Oog voor detailTegels

Als u vroeger stoeptegels telde: Pieter de Hooch is uw man

Beeld Collectie Rijksmuseum

Je ziet het pas goed van dichtbij. Wieteke van Zeil over opmerkelijke en veelbetekenende bijzaken in de beeldende kunst. Deze week: tegels.

Wie van wiskunde houdt of een beetje neurotisch is, of beide, moet naar Delft. Niet om te studeren, maar om de schilderijen van Pieter de Hooch te zien. Er zijn weinig kunstwerken die zo telbaar zijn als deze 26 bij elkaar. Als u net als ik vroeger de stoeptegels telde onderweg naar school, de spoordelen vanuit het treinraampje of de spijlen van het hek langs een fietspad: Pieter is uw man. Toen ik klein was lag ik vaak op de achterbank de lampen te tellen op de snelweg naar huis, als we rijsttafel hadden gegeten bij opa in Scheveningen. Ik lag altijd, half over mijn zus heen gedrapeerd, dus ik had mooi zicht op die hoog hangende lampen, waartussen steeds weer een elektriciteitsdraad naar beneden en omhoog ging als het boogje van een schommel. Het was niet alleen tellen, het was ook een soort lichtmuziek; steeds van fel naar donker, in een boogvorm, een soort dans. Een cadans, vooral. Altijd stonden de Dire Straits zachtjes op, en ik bedenk me nu pas dat daar, elke reis weer, het nummer Telegraph Road bij zat, een hypnotiserend lied van een kwartier over vestiging van de Europeanen in Amerika, langs een lange weg vol elektriciteitspalen. Een weg als een rollende rivier. Het tellen, of nee meer het met de ogen meebewegen met de herhalingen van de verlichting, was een geruststelling.

Beeld Collectie Rijksmuseum

Dit schilderij heeft 112 geheel zichtbare tegels, waarvan 96 in de voorkamer, de zwarte en okergele. Van de 26 schilderijen in de tentoonstelling hebben er 23 een tegelvloer; 8 met bakstenen tegels (buitenruimtes en binnenplaatsen), 15 met binnentegels, meestal van prachtig zwart en wit marmer. Bijna alle figuren van De Hooch hangen in een patroon van lijnen, als beestjes in een spinnenweb. De vloeren dragen en omarmen de voorstellingen. Een groot, geruststellend net, als het ritme van de stoeptegels onderweg naar school. 

Ja, het licht is belangrijk, net als Vermeer was De Hooch een lichttovenaar, je gelooft alles dankzij zijn licht; maar het zijn de tegels die dat mogelijk maken. De mensen zijn bijzaak. Om eerlijk te zijn: de gezichten zijn vaak niet eens zo goed. Hier wel trouwens, vooral het jongetje – jongetje ja, jurken waren normaal, en hij heeft ook de typische leibanden aan zijn schouders waar we het hier eerder over hadden – is een parel en kan zo op een koektrommel in de museumwinkel met z’n blonde koppie en geborduurde mutsje. Maar het zijn de lijnen die de hoofdrol spelen. Twee openstaande deuren en een openstaand raam, drie traptreden in het plafond, een houten podiumpje om de voeten tegen de koude tegelvloer te beschermen, de vierkante plafonddelen, de tegels, waarvan vele versleten zijn en andere aan de randjes licht weerkaatsen als kleine golfjes in de zee; ze spelen een muzikaal spel, dat je oog meeneemt voordat je het bewust doorhebt, heen en weer cirkelend rond de mensen. Als een dans, en een cadans, van verf.

Pieter de Hooch

Een vrouw met kind in een kelderkamer

1656-60

Olieverf op doek

65 x 60,5 cm

Rijksmuseum Amsterdam. Nu te zien t/m 16 februari in de tentoonstelling Pieter de Hooch in Delft, Museum Prinsenhof Delft.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden