'Alsof je 1,5 uur het Wilhelmus staat te zingen'

Spelers van 'Ja Zuster Nee Zuster' bereiden zich voor op uitverkocht Carré. 'We waren heel eigenwijs.'..

Is het arrogant, calvinistisch of gewoon slordig dat Ja Zuster Nee Zuster door de jury van het Theaterfestival en bij de nominaties van de jaarlijkse Theaterprijzen volkomen is genegeerd? Alsof de leukste voorstelling van het afgelopen seizoen nooit heeft bestaan, alsof de zalen van Zoetermeer tot Purmerend, van Assen tot Heerlen niet steevast uitverkocht waren. Ook de spelers verbaast het, hoewel hun hoofdprijs deze week wacht in Carré: een bij voorbaat uitverkochte zaal die elk van de vijf avonden vol overgave mee zal zingen met de ongeëvenaarde toegift, de ode aan de Fuchsia.

Kinderen die alle liedjes mee kunnen zingen, hun ouders die de tv-serie nog kennen uit de tijd dat zij zelf kind waren en de oma's en opa's die het origineel ooit met hun kinderen zagen, allemaal gingen ze om. Ook de acteurs bezorgde dat avond aan avond kippenvel. 'Als je al die generaties mee ziet zingen, dat is iets onvoorstelbaars. Misschien vergelijkbaar met een voetballer die voor een vol stadion scoort', zegt de een. Een ander vindt het net een popconcert, 'onbegrijpelijk hoe zoiets mogelijk is met toneel'. En weer een ander: 'Het is toch een beetje alsof je anderhalf uur lang het Wilhelmus staat te zingen.'

Het publiek kon zo hysterisch worden dat de spelers in de pauze tegen elkaar zeiden: strak houden, de handrem erop. Mensen kunnen geen uren blijven lachen. Maar deze vier spelers zijn het er ook over eens dat ze zoiets waarschijnlijk nooit meer mee zullen maken. Paul Kooy die Buurman Boordevol speelde en daarvoor uitbundig werd geprezen, spreekt met enige ironie zelfs over het leven voor en na Ja Zuster Nee Zuster. 'Mensen kenden mij helemaal niet, dat heeft me wel verbaasd. Ik doe al veertien jaar niks anders. Iemand bestond het om na afloop doodserieus tegen mij te zeggen, god, daar moet je mee doorgaan. Je hebt wel wat met toneel.'

Dat de voorstellingen feestjes waren, betekende niet dat de voorbereiding probleemloos verliep. 'De repetities waren een hel', zegt Kooy. 'Behalve Loes heeft iedereen wel een keer gezegd: ik stap op. Al hadden we het heel erg leuk met elkaar, er waren zoveel problemen.' Al na anderhalve week deugde het script niet meer, dat men aanvankelijk toch zo geestig had gevonden. Iedereen had een ander idee en mocht van de regisseurs, Rieks Swarte en Pieter Kramer, roepen wat-ie wilde. Tjitske Reidinga (Jet): 'We waren heel eigenwijs, het ene moment wilden we losse afleveringen doen, dan weer een revue met alleen liedjes en sketches.' Geen meedeiners, onbekende liedjes, anders zou het te makkelijk zijn. Uiteindelijk namen ze hun toevlucht tot de originele televisiescripts.

Iedereen sloeg individueel aan het knippen en plakken en iedereen had ineens ook Annie M.G. persoonlijk gekend en pleitte voor voldoende 'typische Annie M.G.-zinnen'. Pas na vijf weken lag er een definitief script met de afspraak: hier doen we het mee. Kooy: 'Als je uiteindelijk dat laatste script met het eerste vergelijkt, is er niet eens zoveel verschil. Maar kennelijk moest het zo gaan. We moesten het opeten en verteren waardoor we het idee hadden dat we het allemaal zelf uitgevonden hadden.'

Hun voorbeelden uit de legendarische tv-serie speelden nauwelijks een rol. Van naspelen was geen sprake, 'dan zou het de Playback-show geworden zijn.' Bovendien waren de opnames nogal gedateerd. Reidinga: 'Ze praatten zo raar met van die hoge stemmen.' Ad Knippels (Gerrit): 'Langzaam, truttig. Acteurs liepen niet gewoon van A naar B, ze huppelden.' Kooy: 'Je schrikt wel, als je ziet wat het echt is geweest. Ik dacht steeds: wat verwachten mensen in hemelsnaam wel niet als ze die herinnering al zo hebben opgeklopt. Zo wist iedereen al bij voorbaat hoe de boze buurman eruit moest zien. Die man was een instituut. Achteraf heb ik wel het gevoel dat hij een tijdje in me gevaren is. Iedereen zei ook, jij speelt Dick Swidde, hè? Nee, zei ik dan, ik speel Buurman Boordevol.'

In het origineel bestonden bepaalde rollen niet of nauwelijks, het was de kunst om toch zes volwaardige figuren op het toneel te zetten. Jet had niet meer dan een paar regels tekst, maar Tjitske Reidinga maakte er door haar hilarische slungelige loopje toch een hit van. Bobby, de dubbelrol van Dick van der Toorn die ook Opa speelt, heeft hij zelf bedacht. 'Gebaseerd op Barry Stevens die in de tv-serie alleen maar danste. Omdat ik de opa-rol steeds kleiner zag worden en ik geen zin had om de halve voorstelling in de kleedkamer te eenentwintigen. Nu sta ik me de hele avond de klere te verkleden.'

Een heerlijke kermis was het, ook achter het toneel: niemand in de zaal vermoedde dat daar allemaal kinderen rondliepen. Tijdens de voorstellingen zaten familie, vrienden en kennissen tussen de coulissen op een geïmproviseerde tribune omdat ze geen kaartje hadden bemachtigd. Van der Toorn: 'Het was een chaos, we waren altijd aan het dollen. Loes Luca en arrangeur Ray van Santen brachten die anarchie mee, dat Paradegevoel. Geen toneel als heilige kunst. Omdat ze zo handig is, ritselde Loes in Amsterdam bijvoorbeeld de sleutel van de loge. Daar zat dan de hele familie van Warmerdam. Die er vervolgens in de pauze uitgegooid werd en ook terecht kwam achter het toneel.'

Dat de productie zo'n hype werd, heeft de spelers zelf nog het meeste verbaasd. Kooy: 'Wij waren tot het laatste moment onzeker. Je had ons moeten zien op zo'n doorloop, we waren net renpaarden, met schuim op de bek gooiden we elke grap die we hadden bedacht in de strijd. Die onzekerheid kwam ook omdat iedereen om ons heen riep: oh, dat is zo leuk, daar hoef je niks aan te doen, dat speelt zichzelf. Leuk heeft meteen de naam makkelijk te zijn. Het tegendeel is waar, ze moesten eens weten.' Van der Toorn: 'Vaak is een voorstelling waar een donkere wolk boven hangt, gedoemd te mislukken. Met comedy is dat anders omdat het allemaal op timing aankomt. Het is gewoon chagrijnig hard werken.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden