Altijd op weg met de wanhoop in de ogen

Niemand verspilde zijn talent meer dan singer/songwriter Townes van Zandt. De film Be There to Love me is een nieuw pleidooi voor zijn genialiteit....

Als er ooit een nare, egocentrische, zelfingenomen, vernielzuchtige, zijn talenten vergooiende junk in de Amerikaanse muziek heeft rondgelopen, dan was het wel Townes van Zandt. 'The late great Townes van Zandt', zoals hij zichzelf (in een albumtitel) al in 1973 noemde, een kwart eeuw voor zijn ontijdige dood.

Weinig mensen kregen bij hun geboorte zoveel talent mee om liedjes te schrijven en te vertolken. Niemand sprong er zo verkwistend mee om. Townes van Zandt stierf in 1997, op Nieuwjaarsdag, net als zijn grote voorbeeld Hank Williams. Maar die werd na zijn dood betreurd door velen, terwijl over het belang van Van Zandt nog steeds wordt gekissebist, in kleine kring.

De semi-documentaire Be There to Love me is, na een lange reeks tributes en heruitgaven van zijn werk, het volgende pleidooi voor zijn genialiteit. Regisseur Margaret Brown sprak vrienden en familie, filmde op plekken waar de Texaanse troubadour voetsporen achterliet, en nam vooral een diepe duik in de privé-archieven. Al die fragmenten smeedde ze aaneen met psychedelische tussenshots van snelwegen, dashboards, motels en bosschages, die de geestesgesteldheid van de zanger moeten weergeven. Het resultaat is ongeveer even schobbebonkig en chaotisch als het leven van de hoofdpersoon was.

Van Zandt werd op 7 maart 1944 geboren in Fort Worth in Texas. In zijn jonge jaren wees niets er op dat hij zou uitgroeien tot een vleesgeworden personage van Jack Kerouac. Zijn klasgenoten herinneren zich hem als een nette jongen, goed in honkbal, gewoon in dienst geweest. Hij zou net als zijn vader advocaat kunnen worden. Op jeugdfoto's zie je een slanke jongen met witte tanden, strakke scheiding, scherpe neus en priemende, brutale oogopslag.

Dat keurige jongmens, telg van een eerbiedwaardig Texaans geslacht, bleek tot grote mateloosheid in staat. Al jong vluchtte hij naar de grote stad, Houston in zijn geval. Daar ontdekte hij de muziek en om te beginnen de blues en daar vond hij drugs, drank en heel veel vrije tijd om daar optimaal van te genieten. Het strafste verhaal wil dat hij zich na een drankgelag van een week ruggelings van vier hoog uit het raam wierp, opstond en de fles aan zijn mond zette, die net als hij de val ongeschonden had overleefd. Het psychisch onderzoek daarna gaf antwoord op de vraag wat hij mankeerde - manische despressiviteit - maar zou ook zijn herinneringen aan zijn jeugd wegvagen.

De filmfragmenten zijn vaak eigen opnamen van vrienden en familie, of flarden uit obscure tv-programma's. Het begint allemaal heel onschuldig, met een uitzinnig jochie in zwart-wit, dat ook eens een jointje rookt. Later hangt hij de hippe redneck uit, die het grappig vindt odronken met een geweer rond te lopen. In interviews vertelt hij openlijk over zijn omgang met heroïne ('alleen in Houston') en zijn drankverslaving. Hij was een poète maudit op z'n Amerikaans, een man die met een rugzak vol lp's door de woestijn liftte. Met altijd de wanhoop in zijn ogen en om hem heen een eenzaamheid die zich niet laat afschudden.

Zijn vrouwen en kinderen die worden opgevoerd, spreken nog met veel liefde over hem; dochter Katie Belle doet zelfs een ontroerend stukje playback. En ook zijn vrienden uit de muziek - Willie Nelson, Steve Earle, Joe Ely, Emmylou Harris - zijn vol bewondering. Dat hij alles wat hij wilde schrijven eerst ook zelf moest beleven, dat was eigenlijk zijn grootste probleem.

In zijn nadagen was Van Zandt een treurig geval. Tijdens een concert in Nijmegen, in 1996, slaagde hij er niet in één nummer tot een goed einde te brengen. Het interview de volgende morgen moest wegens snel toenemende dronkenschap voortijdig beëindigd worden. 'Het is allemaal kloten, en het gaat nog veel slechter worden', was de laatste verstaanbare zin.

Met een door Steve Shelley van Sonic Youth te produceren album zou Van Zandt in 1997 zijn comeback maken. Het mocht niet zo zijn. Hij verscheen in de studio in een rolstoel, vertelt Shelley. Later bleek dat hij acht dagen eerder zijn heup had gebroken, maar niet naar de dokter durfde te gaan. Niet lang daarna stierf hij, aanbeden door enkelen. Deze film van Margaret Brown zal de kring van bewonderaars niet erg vergroten.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden