Altijd iedereen behagen

Een vat vol tegenstrijdigheden, dat was ze. Ze predikte rebellie, en dat vinden wij nu nog steeds zo leuk aan haar. Haar kleine, dappere hoofdpersonen nemen het op tegen de bazen in de wereld. Pluk, die de bomen en de dieren redt uit handen van bureaucraten. Otje, die haar doorgedraaide vader ontvoert uit de inrichting waar ze hem platspuiten. Maar haar verhalen eindigen altijd gelukkig. Kinderen mochten bij haar 'lekker stout' zijn en 'Bil!' krijsen, maar er was altijd een mama die ze mild terechtwees en een papa die klokslag halfzes thuiskwam uit kantoor. Ze wilde net zo voelen als 'tante Truus', maar had ook een pesthekel aan het mevrouwendom. Een van haar vrolijkste oneliners is: 'Doe nooit wat je moeder zegt' - zélf deed ze heel lang precies wat haar moeder, de verzuurde domineesvrouw uit het Zeeuwse Kapelle, verlangde.

Uiteindelijk bleef Anna Maria Geertruida Schmidt (1911-1995) haar leven lang een keurige, gepermanente mevrouw uit Berkel Rodenrijs. 'Een vrouw die erg haar best deed om een getrouwde mevrouw te lijken', zegt Annejet van der Zijl, haar biograaf. Vandaag verschijnt haar boek, Anna - Het leven van Annie M.G. Schmidt. De filmrechten zijn al verkocht. 'Een hele eer', zegt ze met een verlegen lachje.

Veel van wat Annie M.G. Schmidt ambieerde, ontdekte Van der Zijl, mislukte. Al als puber schreef Zus, het meisje dat geen vriendinnetjes had, gedichten. Hoogdravende gedichten, die haar moeder opstuurde naar tijdschriften. Het werd niks. Ze wilde dolgraag een man hebben, maar belandde van de ene hopeloze affaire in de andere - ook al deed haar moeder wat ze kon om haar via contactadvertenties aan de man te krijgen.

Maar het toeval hielp een handje. De dikke, grijze muis die kort na de Tweede Wereldoorlog op de afdeling documentatie van Het Parool kwam werken, bleek enorm geestige teksten te kunnen schrijven voor het personeelscabaret, De Inktvis. Later werd ze redactrice bij de krant en moest ze reportages schrijven. Als dat niet wilde lukken, schudde de ze in een mum van tijd maar een kinderversje uit haar mouw - versjes die het hart zouden worden van haar schitterende werk. Toen niemand de toneelstukken lustte die ze schreef, maakte ze maar een musical. Al wist ze niet precies wat dat was - een soort toneel met liedjes, dacht ze -, ze werd ervoor gevraagd. Door de Van den Ende uit de jaren zestig: John de Crane. De musicals werden een klaterend succes.

'Als je een sleutel tot haar persoonlijkheid wilt hebben', zegt de biografe, 'dan is het deze: willen behagen. Van daaruit kun je veel in haar leven verklaren. Ze hunkerde naar goedkeuring, naar liefde. Dat was haar kracht, maar tegelijk ook de tragiek van haar leven. Ze schreef haar beste werk als ze er in paniek, vlak voor de deadline, snel iets uitrammelde. Dan kwam haar eigen toon vrij.'

Eerst wilde 'Zus' haar ambitieuze moeder tevreden stellen. Tóen de verloofdes in de jaren dertig - twee dicutabele types, de een was bewonderaar van de Führer, de ander vond een vriendin van haar 'te Joodsch'. Daarna waren het haar progressieve collega's van Het Parool en de 'intellectueel' Dick van Duijn, haar levensgezel met wie ze tot haar verdriet niet kon trouwen omdat hij al getrouwd was. 'Noemt zich mevrouw Van Duijn', las Van der Zijl in het Amsterdams stadsarchief tussen haakjes achter de naam van juffrouw Schmidt. '''Noemt zich.'' Dat vond ik wel ontroerend.'

De kring die de schrijfster moest behagen, groeide vanaf de vroege jaren vijftig snel. Haar uitgever, haar commerciële opdrachtgevers, haar theatervriendjes. Van der Zijl: 'Dan deed ze maar weer een leuke homo in een musical, om wie haar vrienden konden lachen, maar altijd zo dat het publiek zich er niet aan stoorde.' Ook zoon Flip wilde ze behagen. Als Dick en Annie 's avonds thuiskwamen, rookten ze een jointje mee met de puber en zijn vrienden. 'Wat een verhaal hè? Dat heb ik aldoor gedacht toen ik met dit boek bezig was. Wat een verhaal. Wat een leven. Wat heeft ze er veel mee gedaan.'

Twee jaar lang leefde Annejet van der Zijl met Annie M.G. Schmidt. 'Nou, ik kan zeggen: het was leuk. Een achtbaan, dat leven. Af en toe verlangde ik naar een saaiere periode, maar die kwam maar niet.'

Een paar jaar geleden liep ze rond met het idee om een biografie te schrijven. 'Annie M.G. Schmidt kende ik voornamelijk uit de tijd dat ze zo verschrikkelijk populair was, eind jaren tachtig, begin negentig. De ''reserve-koningin van Nederland''. Ik had haar vaak op tv gezien, en die optredens waren perfect. Ze was geestig, stoer en baldadig. Een echte performer. Maar ik dacht: er moet toch ook een mens achter zitten? Je ruikt het als journalist: dit plaatje is te mooi om waar te zijn.'

Toevallig kwam ze Vic van de Reijt tegen, uitgever bij Nijgh en Van Ditmar. 'Ik vertelde hem van mijn vage plan. Meteen riep hij enthousiast: ''Doen!'' Hij organiseerde een bijeenkomt met Flip van Duijn, Matthijs Jetten van de stichting die de literaire nalatenschap beheert, en Ary Langbroek, Schmidts uitgever. 'Toen ik weer buiten stond, was ik ineens de biograaf van Annie M.G. Schmidt.'

Ze aarzelde nog even, maar alles zat mee. Kort nadat ze voor het eerst contact had gehad met Flip, stuitte deze op een dik pak brieven, de briefwisseling tussen zijn ouders uit de begintijd van hun liefde. Hij stelde haar deze brieven ter beschikking, en wat later de vooroorlogse correspondentie tussen Annie en haar moeder. 'Met zulk geweldig materiaal kon ik niet meer terug', zegt Van der Zijl. Er waren weliswaar kort daarvoor twee boeken over Annie M.G. Schmidt verschenen - in 1999 de dissertatie Doe nooit wat je moeder zegt, een monografie van het Schmidts werk; in 2000 Wacht maar tot ik dood ben, een boek van Hans Vogel over haar theaterwerk, dat na zijn dood werd voltooid door Hans van den Bergh - maar een echte biografie bestond niet. Van der Zijl zegde haar baan bij HP/De Tijd op en ging aan de slag. Nog levende vrienden, vriendinnen, familieleden en oud-collega's van Annie Schmidt wilden graag met haar praten.

Pregnante herinneringen aan het werk van de schrijfster heeft ze niet. 'Ik kende haar werk zoals elke Nederlander dat kent. Mijn ouders waren linkse intellectuelen; in die kringen was Annie M.G. Schmidt niet zo populair. Bovendien was ze toen ik klein was - ik ben van '62 - voornamelijk met theater bezig. Die musicals, daar gingen wij niet naar toe. Wij, als verloren generatie', zegt ze lachend, 'hebben dus zelfs het idool Annie gemist.'

Anna is de titel van haar biografie, en niet Annie. Een bewuste keuze. 'Anna, zo noemde Dick haar, en Anna wilde ze zijn voor de man in haar leven. Later ontdekte ik ook dat haar vader haar zo noemde. Zus, zoals ze vóór haar Parool-tijd genoemd werd, vond ik ook een lieve naam. Vriendinnen en collega's uit de bibliotheekwereld noemen haar nog steeds zo. 'Annie', dat was haar publieke persoonlijkheid. Daarom heb ik het laatste deel zo genoemd, over de tijd na de dood van Dick in 1981, waarin ze zich ontwikkelde tot een geweldige mediapersoonlijkheid.'

Typerend vond Van der Zijl dat de naam Annie M.G. Schmidt in huize Van Duijn niet populair was. 'Dat pikte ze trouwens niet. Ze zei: ''Zolang ik geen hoer ben, is mijn naam hier in huis geen scheldwoord.'' Het sterkte mij in mijn keuze voor de titel Anna. Mijn boek is geen beschouwing van het fenomeen Annie M.G. Schmidt, maar het verhaal van het leven van de vrouw erachter.' Daardoor is Anna óók de biografie geworden van mevrouw Van Duijn. In werkelijkheid was Dick maar al te vaak 'meneer Schmidt'. Dat stak hem. Na de geboorte van Flip in 1952 bloeit de schrijfster op. Ze pakt alles aan, en alles heeft succes. Haar kinderboeken verschijnen in enorme oplagen. En dan, lezen we, vraagt haar liefste fijntjes: 'Waarom word je eigenlijk niet gewoon huisvrouw?' Dat moet heel beledigend geweest zijn voor iemand met zo'n groot talent.

'Dick', zegt Van der Zijl, 'nam dat werk voor kinderen niet serieus. In al haar brieven aan Dick staat zegge en schrijve één verwijzing naar een kindergedicht, Stekelvarkentjes wiegelied. ''Waar een mens al niet mee bezig kan zijn'', schreef ze spottend.' Het musicalwerk vond ook al niet veel genade in zijn ogen. 'Daags na een feestelijke première sleepte hij haar mee naar Frankrijk, waar ze een tweede huis hadden. Ze mocht niet nagenieten. Hij was op een calvinistische manier een intellectueel. Zij niet, al had ze veel gelezen. In die zin was ze onbedoeld haar tijd ver vooruit: nu is de vermenging van high en low culture heel gewoon, maar in de jaren zestig en zeventig waren hetb gescheiden werelden.'

Er was iets raars aan de hand met haar creativiteit, ontdekte Van der Zijl. 'Die barstte pas echt los toen Dick in haar leven kwam, en droogde op toen hij dood was. Dat vind ik een van de ontdekkingen van mijn boek. Daar ben ik eigenlijk trotser op dan op het ''nieuws'' dat ik breng.'

Nieuws is bijvoorbeeld dat Annie eventjes getrouwd is geweest met Dicks vader, om Flip de naam Van Duijn te kunnen geven. Nog groter nieuws is dat 's lands beroemdste kinderboekenschrijfster in de nacht van 20 op 21 mei 1995 niet zomaar, na een hartstilstand, in haar slaap overleed. Ze had de dood met pillen een handje geholpen.

'Die officiële lezing was voor mij, net als het hele uiterlijke leven van Annie M.G. Schmidt, te mooi om waar te zijn', zegt Van der Zijl. 'Perfect hoor, na je gezellige verjaardag stilletjes overlijden. Ik wist dat ook Dick een eind aan zijn leven had gemaakt. Op een gegeven moment hoorde ik van mensen hoe het gegaan was. Die zelfgekozen dood paste precies in haar leven.'

Ook als het om dit tere onderwerp ging, kon Schmidt verademend geestig zijn. Van der Zijl schrijft dat Haye van de Heijden, vriend van Flip, wist dat ze de pillen in huis had. Hij belooft haar, mocht dat ooit nodig zijn, haar te 'helpen'. Kort na die afspraak komt ze hem tegen in gezelschap. 'Nee! Nu nog niet!', roept ze hem van verre toe.

Een verhaal, met veel van zulke prachtige scènes, dat is Anna geworden. Niet een diepgaande analyse van het werk. En al evenmin een doorwrochte studie waarin leven en werk expliciet in een 'sociaal-culturele context' bekeken worden. Het zijn twee mogelijke punten van kritiek op het boek. Maar de schrijfster koos welbewust voor een verhalende aanpak.

'Ik heb het altijd opmerkelijk gevonden dat een biografie in Nederland vaak ook een dissertatie is. Een biografie is een levensbeschrijving, niet meer en niet minder. Ik ben iemand die een verhaal wil vertellen, liefst alsof je het in een film ziet. De allermooiste beginzin is voor mij nog altijd: ''Er was eens...''. Daarom zet ik de klok nergens stil voor een beschouwing of een hoofstuk ''sociaal-culturele context''. Maar ik beschrijf het wél allemaal. Hoe ze als progressieveling op een gegeven moment links wordt ingehaald, bijvoorbeeld. Ik heb alles zo verweven, dat je met haar verhaal ook het verhaal van bijna de hele twintigste eeuw meekrijgt. Als de naam Hitler voor het eerst valt, is dat een onbekende politicus in Duitsland die nogal wat succes schijnt te hebben. Na de oorlog bloeide economie op: de koffie ging van de bon en kreeg Annie bij de krant een salarisverhoging.'

'Ook haar werk heb ik bekeken in verband met het leven. Voor mij is haar werk altijd haar gedroomde werkelijkheid: de gezellige, veilige jeugd van Jip en Janneke die ze zelf nooit had gehad, Otje die haar depressieve vader weet te redden. Annie verloor Dick, die ze aanduidde als haar ''vader'' en die doodziek en depressief was toen ze het boek schreef, wél. Ik zal Otje nooit meer kunnen lezen zonder die ellendige tijd uit Annies leven voor me te zien.'

Het authentieke geluid van een schrijfster die zo goed de dromen van mensen kon verwoorden, zal niet snel gedateerd raken, denkt Annejet van der Zijl. 'Erbij willen horen, niet buitengesloten worden, daar schreef ze over, en dat blijft altijd herkenbaar. Verhalen die blijven, gaan altijd over dezelfde: liefde, wraak, macht. Dat zit er bij Annie ook in.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.