Als uit in is en in uit, dan is alles oké

Behalve de man die Harry Mulisch adviseerde zichzelf uit te roepen tot best geklede schrijver van Nederland, heb ik nooit een grotere mode-hater ontmoet dan Rudy Kousbroek....

Geparfumeerde en anderszins modebewuste vrouwen worden door Kousbroek streng gestraft: 'Bij mij komen ze (...) de slaapkamer niet in. Daar ben ik onverbiddelijk in.' Kousbroek besloot zijn boutade met de wens dat mode ooit zou worden afgeschaft: 'Hoera, anarchie, iedereen mag doen wat hij/zij wil'.

Behalve dat veel vrouwen deze afwijzing waarschijnlijk nooit te boven zijn gekomen, leeft bij Kousbroek het misverstand dat je de mode zou moeten volgen. Maar dat is, behalve voor een handvol vakidioten, natuurlijk niet de bedoeling. Het is een circus, een hedonistisch droomdoolhof waarvan de geoefende bezoeker de code al snel kan kraken. Als sommige mode-adepten zich onuitstaanbaar gedragen, betekent dat nog niet dat mode zélf abject is. Maar voor die overwegingen blijven mode-haters als Rudy Kousbroek Oost-Indisch doof.

Zoals Kousbroek dacht men in de pre-Pauline-Terreehorsttijd ook bij de Volkskrant over mode. Ik herinner me de onverholen minachting waarmee in deze krant zo'n vijftien jaar geleden werd geschreven over alles wat met mode had te maken. Soms was mode tegen heug en meug nieuws. Dan prijkte in de Volkskrant op een buitenlandpagina of op de voorpagina een foto van een model dat gehuld in een fors uitgevallen en schreeuwend dure pannenlap van die-en-die modekoning, zeg Karl Lagerfeld (begin jaren tachtig erg hip). Eén of twee dagen later verscheen er dan een achtergrondartikel waarin een Volkskrant-redacteur sneerde over de stupide mode-dictatuur. Een progressieve krant encanailleerde zich niet met mode.

Dag- of weekbladen die dat wél deden waren inferieur. In het weekbladenoverzicht van de Volkskrant moest de Haagse Post het vaak ontgelden, want dat blad lette nog wel eens op wat hip was en wat niet.

Maar dat was toen. Mode is tegenwoordig erg in de mode. Elsevier, toch een erkend bastion van oubolligheid, bracht onlangs een aparte mode-special uit. En ook de Volkskrant behandelt mode tegenwoordig als datgene wat het in de beste gevallen kan zijn: een toegepaste kunst, een vorm van design waar je wel iets meer over kunt zeggen dan dat het bespottelijk is. Soms bezondigt de Volkskrant zich zelfs aan het soort berichtgeving waar de Haagse Post vroeger om werd verketterd. Zo werden in de laatste reguliere aflevering van Het Vervolg trendwatchers gevraagd naar wat 'in' en 'uit' is - een vraag waar je in Volkskrantkringen vroeger voor op de gierkar werd gezet. Een aantal geïnterviewden sloeg in dat stukje inderdaad precies die verpletterende onzintaal uit waar Kousbroek zo van walgt. Hier is bijvoorbeeld de wereld volgens Mo Veldt, moderedactrice van Blvd, in Het Vervolg: 'Wat echt niet kan is de juiste kleding dragen van het juiste merk op het juiste moment. Binnen de fashion crowd is het heel erg NOT om je helemaal te hullen in Prada (...). Dan ben je echt een foute gast, een wannabe. Wil je cool zijn, zoek dan je eigen stijl.'

Ik krijg geen genoeg van dit soort geëxalteerde aanstelleritis. Je krijgt visioenen van een groot complot, gesmeed door Truman Capote, Quentin Crisp, Noël Coward en Andy Warhol. Maar in haar door camp opgeleukt jargon stipt Mo Veldt wél een tendens aan die indruist tegen de wetten van trends en mode. De dedicated followers of fashion zijn verstrikt geraakt in een gordiaanse knoop van omkering en ontkenning. In is uit. Hip is passé. Of, om het heel erg NOT te zeggen (en met dank aan Jan Kuitenbrouwer): oubo is übercool.

Bret Easton Ellis heeft die gordiaanse knoop al beschreven, in zijn recente roman Glamorama, waar twee mode-adepten elkaar proberen bij te praten: 'Uit is in. Snap je wel?' 'In is... niét meer in?' vraagt JD. 'Is dat het?' (...) 'Nee, in is uit. Uit is in. Simpel, non?' (...) 'Maar wat is dan eigenlijk wél in?' vraagt JD met dampende adem. 'Uit, JD.' En zo verder. Het lijkt een nonsensicaal Remco-Campertiaans dialoogje, maar het typeert de verwarring die is uitgebroken onder hen die ooit geloofden in het modische apartheidsdenken. De interviewtjes in Het Vervolg met de trendologen leken op een bijsluiter bij Glamorama. De organisator van Dance Valley beweerde ferm: 'Niks is uit. Alles wat uit is, is meteen weer in. Dat is in principe wel prettig, want je kunt het nauwelijks meer verkeerd doen. (...) Het hele begrip in-uit, dát is pas uit. Als het maar bij jezelf past, dan is het oké.'

Het wonder is geschied: de mode-hater Kousbroek krijgt gelijk van trend-adepten die precies dié vrolijke anarchie prediken die hij voor onmogelijk had gehouden. Het is een kolderiek monsterverbond, met als meest spectaculaire gevolg dat Kousbroek met zijn altmodische principes nu zélf ineens hopeloos in is. Of eh, uit.

Doordat in uit is en vice versa is de New Age-identificatie van mode een feit. In en uit is één oersoep. De toekomst is gisteren. Wie dood is heeft het eeuwig leven. Atman is Brahman, Gucci is Waterlooplein, de Volkskrant is HP/De Tijd. Een huiveringwekkend modieuze Nieuwe Tijd is aangebroken.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden