Alsof een ex-echtgenoot langskomt

Valeri Gergjev is dankzij het Gergjev Festival nog met Rotterdam verbonden. Zijn verrichtingen blijven bijzonder...

Als het Rotterdams Philharmonisch Orkest gelijk heeft, dan horen Rusland en West-Europa niet meer tot hetzelfde werelddeel. Werd het Russische gebied ten westen van de Oeral tot voor kort tot het Europese subcontinent gerekend, sinds het Rotterdamse Gergjev Festival 2008 moet het aardrijkskundeboek worden herzien.

Een ‘Europese première’. Zo betitelden het RPhO en zijn voorzitter Sylvia Tóth de concertuitvoering door Valeri Gergjev en zijn Mariinski-gezelschap uit St.-Petersburg, zondag in De Doelen, van De gebroeders Karamazov. Dat is een opera van de Rus Alexander Smelkov (58), door Gergjev onlangs ten doop gehouden in St. Petersburg.

Gergjev zelf – ex-chef van het RPhO maar nog altijd spil van het door het RPhO georganiseerde Gergjev Festival – zal niet gauw beweren dat oost en west zo ver uiteen zijn gedreven dat er nu een oceaan klotst tussen St. Petersburg en de rest van de wereld. De in Noord-Ossetië geboren dirigent leidde eind augustus in de Zuid-Osseetse stad Tsjinvali een ‘herdenkingsconcert voor de slachtoffers van Georgische tanks’, en kreeg daarvoor van Amerikaanse media op zijn falie omdat hij zich zou hebben laten optrommelen door de Russische premier Poetin. Maar Gergjev blijft, hoe propagandistisch die actie ook kon worden opgevat, een man van de artistieke boodschap en bijbehorend humaan sentiment.

Zoiets maakte de ‘Europese première’ van zijn Festival 2008 wel weer duidelijk. Het publiek in De Doelen hoorde zondag een ongegeneerd pathetische uitvoering van een ongegeneerd pathetisch stuk. Bedoeld ter onderstreping van ‘dat de Russische opera springlevend is’, zoals Gergjev stipuleert in het programmaboek bij zijn festival. Maar vooral tot de conclusie leidend dat nieuwe opera in het Mariinski-theater best naar lang vervlogen tijden mag klinken om toch nog – of juist daardoor – voor ‘springlevend’ door te gaan.

Smelkov, bij ons minder bekend dan generatiegenoten als Raskatov, Smirnov en Firsova, is geen bange componist. Wie de meest adembenemende roman van Dostojevski probeert te comprimeren tot muziektheater, heeft evenveel moed of zelfoverschatting als Sergei Prokofjev, die iets vergelijkbaars deed met Tolstojs Oorlog en Vrede.

De geschiedenissen die Dostojevski heeft gevlochten rond de veronderstelde moord van de broers Karamazov op een liederlijke vader; het verhaal-in-een-verhaal over een inquisiteur die de Here verhoort en moraliteiten op hun kop zet – het is van een complexiteit die componisten als Puccini, Tsjaikovski en Sjostakovitsj nimmer hebben aangedurfd, maar die hun navolger Smelkov doodleuk in scènetjes en dialoogjes op muziek zet, omkaderd met koorwerk. Frappant, hoe handig Smelkov de eerste akte van zijn Gebroeders Karamazov laat klinken naar een catalogus van succes-episoden uit het werk van typische Mariinski-repertoirecomponisten als Puccini, Tsjaikovski en Sjostakovitsj – zonder hun talent voor het dubbelzinnige. Excellente Mariinski-solisten als de tenor Vasili Gorsjkov en de mezzo Natalia Jevstafieva zullen hopelijk ook eens worden ingezet in operawerk van Goebajdoelina, Schnittke en Tistsjenko, zoals Gergjev in zijn festivalboek 2008 al half en half belooft.

Of dat dan ook zijn weerslag krijgt in Rotterdamse festivals, zal onder meer afhangen van de bestaansduur van dit evenement, dat ooit werd verzonnen om Gergjev meer aan het RPhO te binden.

Nu Gergjev is afgezwaaid, voelt het een beetje alsof een ex-echtgenoot toch weer een feestje komt geven in zijn voormalige woonstee. Maar als het een manier is om Gergjev nog te krijgen, dan maar zo. De helft van het feest maakt hij niet mee, en middenin mag zijn ‘gast’ en opvolger , Yannick Nézet-Séguin, zijn opwachting maken met Beethoven. Dat festivalgedachtes – dit jaar Hemel en aarde – Gergjev wel degelijk aanmoedigen tot bijzondere verrichtingen, misschien zelfs tot intense voorbereiding, bleek bij de opening met het RPhO: een sublieme uitvoering van Mahlers Das Lied von der Erde (met de mezzo Ekaterina Goebanova en tenor Klaus Florian Vogt) en een pakkend Lamentate van Arvo Pärt (met pianist Ralph van Raat). Het Nederlands Kamerkoor begon onbegeleid met Pärts Da pacem Domine, waarna Gergjev vanachter de zangers oprees van een krukje en aan zijn eigen klus begon. Om eigen roem en maestro-helahola is het hem nooit te doen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden