Alsof Edgard Varèse zich aan latin-jazz heeft gewaagd

Alles aan Charles Mingus was overdadig, meer dan levensgroot. Zijn compositie 'Epitaph' is niets minder dan een welverdiend grafschrift: een eruptie van kolkende lijnen en akkoorden....

HET IS EEN aangename schok om op straat zijn karakteristieke kop plotseling op een affiche te zien: Charles Mingus is weer in het land. Zijn geest althans, want de Amerikaanse bassist en componist is in 1979 gestorven, pas 56 jaar oud. Mingus was een man van mateloze hartstochten en ambities, en zijn ultieme poging om die allemaal in één stuk tot klinken te brengen wordt op 17 juni voor het eerst in Nederland uitgevoerd: Epitaph, de compositie die hij beschouwde als zijn meesterwerk en zijn muzikale grafschrift.

Uitvoeringen van Epitaph waren, zeker onder leiding van Mingus zelf, zeldzaam. Het laten spelen van dit ruim twee uur durende, razend complexe muziekstuk door dertig man vereist eigenschappen die Mingus niet bezat: een vermogen tot organiseren, het temperament om een groot orkest lange tijd bijeen te houden, rust en diplomatie.

Zijn eigen première van dit gigantische zelfportret, waar hij tussen 1940 en 1962 aan had gewerkt, liep uit op een ramp. Op 12 oktober 1962 huurde platenmaatschappij United Artists in New York de Town Hall af voor wat een 'openbare repetitie' van Epitaph moest worden, maar het publiek verwachtte een concert en begon te morren na de vele valse starts en afgebroken nummers, de technici blunderden, de toneelknechten wezen op hun CAO en lieten midden in een stuk het doek zakken.

De voornaamste reden voor de mislukking was echter het feit dat de muziek gewoon niet af was. Het concert was door de platenmaatschappij vijf weken vervroegd en Mingus bleef maar delen toevoegen, met als gevolg dat er tijdens het concert nog twee kopiisten op een paar keukenstoelen voor het podium de partijen zaten uit te schrijven die de musici direct daarop moesten spelen. De musici raakten in paniek, de componist was dat al weken, en wel zo erg dat hij één van de vrienden die hij had ingezet om partijen te prepareren - trombonist Jimmy Knepper - in drift een tand had uitgeslagen.

De oorspronkelijke lp-weergave van het concert leek te bevestigen dat het een compleet fiasco was geweest, maar toen in 1994 de integrale opname werd uitgebracht, bleek het allemaal nog mee te vallen. In een paar geslaagde delen, die destijds om onbegrijpelijke redenen op de plank bleven liggen, is goed te horen wat de maker voor ogen stond: een versmelting van jazz met eigentijdse compositietechnieken, waar plaats moest overblijven voor interactie met briljante solisten als rietblazer Eric Dolphy.

Mingus hield het bij deze ene poging, en Epitaph zou een incident zijn gebleven in zijn stormachtige carrière als de Canadese musicoloog en Ellington-expert Andrew Homzy niet in 1985 het min of meer complete manuscript had ontdekt. Min of meer, want het bleek een lappendeken vol innerlijke tegenstrijdigheden en lacunes. Gelukkig wist de dirigent en componist Gunther Schuller, die vaak met Mingus heeft samengewerkt, er een speelbare versie van te maken. Die is in 1989 in première gegaan en vastgelegd op een in 1990 verschenen dubbel-cd.

Nu pas, tien jaar na dato, kan ook een Nederlands publiek Epitaph ervaren zoals het hoort: niet als een vage afspiegeling uit twee luidsprekers, maar als een overdonderende vloedgolf, in een concertzaal. Uitgevoerd door een gelegenheidsformatie onder leiding van componist-dirigent Gunther Schuller, operatief onder de naam The Trans Atlantic Jazz Orchestra.

Dat dit gebeurt in het Duke Ellington-jaar is passend. Hij was het grote voorbeeld van Charles Mingus. Samen behoren ze tot de zeer kleine elite jazzmusici die erin geslaagd is geloofwaardige stukken te schrijven van langere adem; geen springplanken voor improvisaties maar echte composities, die veel meer inhouden dan variaties op de blues of de 32-maten-song.

Epitaph staat aangekondigd als een jazzsymfonie, maar is - net als de uitgebreide stukken van Ellington - eerder een suite. Sommige motieven keren weliswaar meermalen terug in de negentien delen, maar van een stelselmatige doorwerking van een beperkt aantal thema's is geen sprake. De eenheid is vooral gelegen in de manier waarop schijnbaar onverenigbare elementen tot een geheel worden gedwongen.

Eveneens net als Ellington was Mingus volkomen thuis in de wereld van de blues, de gospel, en de zwierige zangerigheid van de oudste jazzvormen. In Epitaph neemt hij die direct aansprekende stijlen vaak als uitgangspunt, maar hij breekt hun structuur open en brengt er vele andersoortige lagen in aan. Jelly Roll Mortons Wolverine Blues, een vrolijke stamper uit de oertijd van de New Orleans-jazz, wordt een concerto grosso waarbij het orkest in drieën is gedeeld voor een uitbundig spel met extremen in klankkleur.

In Other Words, I Am Three, een van de vele prachtige lyrische melodieën die Mingus heeft bedacht, begint als een ballad maar ontwikkelt zich tot een bijna waanzinnige eruptie van kolkende lijnen en akkoorden, waarin ongebreidelde emotie flirt met chaos maar er net niet aan toegeeft: een aan Charles Ives verwante polyfonie die uniek is voor de jazz.

Als Mingus een standard bewerkt, zoals Vernon Duke's I Can't Get Started, laat hij de charme van het originele akkoordenschema intact terwijl hij het bedelft onder een enorme reeks dissonante variaties. Ook in andere delen van de suite maakt hij het tooncentrum opzettelijk diffuus met atonale of polytonale klanken, wat geregeld een onwerelds, droomachtig effect heeft, terwijl het swingende ritme de geluidswolken toch in de aarde verankert. Moods In Mambo is een heel treffend voorbeeld: alsof Edgard Varèse zich aan latin-jazz heeft gewaagd.

Alles aan Charles Mingus was overdadig, meer dan levensgroot. Hij had een onstilbare honger naar voedsel en vrouwen. Als hij kwaad was vielen er klappen, maar hij heeft ook zijn tedere gevoelens geuit met een bijna pijnlijke openhartigheid. Als hij in de put zat, torste hij het leed van de wereld op zijn schouders. Ook Epitaph is overdadig - lang, vol en intens. Maar één van de grootste persoonlijkheden van de Amerikaanse muziek verdient niet anders dan zo'n enorme grafsteen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden