Altijd de gewone Middeleeuwer

Geen historicus heeft zo'n weids en divers beeld van de Middeleeuwen opgeroepen als Jacques Le Goff. Op 1 oktober krijgt de Franse 'veelvraat' daarom de Heinekenprijs....

Twaalf was hij toen alles veranderde voor Jacques Le Goff. Het was 1936 en hij las Ivanhoe, de roman van Walter Scott. De jonge Le Goff werd zo overweldigd door de romantiek van ridders en toernooien dat hij zich voornam zijn leven te wijden aan de mediëvistiek. Nu, 68 jaar later, is hij volgens velen de grootste nog levende historicus van de afgelopen eeuw.

De 80-jarige Le Goff - een bon-vivant met onafscheidelijke pijp - is vooral bekend van boeken als La Civilisation de l'Occident Médiéval (De cultuur van Middeleeuws Europa) en La Naissance du Purgatoire. Hij is oud-verzetsman, politiek geëngageerd intellectueel en machtige spin in het web van de Franse geschiedschrijving. Veelzeggende bijnaam: 'de paus van de Middeleeuwen'.

Op 1 oktober ontvangt hij in Amsterdam de Heinekenprijs 2004 voor de historische wetenschap voor 'het fundamenteel veranderen van onze blik op de Middeleeuwen'. Dat gebeurt bij verstek, want Le Goff is ziek. De andere laureaten zijn Andrew Fire (biochemie-/biofysica), Elizabeth Blackburn (geneeskunde), Simon Levin (milieuwetenschap) en Daan van Golden (kunst).

De prijs lijkt verdiend. Le Goff geldt als belangrijkste nog levende vertegenwoordiger van de nouvelle histoire rond het tijdschrift Annales, die in de jaren zeventig en tachtig het vak revolutioneerde. Tegenover de grote-mannengeschiedschrijving van politieke figuren en gebeurtenissen stelt deze school de studie naar het verleden van gewone mensen, met veel aandacht voor de longue durée van economische en sociale structuren en collectieve 'mentaliteiten'. Dat leidde weer mede tot de zogenaamde mentaliteitsgeschiedenis.

Le Goff, in 1924 in Toulon geboren als zoon van een leraar Engels, werd begin jaren zestig door Fernand Braudel naar de Ecole des Etudes et Sciences Sociales gehaald, het Parijse hoofdkwartier van de nouvelle histoire. In 1972 volgde hij Braudel op als directeur en hoofdredacteur van de Annales - hij nam zelfs diens bureaustoel over.

Brede bekendheid verwierf Le Goff toen in de jaren tachtig de mentaliteitsgeschiedenis ongekend populair werd, met bestsellers als Montaillou van zijn collega Emmanuel Le Roy Ladurie. De Middeleeuwen-hausse culmineerde in het succes van De naam van de roos, de roman van Umberto Eco - groot bewonderaar van Le Goffs werk. Le Goff adviseerde bij de verfilming door Jean-Jacques Annaud, maar klaagde later over de 'keukenmeidenromantiek'.

Le Goff heeft altijd gestreden tegen het klassieke beeld van de Middeleeuwen als een duistere tussentijd. Volgens hem liggen in deze periode, die wat hem betreft doorloopt tot de industrialisatie en de Franse revolutie, de wortels van de moderne beschaving. Zijn grote liefde is de dertiende eeuw, de bloeitijd van de scholastiek en de kathedralen.

Steeds probeert hij het leven en denken van gewone mensen te reconstrueren. 'Wie geen macht heeft, produceert geen bronnen. Daarom moet de historicus de mensen een stem geven die geen sporen hebben achtergelaten', zei Le Goff ooit in een interview. Graag verwijst hij naar zijn oude leermeester Marc Bloch, die de historicus de 'menseneter van de geschiedenis' noemde. 'Wanneer hij mensenvlees ruikt, weet hij dat hij zijn prooi heeft gevonden.'

Vakgenoten noemen Le Goff dan ook de 'veelvraat-historicus'. Alles kan hij gebruiken: historische antropologie, demografie, economie, kunstgeschiedenis. Even breed zijn zijn thema's: van theologie tot architectuur, van tijdbeleving tot het droomleven van monniken. 'Je kunt een samenleving niet kennen als je niet weet hoe men droomt.'

Le Goff is niettemin een klassiek historicus. De bronnen zijn hem heilig, en hij is een echte verteller, die moeite doet een groot publiek te bereiken. Geschiedschrijving is een literaire kunst, vindt hij. En een didactisch ambacht. 'Ik ben een onderwijzer', zei hij ooit. 'Lesgeven is voor mij een constante behoefte.' Daarom treedt hij ook veelvuldig naar buiten via radio en tv.

Befaamd werd zijn analyse van de wijze waarop de Kerk tussen de elfde en de dertiende eeuw de middeleeuwse samenleving deed kantelen. In Le Goffs woorden 'daalden toen de waarden neer op aarde'. Zo strookte de introductie van het vagevuur als tussenstadium tussen hemel en hel met de aspiraties van de nieuwe stedelijke klassen.

Het feit dat goed en slecht een kwestie van gradaties werd, schiep ruimte om er in het hier en nu als gewoon christen iets van te maken. Het stimuleerde door de opkomst van de persoonlijke biecht een zekere individualiteit, maakte van werk in plaats van straf voor de erfzonde iets positiefs, en nam een obstakel weg voor het vroegkapitalisme: bevrijd van het schrikbeeld van de hel konden woekeraars en handelaren nu kapitaal gaan accumuleren.

In 1994, zeventig jaar oud, verliet Le Goff de Ecole, maar ook daarna bleven de nieuwe boeken uit zijn overvolle Parijse studeerkamer komen, waar hij met zijn grote lijf en zijn pijpen verschanst zit tussen manshoge stapels papier. Hij klaagt vaak dat hij boeken in de bibliotheek moet lenen omdat hij zijn eigen exemplaren niet meer kan vinden.

Opmerkelijk, gezien de afrekening van de Annales met grote-mannen-geschiedenis, is dat Le Goff in zijn latere werk juist voor een biografische aanpak koos. Eerst met een kloeke 'totaal-biografie' van de dertiende-eeuwse Franse koning Lodewijk de Heilige, later met een bundel over Sint Franciscus.

Vooral het Lodewijkboek is bijzonder, omdat Le Goff behalve het leven van de koning-kruisvaarder het opkomende individualisme en ook de mythe van Lodewijk de Heilige onderzoekt. Saint-Louis was een icoon van de conservatief-katholieke bewonderaars van La France profonde uit Le Goffs jeugd.

Veel heeft Le Goff de laatste jaren ook geschreven over Europa. Hij ziet de Europese eenwording als sluitstuk van een eeuwenlang proces, dat enerzijds gekenmerkt wordt door een in het uiteenvallen van het Romeinse Rijk wortelende culturele en talige verscheidenheid, anderzijds door gemeenschappelijke ervaringen: christendom, humanisme, verlichting en romantiek.

Politiek pleit Le Goff dan ook voor een Europa dat niet alleen politiek en economisch is, maar ook sociaal en cultureel, en open van karakter. Turkije hoort daar overigens niet bij, niet om religieuze maar geografische redenen, én om de Turkse ontkenning van de genocide in 1915 op de Armeniërs.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden