InterviewBo Tarenskeen

‘Als je Wittgenstein een beetje leert kennen, wordt-ie vanzelf sexy’

Theatermaker Bo Tarenskeen is al sinds zijn studie filosofie gefascineerd door het werk van Ludwig Wittgenstein. Zozeer zelfs, dat hij een elfdelige serie over hem maakt.

Vincent Kouters
Bo Tarenskeen in Wittgenstein Beeld Jorn Heijdenrijk
Bo Tarenskeen in WittgensteinBeeld Jorn Heijdenrijk

Is filosoof Ludwig Wittgenstein sexy? Het is misschien is geen gangbare opvatting, maar schrijver en theatermaker Bo Tarenskeen (40) vindt van wel. Zozeer dat hij besloten heeft om een elfdelige theaterserie te wijden aan deze Oostenrijks-Engelse taalfilosoof (1889-1951), die te boek staat als een zeer strenge en abstracte denker, met een overigens bizarre biografie. Deel 1, Wittgenstein geheten, ging onlangs in première en is dit seizoen nog op verschillende plekken te zien.

Na monologen over filosoof Martin Heidegger, diplomaat Henry Kissinger en nazi-architect Albert Speer, die samen een serie over ‘het kwade denken’ vormen, had Tarenskeen behoefte aan een positieve tegenkracht. En zo kwam hij uit bij Wittgenstein. Hij liep al veertien jaar rond met dit plan. ‘Het idee dat ik een reeks maak, helpt me om te focussen in dat gigantische werk van mijn lievelingsfilosoof.’ Maar: elf afleveringen? Echt? Gekscherend: ‘Ik wilde er gewoon eentje meer hebben dan Eric de Vroedt met zijn Mightysociety-reeks. Indo’s hebben onderling altijd concurrentie, wist je dat niet?’

Hardcore filosofie

Als je Wittgenstein een beetje leert kennen, dan wordt-ie vanzelf sexy, zegt Tarenskeen. ‘Zijn werk, nadenken over taal, is onverminderd belangrijk in een tijd waarin taal steeds meer wordt misbruikt om wetenschap, politiek en journalistiek in diskrediet te brengen.’ Bovendien: ‘Het was ook gewoon een heel mooie man. Toch?’ Hij laat de flyer van zijn voorstelling zien. ‘Doordringende ogen.’

Tarenskeen raakte van hem gecharmeerd als eerstejaars filosofiestudent. Die studie begint met het vak logica. ‘Hardcore filosofie’ is dat, waarin je de formele regels van de redeneerkunst bestudeert. En dan krijg je dus te maken met Wittgenstein.

Wat hem aantrok in het voor velen ondoorgrondelijk werk van de taalfilosoof, was ‘de strengheid jegens zichzelf en anderen’. En ook: ‘de verzengende onverbiddelijkheid van zijn zoektocht naar helderheid in zijn denken. Zijn eerste werk, de Tractatus Logico-Philosophicus, is een soort stappenplan om tot dat heldere denken te komen.’

Dat werk was zo radicaal dat het vaak verkeerd begrepen is, vertelt Tarenskeen: ‘Wittgenstein wilde laten zien waar we het wel en waar we het niet op een zinnige manier over kunnen hebben. Wél bijvoorbeeld over natuurwetenschappelijke zaken, alles wat verifieerbaar is. Niet over alles wat daarbuiten valt, dus alles wat het leven van waarde maakt, zoals liefde, kunst, god.’ Dat zijn volgens Wittgenstein zaken waarvoor onze taal ontoereikend is, en dus is elke discussie erover bij voorbaat onzinnig. ‘Hij keek er niet op neer, maar wilde ze juist beschermen tegen het reducerende, mechanische denken van de wetenschap.’

Bo Tarenskeen in Wittgenstein Beeld Jorn Heijdenrijk
Bo Tarenskeen in WittgensteinBeeld Jorn Heijdenrijk

Kanonnenvlees

En dan is er nog die fantastische levensloop van Wittgenstein. Zijn vader was een groot Oostenrijks industrieel en stond aan het hoofd van een van de rijkste families ter wereld. Weense elite was het: de kinderen kregen pianoles van Brahms, Mahler was een huisvriend. Zijn broer Paul Wittgenstein werd zelf een beroemd pianist. Zijn zus was bevriend met Freud.

‘Hij worstelde met zijn plek in de wereld’, zegt Tarenskeen. Drie van zijn vier broers pleegden zelfmoord. Ludwig ontvluchtte zijn milieu en ging logica studeren in Cambridge, Engeland. Toen de Eerste Wereldoorlog uitbrak, ging hij vrijwillig in dienst in het Duits-Oostenrijkse leger, niet als officier, wat hij met zijn achtergrond makkelijk had kunnen doen, maar als soldaat, kanonnenvlees. Hij zei daar zelf over dat hij een beter mens wilde worden. In die loopgraven schreef hij de Tractatus.

Zijn karakter was even onbuigzaam als dat werk. Hij weigerde te praten met filosofen die hij dom vond en liep vaak midden in gesprekken weg. ‘Hij was heel streng voor anderen, maar ook voor zichzelf. Hij heeft veel nagedacht over zelfmoord, maar het nooit gedaan. Vervolgens verweet hij zichzelf dat hij daar de moed niet voor had. Ook de relatie met zijn grote liefde, David Pinsent, bleef altijd platonisch. Liefde moest niet geconsumeerd worden, maar gesublimeerd.’

Geen toneelstukjes

En zo stond Wittgensteins hele leven in het teken van het denken. Die haast bovenmenselijke toewijding, daarover gaat Tarenskeens voorstelling. Het is nadrukkelijk niet zijn bedoeling om enkel een biografisch portret te maken of, nog erger, een verkapt hoorcollege. ‘Dan zit het publiek tegen een toneelstukje aan te kijken. Tegen iets wat al af is. Ik wil geen toneelstukjes maken. Wat ik maak... ik noem het wel eens mentale ruimten of theatrale essays. Ik creëer het liefst een plek waarin gedachten kunnen resoneren. In dit geval over of je je met filosofie wel of niet staande kunt houden in het leven.’

In tijden van doorgeschoten identiteitspolitiek, zowel links als rechts van het spectrum, is Wittgensteins werk interessant, meent Tarenskeen. ‘Politiek vaart bij taalgebruik dat uitgaat van dingen die vaststaan: er wordt gedaan alsof begrippen als identiteit of volksaard vaststaan.’ Wittgenstein laat zien dat dat niet zo is. ‘De essentie van zo’n begrip als identiteit openbaart zich in ons gebruik ervan, in het leven in de praktijk. En het kan ook veranderen. Maar als je dat tegenwoordig zegt, dan ben je al ondermijnend bezig. Daarom is hij belangrijk.’

Wittgenstein, deel 1 speelt op 10/12 in Tilburg. Andere data worden binnenkort bekendgemaakt, zie: botarenskeen.nl

Bo Tarenskeen

Bo Tarenskeen is naast toneelspeler, schrijver en regisseur ook medeoprichter van Theater Na de Dam. Hij studeerde taalfilosofie, politieke wetenschappen en regie. Voor zijn afstudeervoorstelling 1000 Zalen won hij in 2009 de Ton Lutzprijs. Samen met neurowetenschapper Damiaan Denys maakte hij in 2013 de voorstelling Wat is Angst? In 2015 maakte hij de muziektheatervoorstelling, Eichmann, ‘die door elke operarecensent werd neergesabeld’. Zijn theaterserie over ‘het kwade denken’ bestaat uit de solo’s Kissinger, Heidegger en Speer. Hij regisseerde De Indië Monologen.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden