'Als Julian één noot speelt, swingt het al'

Julian Coco belichaamt als geen ander de muzikale kruisbestuiving op de Antillen, zeggen deze fans...

AMSTERDAM Zie ze zitten, Randal Corsen en Marlon Titre, tijdens een optreden voor het tv-programma Vrije Geluiden. Corsen, met zichtbaar plezier improviserend op de vleugel. Titre: kaarsrechte rug, de blik strak op zijn bladmuziek.

De meester en de leerling – zo lijkt het. Toch was het gitarist Marlon Titre (27), geboren in Aruba, afgestudeerd aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag, die jazzpianist Randal Corsen (38) twee jaar geleden voorstelde ‘iets’ te doen met gitarist en contrabassist Julian Coco, de held van een hele generatie jonge musici uit de Antillen en Aruba. Dat ‘iets’ werd een Tribute to Julian Coco, vanavond in De Doelen in Rotterdam het openingsconcert van het Antillen Festival.

Corsen: ‘Het wordt een mix van klassieke muziek en jazz, in de geest van Julian. Hij belichaamt als geen ander de muzikale kruisbestuiving die de afgelopen eeuwen op de Antillen heeft plaatsgevonden.’

Julian Coco (1924) woonde tot 1953 op Curaçao. Telg uit een arm gezin, autodidact op de contrabas. In de jaren veertig en vijftig speelde hij samen met alle musici die er in Curaçao toe deden: Benny Priviana, Padu del Caribe, Rufo Wever. Corson: ‘Op het eiland was het in die jaren nog niet gewoon om cross-overs te maken tussen de verschillende muziekstijlen. Je had de Europees georiënteerde Antilliaanse walsen en mazurka’s voor de elite uit de stad, en de tambú, meegebracht door de slaven uit Afrika. Die muziek was taboe in de stad. Ik heb me laten vertellen dat de versmelting van de muziek pas echt op gang is gekomen met de komst van Shell naar Curaçao. Landarbeiders kwamen in de stad werken, brachten hun muziek mee, er werd geld verdiend, dansfeesten kwamen op. Julian is een product van die tijd.’

In 1953 vertrok Coco met een beurs naar Nederland, naar het conservatorium in Amsterdam. Daar studeerde hij als eerste gitarist op een Nederlands conservatorium af. Later kwam hij terecht bij het Utrechts Symphonie Orkest, maar hij bleef daarnaast altijd Antilliaanse muziek spelen.

Titre: ‘Een klassiek gitarist heeft weleens tegen me gezegd: ‘Als Julian Coco zijn gitaar pakt en één noot speelt, swingt het al.’ Dat klopt: Julian is in de eerste plaats een klassiek musicus, maar hij heeft het spontane nooit verloren.’

Marlon Titre was 15 toen hij Julian Coco ontmoette, tijdens een openbaar examen op het conservatorium in Den Haag. Het was 1998, hij zat op de vooropleiding en ging luisteren naar een vriend die afstudeerde. ‘Daar zat hij, de ‘meester’. We raakten aan de praat, na afloop liepen we samen naar het station. Op een bankje op het perron hebben we gitaar gespeeld. Toen we afscheid namen schreef Julian zijn nummer op een briefje en zei: kom maar eens langs.’

‘Totaal in de wolken’ kwam Titre thuis en vertelde zijn ouders over zijn ontmoeting. Zijn vader was stomverbaasd, en trots: die had in de jaren zeventig, als student in Delft, een gitaar gekocht nadat hij Coco op televisie het Concierto de Aranjuez van Rodrigo had zien spelen.

Titre: ‘Toen ik hem ontmoette, twijfelde ik nog of ik definitief moest kiezen voor de muziek. Ik was bang dat ik alleen maar met mijn instrument bezig zou zijn. Maar Julian sprak zijn talen, hij citeerde de ene filosoof na de andere. Zijn leven hield niet op bij de gitaar.’

Julian Coco is nu 86. Hij speelt al jaren niet meer in het openbaar. In een interview uit 2008 antwoordde hij op de vraag hoe het ging met muziek maken: ‘Ik moet mijn gitaar laten rusten, of alleen nog in kleine kring gebruiken. Er is een nieuwe stroming jonge artiesten ontstaan, het heeft geen zin meer me te bewijzen. Het is passé, en ik ook.’

Ja, hij zal er zijn, vanavond in De Doelen: eregast tussen de Antillianen en de Nederlanders. Corsen en Titre zullen er, begeleid door het kamerorkest New European Ensemble, laten zien wat het betekent om de fakkel over te nemen van hun held, op een eigen festival – eindelijk. Corsen: ‘Het is toch wel een beetje vreemd dat de organisatoren van het festival nog nooit iets met de Antillen hebben gedaan, terwijl wij onderdeel van het koninkrijk zijn. Ik ben blij dat dat nu wordt rechtgezet, en dat het publiek kan horen hoeveel moois er uit de Antillen komt.’

Hij zal niet herhalen wat een collega laatst zei: ‘Zo zien jullie maar dat niet alle mensen uit de Antillen bolletjesslikkers zijn.’ Corsen: ‘Alsof we ons moeten verdedigen.’ Nee, hij zal laten zien waarom Coco, waarom Titre, waarom hijzelf, het kunnen: cross-overs maken. ‘Omdat we uit een cultuur komen die heel rijk is, wat sommige Nederlanders tegenwoordig ook over ons mogen beweren.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden