Column

Als je faalt, kun je maar beter Freud erbij halen

Een familie van diepe slapers.

Beeld thinkstock

'Ik voelde me net een gebakken eitje.' Aan het woord is niet Frank de Boer, een uur na Ajax' verspeelde landstitel, maar Keet, een van Suzy's menige spreeuwenbekjes. Vanochtend liep het meisje in pyjama de straat op om d'r moeder uit te zwaaien. Terwijl Suzy de hoek om fietste, viel de voordeur in het slot.

Ondergetekende lag boven in bed te dromen van olifanten met paarse parapluutjes. Bij de bel kon Keet niet, dus riep ze lang en hard door de brievenbus. Ik sliep door - kennelijk had ik het nodig.

Keet klom via de motorkap op het dak van Suzy's auto, zodat ze dichter bij mijn oor was. Inventief, voor een 7-jarige.

Geen sjoege. Wel droomde ik over een giraffe die Bart Koetsenruijter heette. Met een gillend stemmetje wilde het beest weten waar godverdomme mijn column bleef.

Dus daar zat ze, op dat zilveren dak, verweesd, snel verslonzend, en wie weet ten prooi aan dezelfde kinderlokker die het ooit op mij had gemunt. Dat was overigens een kneuterige pedo. Hij zat in een Toyota Corolla met op de achterbank een grote koe van papier-maché, de kop draaide heen en weer, zag ik heus wel, waarschijnlijk omdat de man aan een touwtje trok. De lokkoe was bedoeld om mij te laten instappen, ik mocht het ding aaien, beloofde de pedo door zijn portieraampje. Ik weet nog dat ik dacht: ik ga echt geen geknutselde koe aaien, flapdrol.

Keet had weer andere problemen: ze durfde het autodak niet meer af, dat al snel leek op een bakplaat - vandaar het gebakken eitje.

'Waarom word jij niet wakker?', vroeg Suzy achteraf.

'Mijn vader werd ook nooit wakker', kaatste ik. Als je faalt, kun je maar beter Freud erbij halen. Maar het was ook echt waar. Elke zondagochtend dekte mijn moeder de ontbijttafel. Maar mijn vader, die doordeweeks voor dag en dauw naar de staalharderij ging, was onmogelijk zijn bed uit te krijgen. Eerst riep mijn moeder hem een keer of tien, onder aan de trap. 'Mop! Moppie? Kóm je?' 'Ja, ik kom.' 'Móóóóp! Sta je ernaast?' 'Ja, ja, ik sta ernaast.'

Maar niet heus.

Vervolgens stuurde ze mij en mijn broertjes om de beurt op Mop af. Moesten we erbij blijven tot Mop 'ernaast stond'. Maar nog voor we beneden waren, lag Mop er alweer in. Dit duurde uren.

Zonder kwade opzet. Mijn vader sliep gewoon diep. Hoe diep werd pas duidelijk toen hij voor de staalharderij naar de Veluwe moest, in een hotel. Daar dronk hij een slokje, dat moet vermeld. Net als zijn collega's sliep hij in een eigen kamer op de eerste verdieping, met uitzicht op de tuin.

De volgende ochtend werd hij wakker met een wat gezwollen heup. Toen hij aan het ontbijt verscheen, vroeg de uitbater of hij even wilde meelopen. Buiten, recht onder zijn kamerraam, inspecteerden ze samen een geplette conifeer.

'Hebt u gedaan.'

'Kan niet.'

'Ik heb u vannacht zelf binnengelaten.'

Volgens die hotelier was mijn vader uit zijn slaapkamerraam gestapt. Maar hij had heerlijk geslapen, zei mijn vader. Heel vast. Droomloos. Wel lag zijn bed vol rulle aarde, vanochtend. Nu hij erover nadacht. Wrijvend over zijn heup.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden