‘Alsof er uit China alleen dissidente kunst komt’

Feng Boyi..

Van onze verslaggever Rutger Pontzen

AMSTELVEEN Feng Boyi moet er wel hartelijk om lachen. Om de vraag of de Chinese kunstenaars tegenwoordig wel rond kunnen komen van hun werk. Zeker als hij hoort van de ongoing discussie in Nederland over de verdeling van de subsidiepot. ‘Rondkomen? Chinese kunstenaars zijn tegenwoordig hartstikke rijk.’

Feng Boyi (1960) is in Amstelveen voor de inrichting van de tentoonstelling China Now, die morgen in het Cobra Museum wordt geopend. De Chinese conservator organiseert al 25 jaar tentoonstellingen. Hij maakte zich zeven jaar geleden in China onsterfelijk met de expositie Fuck Off, die hij samen met kunstenaar/architect Ai Weiwei presenteerde als tegenhanger van de Shanghai Biënnale, en die vroegtijdig werd gesloten mede dankzij de foto’s van Zhu Yu, waarop te zien was hoe de kunstenaar menselijke foetussen kookte en vervolgens opat.

Zoveel rumoer zal de overzichtstentoonstelling in het Cobra Museum niet opleveren. Het werk is grotendeels afkomstig uit de Weense Essl Sammlung, vernoemd naar het echtpaar Agnes en Karlheinz Essl dat al vanaf de jaren negentig Chinese kunst verzamelt. In Amstelveen zijn nu 70 schilderijen, beelden en installaties te zien van ruim 40 kunstenaars. En daarbij ligt de nadruk, volgens Feng, niet zozeer op de controversiële inhoud, maar meer op de artistieke verschijning.

Begrijp hem goed. Natuurlijk zijn er de laatste jaren veel tentoonstellingen gesloten, vanwege het omstreden karakter van de geëxposeerde kunstwerken. En er worden nog steeds kunstenaars gearresteerd. Maar de eenzijdigheid waarmee het Westen steeds over deze gebeurtenissen in de kranten bericht, irriteert hem zeer.

Feng: ‘Het Westen lijkt alleen oog te hebben voor kunst die zich kritisch uitlaat over de Chinese politiek, alsof er in China alleen maar dissidentenkunst wordt gemaakt. Dat is niet zo. Een deel van de Chinese kunst is maatschappelijk geëngageerd, maar er zijn ook veel kunstenaars die zich bezighouden met esthetiek.’

Als voorbeeld noemt Feng zijn twee lievelingen van de expositie, Yin Xiuzhen en Liu Jianhua. De eerste etaleert in het Cobra Museum koffers, waaruit minigebouwen steken, gemaakt in kledingstof afkomstig van de verschillende steden die ze bezocht. Van Liu hangt aan het plafond een waterval van porseleinen voorwerpen, zoals iedere Chinees die in huis heeft: hamers, handtasjes, lampen, laarzen en speelgoed.

Feng wil er maar mee zeggen: er wordt in China ook gewone hedendaagse kunst gemaakt. De tijd dat moderne kunst ‘littekenkunst’ was door de gevolgen van de dramatisch verlopen Culturele Revolutie, of zich wilde revancheren voor het bloedbad op het Tiananmen-plein, is voorbij. ‘Experimentele Chinese kunst bevindt zich allang niet meer in het stadium van underground. Het wordt geaccepteerd en aangekocht. Niet alleen door de buitenlanders, maar ook door de Chinezen zelf.’

En nee, die openheid heeft wat Feng betreft niets te maken met de Olympische Spelen, volgend jaar in Bejing, en de veronderstelling dat China zich daarom koest moet houden als het om onderdrukking van individuele vrijheden gaat. Trouwens, wordt het niet eens tijd om China niet aldoor te vergelijken met hoe het in het Westen er aan toegaat.

Feng: ‘Het is vermoeiend je aldoor te moeten verdedigen. Laat ik het zo zeggen: absolute vrijheid bestaat niet, ook niet in het Westen. Wat nu in China plaats vindt, is nog nooit ergens anders gebeurd.’

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden