Als leidinggevende hoeft Jansen weinig te bewegen

MUZIEK..

Janine Jansen

* * * *

amsterdam Geef Janine Jansen de ruimte en er gebeurt iets. In oktober 2009 nam zij samen met Emio Greco|PC in een kamermuziekprogramma dans op tijdens haar eerste, veelbesproken Carte Blancheconcert in het Concertgebouw. Voor het derde concert in de serie zette de Nederlandse stervioliste een volgende troef in: de leiding over een kamerorkest.

Een violist die een strijk- of kamerorkest onder de hoede neemt, lijkt op het eerste gezicht niet nieuw. Er zijn al ‘dirigerende’ concertmeesters in Nederland, zoals Candida Thomson bij Amsterdam Sinfonietta en Gordan Nikolic bij het Nederlands Kamerorkest. In het geval van Jansen, die maandag voor het eerst het Mahler Chamber Orchestra (MCO) in de Grote Zaal van het Amsterdamse Concertgebouw leidde, betekende het een kleine muzikale revolutie. Waar een concertmeester doorgaans een heel lijf inzet – inclusief stampvoeten – om de boel bij elkaar te houden, hield Jansen met haar aanstekelijke spel en muzikale focus, zonder ;één overbodige beweging, het MCO in het gareel in het Strijkkwartet in cis, op. 131 van Beethoven, bewerkt voor strijkorkest.

Het vermaarde kamerorkest, in 1997 opgericht door de dirigent Claudio Abbado en Europese musici uit het Gustav Mahler Jugendorchester, leek een hechte vriendenclub die net zo gelijkwaardig en sprankelend musiceerden als de mensen met wie Jansen elk jaar tijdens haar kamermuziekfestival in Utrecht werkt.

Door de aanwezigheid van meer strijkers dan de vier spelers, ontstonden in Beethovens Strijkkwartet rijkgeschakeerde dynamische contrasten, genuanceerde lijnen, af en toe verrijkt met spannende soli van de aanvoerders en twee fraai grommende contrabassen.

In de Sonate, op. 34 van Sjostakovitsj kwam Jansen vooral als leidende solist voor het voetlicht. Van de eerste noot tot de laatste hield ze in het voor viool, slagwerk en strijkorkest bewerkte stuk een natuurlijk overwicht, gevolgd door vindingrijke musici met een unieke speldiscipline. De musici schiepen een regenboog aan klanken die een piano nooit kan evenaren.

Het Largo begon met indringende akkoorden, gevolgd door een pizzicatoduet tussen viool en contrabas dat overging in een sereen kerklied, waarin de strijkers als kleine klokjes fungeerden, afgekapt door genadeloze slagwerkklappen. Enig minpuntje: een te paniekerig tweede deel met één weinig trefzekere solopassage van Jansen.

Jansen derde carte blanche was een voltreffer. En niet onbelangrijk: een perfecte podiumpresentatie waar menig orkest en solist of leider een voorbeeld aan kan nemen.

Lonneke Regter

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden