Altijd bang

Geestelijk vader van de Beach Boys Brian Wilson maakt weer muziek en treedt zelfs op....

De bovenste etage van het Universal City Sheraton Hotel in Los Angeles. In de suite zit Brian Wilson (62), de geestelijk vader van de Beach Boys en verantwoordelijk voor prachtige popmuziek, aan tafel te luchen, zijn ogen strak op zijn bordje met fruit gericht. Wanneer zijn persoonlijk assistente Jean Sievers de deur opent, kijkt hij niet op of om, van de binnenkomst van de verslaggever lijkt hij niets te merken.

Ineens staat hij op, en gaat tegenover me op de bank zitten, met nog altijd diezelfde strakke gelaatsuitdrukking. Op het voorstellen reageert hij niet.

'Hoe lang gaat dit duren? Twintig minuten?' Jean Sievers maant hem vriendelijk rustig te blijven en gewoon te beginnen met het interview. Nog altijd is er geen oogcontact.

In het zwart gekleed zit hij op de rand van de bank, zijn handen in elkaar gevouwen tussen zijn knieën, de eerste vragen over de totstandkoming van zijn nieuwe plaat Gettin' In Over My Head beantwoordt hij in korte, staccato zinnen.

De nummers erop zijn voor een deel bewerkingen van liedjes die hij in de jaren negentig al opnam met 'mijn vriend Andy Paley voor een plaat die nooit is uitgekomen'. Een ervan was Soul Searchin' waarop zijn in 1998 overleden broer Carl te horen is.

Carl Wilson zong de partij al in 1995 in. Brian deed dat pas nu. 'Het is het laatste wat Carl en ik samen gedaan hebben, en het betekent emotioneel heel veel voor me.'

De versie van Solomon Burke op diens comeback plaat van twee jaar geleden, Don't Give Up On Me, heeft Brian Wilson nog nooit gehoord.

'Ik weet niet waarom niet. Omdat het me nerveus maakt, denk ik. Maar ik hoorde dat het een mooie versie was, dat is genoeg.'

Even lijkt het of er tranen in zijn ogen staan. Hij roept naar Jean of ze zakdoekjes kan brengen. Hij moet zijn neus snuiten. Hij is verkouden.'Ga gewoon door', roept hij terwijl hij voor het eerst zijn interviewer in de ogen kijkt.

Wilt U niet eerst uw neus snuiten?

'I'm fine, I'm fine.' Neus snuiten en praten gaat niet samen. Hij kan zich maar op een ding tegelijk concentreren, en die loopneus kan wel even wachten. Tien minuten later zal hij midden in een zin opstaan om zich richting wc te begeven. Al zijn bewegingen hebben iets dwangmatigs, net als de woorden die hij uitspreekt. Zijn antwoorden zijn beleefd, maar klinken ingestudeerd. Over Paul McCartney die op de nieuwe plaat een liedje meezingt: 'We kennen elkaar al sinds 1967, ik kwam hem in Londen bij een optreden tegen, we spraken iets af. Hij kwam naar LA en zong in twintig minuten A Friend Like You in. Nee, goede vrienden is een te groot woord maar we zijn wel vrienden.'

Voor het eerst lachend: 'Hij heeft net als ik de sixties meegemaakt en overleefd. Ach, je weet wel, de Beatles brachten Rubber Soul uit, die wilde ik overtreffen met Pet Sounds, toen kwamen zij met Sgt Pepper, en daar had ik niet van terug.

'Weet je wat het is: hij respecteert mijn gevoel voor humor zoals ik zijn muziek respecteer. Nee, dat is geen grapje.' Paul McCartney is toch een groot bewonderaar van uw werk? 'Ja? Misschien wel. Ik was als de dood dat hij bij een concert van mij in het publiek zat. Later zei hij dat hij gehuild had tijdens Don't Talk, Put Your Head On My Shoulder.'

Kunt U zich dergelijke emoties voorstellen? 'Ja, ik hoor dat vaker. Maar ik heb nooit gehuild bij een concert. Je hebt mensen die huilen van muziek, mensen die niets geven om muziek, mensen die er niet gevoelig voor zijn, en mensen die niet zonder kunnen. Zelf heb ik muziek niet meer zo nodig als vroeger. Hooguit een vierde of een vijfde deel van mijn tijd kan ik muziek consumeren.'

Dat klinkt vreemd uit de mond van de man die in zijn autobiografie (uit 1991) verklaarde dat het enige wat hem van zelfmoord weerhield zijn vrees was dat hij het in het hiernamaals zonder muziek zou moeten stellen. 'Ja, maar alles is veranderd nu. Overleven is nu waar ik het grootste deel van de dag mee bezig ben.'

Moeizaam zoekend naar woorden: 'Ik weet het niet, alles is zo. . . ach, weet je het kost me allemaal gewoon heel veel moeite. Het leven. Ik heb er echt moeite mee. Ik ben bang. Ik ben voortdurend bang. Bang voor mensen, bang voor de dood, bang voor het onbekende, bang dat ik het allemaal niet meer zo goed begrijp. Dat ik het allemaal niet kan vatten. Ik heb die angsten en weet er niets tegen te doen.

Helpt het u niet dat iedereen u toejuicht als u nu weer muziek maakt?

'Ja, dat geeft troost. Maar slechts een beetje. Okay, genoeg hierover.'

Maar wat kost u zoveel moeite? 'Ik weet niet hoe te leven. Hoe sta ik in het leven? Ik voel me een soort kluizenaar, iemand die niet aan de maatschappij deelneemt, in een andere tijd leeft, en zich niet kan handhaven. Al die verwachtingen van iedereen. Constant maar weer. It scares the hell out of me.'

Angst niet te kunnen voldoen aan de verwachtingen van anderen. Het is een voortdurend terugkerend thema in Wilsons leven. Nog geen 24 jaar oud werd hij na Pet Sounds al tot genie uitgeroepen, iets waar hij altijd grote moeite mee heeft gehad. 'Ik heb een natuurlijke affiniteit met muziek', schrijft hij in zij autobiografie, 'en ben een hardwerkend muzikant maar geen genie. Alleen geloofde niemand me. Men wilde in mij dat genie zien, en dat kon ik niet waarmaken.'

Wilson raakt na 1966 van de ene in de andere depressie. De plaat Smile die het ultieme popmeesterwerk had moeten worden, kwam nooit af. Hij trok zich terug uit de Beach Boys, werd dikker en dikker en raakte verslaafd aan diverse drugs. Van alle pogingen de steeds wereldvreemder wordende Wilson te reanimeren, lijken die van psychiater dr. Eugene Landy het meest succesvol. Maar dit heerschap is niet bepaald van onbesproken gedrag en wordt er door anderen uit het Beach Boys kamp (broers Carl en Dennis, inmiddels beiden overleden, en neef Mike Love) van beschuldigd de patiënt te hersenspoelen.

Nadat Landy vanwege een conflict met een andere patiënt begin jaren negentig zijn vergunning kwijtraakte, moest Brian Wilson het contact verbreken met de man met wie hij in 1988 zijn eerste soloplaat maakte en aan wie hij drie jaar later zijn autobiografie opdroeg.

Brian Wilson: 'In de jaren zestig probeerde ik me vergeefs drijvende te houden. Ik raakte volledig fucked up. Drugs enzo. Medicijnen, kruiden, noem maar op. Het voelt alsof ik jaren geslapen heb. Alleen: ik sliep niet, ik vroeg me constant af of wat ik zag en beleefde echt was. En daar heb ik nog steeds last van. Is dit echt?' Hij pakt de taperecorder : 'Is dit echt, loopt ie nog? Goed zo. Dr. Landy heeft me gered. Negen jaar heb ik zijn programma doorlopen. Fysieke oefeningen, geestelijke training, psychologische testen, en ook vriendschap. Hij was alles wat ik had in mijn leven, maar in 1992 moesten we uit elkaar. Ik mag hem niet meer spreken.' Mist u hem? 'Ik mis hem heel erg. Ik moet nog heel veel aan hem denken, hij was de beste vriend die ik ooit had. Hij leerde me te functioneren onder druk en hij was de laatste met wie ik echt heel hard kon lachen.

'Nu ben ik getrouwd met Melinda, heb drie kinderen geadopteerd maar ik ben depressief. Ik ben blij met Melinda en de kinderen en probeer een familieleven te leiden maar ben niet zo dichtbij hen als ik zou moeten. Ik ben een loner en depressief. Soms wat meer en soms wat minder. Ik heb me er bij neergelegd. Beter zal het niet worden.'

Dat er een nieuwe plaat is, helpt niet echt. 'Blij maar niet euforisch', zegt hij erover. Zijn enthousiasme wordt verder getemperd wanneer het legendarische project Smile ter sprake komt. Een reconstructie van die plaat aan de hand van bootlegopnames leidde eerder dit jaar tot een Smile-tournee. Daarmee deed Wilson in maart ook Amsterdam aan. Een opnieuw ingespeelde en gezongen studioversie van Smile staat op stapel. Dezer dagen moet Wilson de nummers inzingen en hij is 'nervous as hell'. Want nu pas komen al die herinneringen weer naar boven uit de sixties. 'Soms doe ik er twee uur over een regel in te zingen.'

Weet u nog wat uw oorspronkelijke intentie was met Smile?

'Nee, hooguit dat Van Dyke Parks met wie ik toen werkte, en nu weer, zei dat het een gevoel van vroege Americana moest uitstralen. Wat dat is? Een blij gevoel denk ik.

'Maar eerlijk gezegd kon ik me van Smile niets meer herinneren, totdat ik er weer naar moest gaan luisteren.'

Het idee kwam van zijn management. Samen met Van Dyke Parks en artistiek leider Darian Sahanaja van de Wondermints, het briljante orkest dat Wilson tegenwoordig begeleid op podium en plaat, is hij naar de door Sahanaja verzamelde Smile-bootlegs gaan luisteren.

Een raar beeld. De artiest die bootlegs van zijn eigen werk moet gaan luisteren. 'Wat een maffe muziek, dacht ik. Heb ik dat echt geschreven?'

In uw autobiografie stelt u dat het maar goed is dat enkele fragmenten opgeborgen liggen in de Capitol-archieven omdat het slechte muziek was, hoe denkt u daar nu over? 'Slecht niet. Eerder te experimenteel. Ik zou het corny drug influenced music willen noemen. Het jaar dat ik eraan werkte was het zwaarste in mijn leven. Er staat me nog bij dat A Whiter Shade Of Pale van Procol Harum toen uitkwam. Ik was zo gevoelig voor de dramatiek van dat orgelgeluid, dat ik dacht dat het mijn eigen begrafenistune was. Als ik het nu hoor, waan ik me bij mijn eigen begrafenis. Vreemd, toch? Zware tijden waren dat. Ik was gek, en dat ben ik nog steeds. Of nee, niet gek, meer krankzinnig. Ha.'

Toch klinkt u erg opgewekt op Getting' In Over My Head. 'Ja, de liedjes zijn goed gekozen.'

Heeft u dat niet zelf gedaan? 'Nee, ik kan geen beslissingen nemen. Ik kan ook geen nee zeggen. Ik ben te slap, echt ik ben te slap. Alles moet voor me gedaan worden.'

Een van de nieuwe nummers heet Make A Wish. Wat is uw liefste wens? Brian Wilson denkt even na. 'Dat ik gelukkiger was, en geen druk op me voelde.'

Geeft het optreden geen voldoening? 'Nee, ik ben vooral bang dat ik me geen houding weet te geven. Tijdens veel shows ga ik maar heel hard lachen of kinderliedjes zingen en roep: hartelijk dank, terwijl ik het liefst God zou smeken me te verlossen. Blij doen terwijl ik bang ben, ja dat is het.

'Wanneer ik het voor het zeggen had, zou ik niet meer toeren. Het is me te veel. Die show in Amsterdam was aan het einde van de tournee, ik was volledig uitgeput en dacht dat ik dood zou gaan. Ik zie ook als een berg op tegen de zomertournee, maar mijn manager zegt dat het goed voor me is en ik ben niet sterk genoeg om er tegenin te gaan.'

Jean Sievers heeft zich weer bij ons gevoegd, Brian Wilson kijkt haar aan als een vragend kind. 'Heb ik het goed gedaan?'

Sievers stelt hem gerust. Het is tijd voor z'n medicijn. In een teug giet hij een zakje poeder in zijn mond, dat hij wegspoelt met cola-light. Sievers drukt hem een paar papieren in de hand; of hij die thuis nog even wil bekijken. Hij kan gaan. Ze geeft hem een zoen op de wang.

Brian stapt achter in de klaarstaande limo, op weg naar zijn vrouw en kinderen, die hij, zo zegt hij nog even, vooral niet al te veel tot last hoopt te zijn. 'Het is moeilijk met iemand als ik.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.