Recensie Muziektheater

Als muziektheater is computerspel Dear Esther lang niet zo spannend (2 sterren)

Dear Esther als muziektheater staat haaks op het interactieve spelconcept van Dear Esther als game. Dus zet thuis weer die Playstation aan.

Beeld Els Zweerink

Holland Festival: Dear Esther, Muziektheater. Door: The Chinese Room, Jessica Curry. Muziekgebouw aan 't IJ, Amsterdam, 24/6.

Over de vraag of de gamecultuur ook mag worden gerekend tot de hoge kunsten, wil je eigenlijk niet eens meer nadenken. Ja, natuurlijk. De videogame-bedrijfstak is minstens zo levendig als de filmindustrie, en zoals je slechte en goede films hebt, zijn er ook platte én kunstzinnige games.

En toch vinden we het bijzonder als een spel opduikt als muziektheater, en dan ook nog in het Holland Festival. Alsof de liefhebbers een bevestiging krijgen van wat ze zelf al lang weten: gamen is kunst

De Britse game Dear Esther uit 2012, van de gamestudio The Chinese Room, is een spel als een literaire meditatie. De gamer wandelt rond op een rotsachtig eiland en mijmert in poëtische volzinnen over zijn leven. Gaandeweg de dwaaltocht wordt duidelijk dat de hoofdpersoon het dodelijke verkeersongeluk van zijn vrouw Esther probeert te verwerken, en uiteindelijk zelf ook verlossing zoekt in de dood. Er zijn geen tegenstanders, en ook geen enge beesten. De horror zit verstopt in de gedachtekronkels van het personage.

De soundtrack is ook al zo bijzonder. De componist Jessica Curry schreef verstilde en dromerige filmmuziek bij het spel, voor sopraan, piano, strijkers en elektronica. En wie de game heeft gespeeld weet hoe effectief die muziek de rillingen over het gamerslijf kan jagen, als bij een afdaling in de grotten ineens vreemd oplichtende grottekeningen worden ontdekt en de snaren beginnen te gloeien.

Al met al genoeg materiaal om de game als muziektheater te presenteren, dachten de makers van The Chinese Room. In het Verenigd Koninkrijk toerde Dear Esther al door de muziekgebouwen, en zondag was de voorstelling voor het eerst buiten Engeland te zien.

De uitvoering is verbluffend eenvoudig. Op het podium zit een kamermuziekgezelschap onder leiding van dirigent en pianist Iain Farrington, onder een podiumbreed projectiescherm. Rechts zit een gamer achter een pc: hij bestuurt het personage. Naast hem staat Ferdy Roberts, een man met een machtige vertelstem. Vanuit de zaal zie je dus ‘live gaming’, mét live muziek en teksten.

Je moet je best doen niet gelijk weer op te gaan in de fantastische animaties van het spel: het in de wind ruisende onkruid langs de bergpaden en de betoverende en duistere dieptes van het grottenstelsel. De soundtrack is dramatisch en romantisch, maar niet spannend genoeg om een rol te spelen buiten het spel. En de vertelstem, hoe mooi ook, weet ook niet te voorkomen dat je ogen steeds weer de diepte van het filmscherm in worden getrokken. Zit je toch gewoon weer in de game, zoals je dat thuis in 2012 ook al zat.

Maar dan komt het probleem van de voorstelling aan het licht. In de zaal ervaar je de game niet zoals je die achter de computer ondergaat. De kracht ervan zit hem in het feit dat je het verhaal zelf leeft, als bestuurder van het personage. Al spelend ontdek je zélf die vreemde geestverschijningen in de spiegeling van het water, of die mysterieuze zandtekening op het strand. Die ontdekkingen doe je in de concertzaal niet, en je voelt de opwinding van de vondsten dus ook niet. Je wordt passief door het verhaal geduwd, en dat wreekt zich.

Dear Esther als muziektheater staat eigenlijk haaks op het interactieve spelconcept van Dear Esther als game, en dus precies datgene wat gamen zo bijzonder én kunstzinnig maakt. 

Thuis gewoon weer die spelcomputer aanzetten.

Beeld Els Zweerink

Wandelgame

Dear Esther is een zogeheten ‘exploration game’, waarin je vooral zelf dingen moet ontdekken. Op wandeltempo, want het is niet mogelijk met een noodgang door Dear Esther te rennen. Toen het spel werd uitgebracht in 2012, bedacht de gamegemeenschap direct een wat laatdunkende genrenaam voor het spel: een ‘wandelsimulator’. 

Die aanduiding is inmiddels een geuzennaam, want na Dear Esther zijn talloze wandelsimulatorspellen verschenen, vaak met een kunstzinnige en literaire lading. Een van de mooiste titels in het genre is Everybody’s Gone to the Rapture uit 2015, waarin de gamer wandelt door een verlaten Engels landschap en al dolend vreemde waarnemingen doet. Terwijl hij toch echt veilig thuis achter de pc of spelconsole zit.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.