Als je het een beroep kunt noemen

Geen gewroet in zijn jeugd en zijn liefdesleven. Alsjeblieft niet die akelige conflicten met orkestdirecties nog eens oprakelen. Laat het verleden toch rusten, zei dirigent Bernard Haitink in 2006 tegen de Volkskrant. 'Terugkijken vind ik een onvruchtbare oefening.' Aanleiding was toen een biografie over Haitinks Amsterdamse jaren, van Jan Bank en Emile Wennekes. Haitink dreigde een gala ter ere van zijn 50-jarige band met het Koninklijk Concertgebouworkest - vanaf 1960 als chef-dirigent, na zijn tumultueuze vertrek in 1987 twaalf jaar niet en na 1999 als gastdirigent - af te blazen als het boek er gepresenteerd zou worden. De directie van het KCO zwichtte voor zijn dreigementen. Het boek verscheen wel.

Het publiek kon concluderen dat de grote Haitink, wereldberoemd maar toch zo Nederlands, geen makkelijk man was. In 2014 had hij weer bonje met het Koninklijk Concertgebouworkest: Haitink voelde zich bij de viering van het 125-jarig bestaan van het orkest 'totaal genegeerd'.

Nu kreeg Bernard Haitink (85) de kans om zelf, terugkijkend, zijn verhaal te vertellen. Althans, via de pen van interviewer Niek Nelissen, die vele gesprekken met hem voerde.

Nelissen, historicus en biograaf van Willem van Otterloo, ging scrupuleus te werk: hij is een dienstbare interviewer die geen vragen stelt die de bewonderde dirigent zouden kunnen ontstemmen. Het lijkt of hij de gesprekken integraal, zonder enige stilering, heeft uitgetikt, inclusief zijn eigen omslachtige vragen. Het boek had korter gekund. En kritischer: pijnlijke affaires - de acties, in 1969, van de Notenkrakers die een door Haitink gedirigeerd concert verstoorden, de ruzies met allerlei directeuren van gezelschappen, de open wond die Concertgebouworkest heet - worden wel aangeroerd, maar Nelissen vraagt niet door. Haitinks eerste drie huwelijken en zijn vijf kinderen komen niet aan de orde.

Toch doemt er gaandeweg een interessant portret van Haitink op: een emotionele man, met grote liefde voor de muziek, die gebukt gaat onder zijn tegenstrijdigheden. Hij zet zichzelf neer als een naïeve sukkel, die alles maar is overkomen en die niet bestand bleek tegen de druk die het dirigeren met zich meebracht. Hij zegt allergisch te zijn voor woorden als 'succesvol' en 'groot' en hij 'haat censuur'. Tegelijk is hij snel gekwetst, had hij vaak driftbuien als iets hem niet zinde en had hij vele aanvaringen met de pers. Hij vertelt dat hij ooit een psychologe bezocht die zei: 'Ik ga daar niet aan sleutelen, want dan komt er zoveel los.' Net als in zijn concerten zit de emotie vooral in de klankkleur. Stof genoeg voor een toekomstige biograaf, vooral door wat er níet is gezegd.

Beeld ANP
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.