laten overkomen. ‘Ze was eraan gewend dat het kind van de buren zomaar binnen kwam lopen. Ze was eraan gewend dat familieleden zonder dat vooraf aan te kondigen langskwamen. Hij kon zich haar niet alleen in het appartement voorstellen terwijl hij naar zijn werk was. En hijzelf had nu ook zo zijn eigen gewoonten.’ Aziz lijdt aan de typische halfslachtigheid van de migrant die nergens nog echt thuis is.

De mooie Faten wordt wel opgepakt, maar zij weet een bewaker te verleiden. Faten heeft geen papieren en komt in Madrid in de prostitutie terecht. De twee anderen worden teruggestuurd en proberen in Marokko te overleven. Er is altijd wel iemand van wie ze geld kunnen lenen of die hun tijdelijk onderdak biedt. Altijd is er wel een tafel waaraan kan worden bijgeschoven.

Geen van Lalami’s vier migranten zijn zielepoten of slachtoffers. Zelfs Faten, die met het oudste beroep ter wereld aan de kost moet komen, vecht voor haar waardigheid. Ze weigert te beantwoorden aan de fantasie van westerse mannen over ‘jullie Arabische meisjes’ die zouden weten ‘hoe ze een man moeten behandelen’. Lalima heeft een naam voor die fantasieën: odaliskendromen.

Voor westerlingen is en blijft Marokko de plek van het exotische. Murad verdient in Tanger zijn kost als gids voor toeristen die op zoek gaan naar de beatgeneratie. Ze willen het huis zien waar Paul Bowles woonde, het café waar William S. Burroughs hasj rookte en het hotel waar hij Naakte lunch schreef’. Hun nieuwsgierigheid brengt Murad op een idee.

Hij herinnert zich ‘zijn vader die verhalen aan zijn kinderen had verteld, en dat die verhalen vandaag de dag bijna helemaal vergeten waren’. Hij legt Paul Bowles weg en neemt zich voor om zijn eigen verhalen te schrijven.

En dat is precies wat Laila Lalami ook zelf in dit prachtige boek heeft gedaan.

Kristien Hemmerechts

Laila Lalami: Hoop en andere gevaarlijke verlangensSireneVertaald uit het Engels door Maya Denneman158 pagina’seuro 17,95 ISBN 90 5831 390 5SireneVertaald uit het Engels door Maya Denneman158 pagina’seuro 17,95 ISBN 90 5831 390 5

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden