Column

Als Reve meester der ironie is, is Wilders dat dan ook?

Column Bert Wagendorp

De Reve-tapes zijn opgedoken. Ze lagen ruim dertig jaar in een verzegeld pakketje in de bibliotheek van de UvA. Maar vanwege de verschijning van de biografie van Boudewijn Büch werd het zegel verbroken en valt eindelijk te controleren wat Reve had gezegd in een interview met Büch voor Het Parool, in januari 1983.

Schrijver Gerard Reve Beeld Eddy Posthuma de Boer

Was het de taal van een fascist, zoals toenmalig Parool-hoofdredacteur Gortzak verklaarde in een uitgebreid excuus, of was de volksschrijver door Büch 'buiten de context geciteerd', zoals hij zelf verklaarde? Uit de deze week naar buiten gekomen fragmenten uit het interview blijkt volgens biografe Rovers dat Büch voor de verandering eens niks uit zijn duim had gezogen. Om te kunnen controleren of Reve toch een punt had, zou je het volledige interview moeten beluisteren.

Volgens de zogenoemde Revianen moeten de woorden van hun held worden gezien als ironie of toch minstens als tamelijk onschuldige provocaties, louter bedoeld om klanten naar zijn schrijverswinkel te lokken. De pedofilie van Reves verkering Joop Schafthuizen kan nog altijd op dezelfde ruimhartigheid rekenen - misschien was die ook ironisch bedoeld.

Uit De taal der liefde (1972): 'Ik ben er erg voor, dat die prachtvolken zo gauw mogelijk geheel onafhankelijk worden, en ons niks meer kosten, zodat we ze allemaal met een zak vol spiegeltjes en kralen op de tjoeki tjoeki stoomboot kunnen zetten, enkele reis Takki Takki Oerwoud, mijnheer!'

In 1974 verscheen in Propria Cures het gedicht Voor Eigen Erf: Onze kassiers op de wegen beroofd/ Aan ouden van dagen op kaarslichte dag/ Hun beursje met spaargeld ontrukt/ Onze roomblanke dochters onteerd/ Waarheen mijn vaderland/ O Nederland ontwaak/ Gooi al dat zwarte tuig eruit/ Ons land voor ons/ Op naar de Blanke Macht!

Het bracht weinig verontwaardiging teweeg, ook destijds las niemand Propria Cures. Een jaar later brak de pleuris wel uit, nadat Reve het gedicht had voorgedragen tijdens de Nacht van de Poëzie in Kortrijk en alvast had aangekondigd een gedicht ten gehore zou brengen 'van uiterst rechtse, fascistische en racistische aard'.

In een ingezonden brief in Het Parool schreef Reve later - mogelijk was de publiciteit voor zijn schrijverswinkel contraproductief gebleken - dat het gedicht 'een primitieve, vermoedelijk in al te vulgaire bewoordingen opgestelde alarmkreet' was. Hij verklaarde geen racist te zijn en de 'neger' zijn 'plaats onder de zon' te gunnen.

Was Gerard Reve een echte racist en fascist of - wat dat ook moge zijn - een ironische? In 2016 zou daarover geen twijfel bestaan, de ironie is inmiddels dood en begraven. Het Zwarte Pieten-front zou zich onmiddellijk hebben afgekeerd van Sinterklaas en zich op de schrijver hebben gestort, die wanhopig 'ironie, ironie!' roepend op een strontkar door het land zou zijn getrokken.

Ik heb altijd moeite gehad met het vergoelijken van Reves oprispingen. Wat anderen, zoals Hans Janmaat van de Centrumpartij, ook in 1975, hoogst kwalijk werd genomen, was de grote kunstenaar kennelijk wel toegestaan - door zijn bewonderaars althans.

Maar misschien moeten we het anders zien en was het ironie-argument een doeltreffende methode om Reves racistische gebral te bezweren en ontmantelen. In dat geval pleit ik ervoor Wilders voortaan ook te benaderen als een meester van de ironie.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.