InterviewMarcel van Roosmalen

‘Als vijf sterren al niet meer voldoende zijn om verkocht te worden, wat moet je dan in godsnaam nog doen?’

Beeld Valentina Vos

Welk boek lezen schrijvers deze zomer nu ze niet meer hoeven werken aan hun eigen boek (en waar gaat dat eigen boek trouwens over)? Deze week schrijver en journalist Marcel van Roosmalen (52). Zijn bundeling reportages Nederland onder het systeemplafond is net verschenen.

Welk boek leest u deze zomer?

Zandvoort van Nando Boers, een roman over de racewereld. Ik rijd geen auto en ben geen raceliefhebber, maar dit is een goed geschreven roman.

‘Het andere boek dat ik de lezer aanbeveel is Liever dier dan mens van Pieter van Os. Het heeft vijfsterrenrecensies gekregen, de Brusseprijs voor het beste journalistieke boek gewonnen en staat op de longlist van de Libris Geschiedenisprijs, maar het is geen bestseller geworden. Onbegrijpelijk. Het gaat over een Joods meisje dat ondergedoken zit bij fanatieke nazi’s in Polen en niemand vertelt wie ze is. Van Os spoort de hoofdpersoon op en gaat haar verhaal na.’

Bent u een kenner van de Tweede Wereldoorlog?

‘Ja, ik heb alles gelezen over de oorlog. Van jongs af aan heb ik die fascinatie. Dat goed en fout intrigeerde me. Ik had ook heel oude ouders die alle twee de oorlog nog hadden meegemaakt. Het huis van mijn moeder was in de oorlog in brand gestoken, daar ging het veertig jaar na dato nog over. Veel oorlogsboeken zijn inhoudelijk interessant, maar geschreven met de achterkant van een bezem. Dat geldt niet voor dit boek.

‘Van Os en Boers verdienen een groter publiek dan ze krijgen. Als vijf sterren al niet meer voldoende zijn om verkocht te worden, wat moet je dan in godsnaam nog doen? Ik ben zelf al jaren bezig met een roman, dus ik heb bewondering voor mensen die het lukt ze af te maken.’

Van uw hand is net een reportagebundeling verschenen, Nederland onder het systeemplafond. Waarom het systeemplafond?

‘Het systeemplafond staat synoniem voor Nederland. Alles wat dit land klein en groot maakt gebeurt eronder. Negen jaar lang heb ik samen met Fotograaf des Vaderlands Jan Dirk van der Burg elke week bijeenkomsten bezocht waar ik liever niet had willen zijn: de waternetwerkdag in Nieuwegein, de workshop ‘Spreken vanuit je hart’ in Utrecht, de persbijeenkomst Kip Caravans en De Waard-tenten in Hoogeveen en de Nationale Stralingsdagen in Den Bosch. De enige voorwaarde was dat er een systeemplafond moest hangen.

‘Het voelt als een plicht de saaiheid en lamlendigheid van Nederland vast te leggen. Tegelijkertijd haal ik er een soort bevrediging uit. Ik wil weten wat iemand drijft, maar ik vind ook dat je eerlijk moet opschrijven dat het saai is. Mensen vinden die bijeenkomsten vaak ook saai als ze zelf niet meer aan het woord zijn. Ze willen vooral gezien worden. Nu ja, daar zorg ik voor. Ik noteer wat ze doen. Maar ik word er niet altijd vrolijk van. Ik merk nu tijdens het praten dat ik over mijn eigen boek het meest enthousiast doe, terwijl ik dus ook graag die twee andere boeken in de lucht wil houden.’

O, dat enthousiasme was me nog niet zo opgevallen.

‘Echt niet?’

Beeld Valentina Vos

Hoe typeert u de Nederlander na negen jaar dergelijke bijeenkomsten te hebben bijgewoond?

‘De Nederlander is een groepsdier. Iedereen kan bij een club, en geloof me, iedereen kan opklimmen binnen zo’n club. En anders is er altijd wel iets te vergaderen in Nederland. En daar kan ook weer iedereen zijn scheur opendoen. Dat gebeurt dus ook. Die cultuur van mensen die graag zeggenschap hebben en anderen vertellen wat ze moeten doen, zie je terug op alle bijeenkomsten waar ik ben geweest.

‘Typerend voor de Nederlander is dat pauze ook echt pauze is. Dan worden ze een ander mens, gaan ze anders praten en opeens wel geïnteresseerd doen. Terwijl ze als ze achter een microfoon staan maar doorgaan en doorgaan, er zit geen rem op.

‘De kleding fascineerde me ook. Ik zie er ook niet uit als iemand van wie je denkt dat hij uit Italië komt, maar wat ik bij die bijeenkomsten heb gezien: sleutelhanger aan de broek, geen bezwaar. Alsof het uiterlijk er niet toe doet.

‘Dan de powerpointpresentaties bij dit soort bijeenkomsten, ik werd gek. Het gaat altijd mis en dan is het altijd hetzelfde riedeltje: ‘Ben ik te zien? Ben ik te horen?’ Ik vatte het samen voor de krant, want je kunt niet letterlijk opschrijven wat ze zeiden, dat is kwellen.’

U schrijft het sec op in uw reportages. Toch proef je tussen de regels door de vertedering.

‘Er zijn bijeenkomsten geweest waar ik een enorme hekel kreeg aan de sprekers – laat ik dat vooropstellen – maar er zijn ook samenkomsten geweest die me meevielen. Ik herinner me de varkensboeren in Heteren. Die waren niet onaardig. Het café waar ze vergaderden stond vol met porseleinen varkens, tot de plee aan toe. Toen ik naar de wc ging, zag ik een van die varkensboeren even dat varken aaien. Dat vertederde me. En daarna at hij een broodje ham. Ik vind dat je zo min mogelijk vlees moet eten, maar als varkensboer vind ik het consequent dat je het dan wel weer eet. Een vegetarische varkensboer is raar.’

Waarom kopen mensen uw boek?

‘Omdat het geschiedschrijving is. Het is uniek. Er staan foto’s bij, dat scheelt een hoop. Ik zeg niet dat dit mijn beste reportages zijn, maar het is wel de beste bundeling die ik ooit heb gemaakt. Want alles bij elkaar is dit Nederland. De timing is natuurlijk ongewild goed in deze coronatijd. Het is een ode aan een tijd niet meer terugkomt.’

Denkt u dat werkelijk? De Nederlander kan toch niet zonder inspraakavond?

‘Leer mij de inspraakavond kennen. Ik kan je verzekeren: het zal nooit meer worden wat het was. Daar gaan jaren overheen. Tot ver na corona zal de mondkap zegevieren. Daar zijn het de mensen wel naar.’

Viel de coronatijd u zwaar met al die regels?

‘Ja, ik voelde me soms net een hond als ik naar de persconferenties van Rutte keek. Ik vind het lastig met mensen om te gaan die zich strikt aan de regels houden. Gisteren zat ik in de trein en was mijn mondkap afgezakt. Dat krijg je dan meteen te horen. Verschrikkelijk.’

Hoe zit u er verder bij deze zomer?

‘We zitten in ons huis in Wormer. Ik zeg niets negatiefs meer over het dorp, want we moeten hier nog even door. We hebben een tuin, daar zit ik vaak in. Ik sjok op en neer naar de Vomar, met of zonder kinderen. Verder doen we deze zomer aan huizenruil, dat bevalt me goed. Je moet er alleen voor zorgen dat de kinderen niet andere huizen stukmaken. Dat is een complicerende factor. Laatst waren we in Nijmegen, de eigenaren van het huis waren nog aan het uitleggen: ‘Kom maar niet aan dit speelgoedneppaard’, en ik zag het halve paard al voorbijkomen.’

Marcel van Roosmalen (1968) werd geboren in Arnhem. Hij begon zijn journalistieke loopbaan bij HP/DeTijd. Hij schrijft drie keer per week columns voor NRC en is druktemaker op NPO Radio 1. Van Roosmalen woont samen met Volkskrant-columnist Eva Hoeke en hun twee kinderen in Wormer.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden