tv-recensieFrank Heinen

Als Moria een Nederlands dorp was geweest, zou het een ramp zijn. Nu bleef het bij een korte film op zaterdag

Vorige week werd de programmering van NPO 2 iedere avond kort onderbroken door een intermezzo dat werd aangekondigd als Ogen van Moria. Uiteenlopende mensen – sommigen bekend, anderen onbekend, een enkeling verondersteld bekend – kregen daarin de gelegenheid om aan de hand van een foto een kind voor te stellen dat ze in het vluchtelingenkamp Moria op Lesbos hadden ontmoet. Andries Knevel en kunstenaar Tinkebell waren erbij, en artsen en ‘zomaar vrijwilligers’ die ergens in de afgelopen jaren brakke bootjes aan land hebben getrokken, een kind in de armen gedrukt hadden gekregen en zo letterlijk aan den lijve hebben ondervonden wat een vluchtelingencrisis betekent. 

Niet alle sprekers waren even geoefend. Dat gaf niet. Misschien ging het niet eens om wat ze zeiden, maar om waar ze het zeiden: in gerieflijke woonkamers, prettig ingericht, met een knusse zithoek en een onderhoudsarm tegeltuintje voor de deur, in een tv-studio of in een stijlvolle stadsstraat. Het contrast tussen waar ze nu waren en waarover ze spraken illustreerde hun punt al voldoende.

Zaterdag eindigde EO’s Moria-week met een reportage van EO-directeur Arjan Lock, die na de brand in het kamp naar Moria was afgereisd om de kinderen te fotograferen en ze te spreken. In Kijkend in de ogen van Moria sprak Lock met Samir, die op een desolaat stuk gesteente ging staan toen hij aankondigde zijn ‘huis’ te tonen. Samir wilde dokter worden, maar hoop kon hij niet meer koesteren, zei hij. Zinloos. 

Beeld EO

Terwijl Lock op zoek ging naar een Afghaans meisje dat hij bij een eerder bezoek had ontmoet, filmde de crew de alomtegenwoordige onttakeling: het geblakerde hout, de rolstoelen voor de tentjes, de families die boven op elkaar zaten te wachten op, ja, op wat eigenlijk? Lock zocht door, fotografeerde Khadija, die haar oma miste en haar pop was verloren. En hij interviewde Zahra uit Iran, een meisje van 13, van haar noodhuis stond alleen de deur nog overeind, te midden van as en niks. Nu sliep ze in wat op een eenpersoonstent leek.

‘Are there one or two in this tent?’, vroeg Lock. ‘Four.’

Kort na de ramp in Moria waren Johnny de Mol en Roxane van Iperen te gast in De Vooravond. Het fragment waarin Van Iperen indrukwekkend kalm en secuur uiteenzet hoe het zover is gekomen dat de ramp in Moria nauwelijks nog tot verontwaardiging leidde – ‘een glijdende schaal van ontmenselijking’ – werd online talloze malen gedeeld. 

Bij het bekijken van Ogen van Moria herinnerde ik me Van Iperens inleidende zin: wanneer Moria een Nederlands dorp was geweest, hadden niet zij en De Mol aan tafel gezeten, maar de premier en andere gezagsdragers. Het zou een nationale ramp zijn geweest, de tv had dagen live kunnen surfen op golven van paniek en eensgezindheid. Nu bleef het bij een korte film op zaterdag en vijf minuten, ’s avonds laat. 

Mooi, maar te weinig voor ontontmenselijking.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden