Ter redactieinterviewers over interviewen

‘Als ik iets ga vragen over een pijnlijk onderwerp zit ik soms wel te zweten’

Hoe is het om mensen te ondervragen over de meest persoonlijke dingen? En waar kunnen zelfs ervaren interviewers achteraf van balen? Evelien van Veen en Sara Berkeljon van het Volkskrant Magazine vertellen.

Interviewers Evelien van Veen en Sara Berkeljon op de redactie van de Volkskrant.Beeld Sabine van Wechem

Ter redactie spreekt voor een mini-zomerreeks interviewers over interviewen. In het eerste deel: Evelien van Veen en Sara Berkeljon van het Volkskrant Magazine over het portretterende interview.

‘Toen zanger Douwe Bob het interview al na tien minuten wilde afbreken, zat ik daar wel met een bonzend hart’, zegt Sara Berkeljon. ‘Van een vriend van hem had ik begrepen dat zijn vader, jarenzestigkunstenaar Simon Posthuma, hem een lijntje coke had aangeboden toen hij nog jong was.

‘Ik vroeg hem daarnaar en toen werd hij boos. Hij zei: misschien moeten we maar kappen, hier heb ik geen zin in. Toen stond hij op en liep weg. Ik dacht: ik heb hier een week voorbereiding in zitten en ik heb over drie dagen een deadline, het is behoorlijk vervelend als ik zo weer buiten sta zonder interview.’

Collega Evelien van Veen knikt. Hoort bij het vak, vragen stellen die gevoelig kunnen liggen. Van Veen is redacteur bij het Volkskrant Magazine, Berkeljon is chef Leven en Media voor Volkskrantkatern V, maar beiden zijn ook vaste interviewers voor het magazine. 

Ze spreken bekende mensen uit uiteenlopende vakken − van ontwerper Jan des Bouvrie tot schrijver Rutger Bregman en van atleet Sifan Hassan tot zangeres Karin Bloemen − over hun werk en leven. In die interviews draait het om persoonlijke ontboezemingen, opvallende uitspraken en nieuwe inkijkjes in de belevingswereld van deze mensen.

Het kwam goed met het interview, Douwe Bob kwam terug en wilde weer praten. Berkeljon: ‘Maar dat was wel even spannend. Als ik weet: ik ga nu iets vragen wat echt een pijnlijk onderwerp is, dan zit ik soms wel te zweten. Het kan me verder niet zoveel schelen of diegene mij aardig vindt of niet, maar je weet niet wat er gaat gebeuren.’

Evelien, jij had laatst een interview met Manon Uphoff over een gevoelig onderwerp: het boek dat ze schreef over haar jeugd, waarin ze werd misbruikt door haar vader. Dat leek ook een spannend gesprek.

Van Veen: ‘Zij had helemaal geen zin om over dat misbruik te praten, dat wist ik van tevoren. Daar probeerde ze in alle voorgaande interviews die ze had gedaan ook onderuit te komen. Dat vond ik eerst wel ingewikkeld. Maar toen las ik dat boek en verschillende interviews met haar en dacht ik: er zijn ook veel andere dingen om over te praten.

‘Ik zag tijdens mijn onderzoek bijvoorbeeld dat zij altijd heel liefdevolle columns over haar vader geschreven had. Daar vroeg ik naar tijdens het interview: hoe kan dat nou? Zat je toen jezelf geweld aan te doen door aardig over je vader te spreken? Of meen je dat dan echt?

‘Toen werd ze geïrriteerd, maar op een heel werkende manier voor het interview. Het lijkt misschien op papier alsof er wat spanning was tussen ons, maar eigenlijk was het een leuk gesprek. Ik voelde me ook niet aangevallen. Het was alleen maar goed dat zij het podium nam om dit verhaal zo uitgebreid te vertellen. Achteraf was zij er ook blij mee.’

Tip voor beginnende interviewers

Van Volkskrant Magazine-interviewer Evelien van Veen:

‘Durf stiltes te laten vallen. Durf. Stiltes. Te. Laten. Vallen. Het is niet pijnlijk, het is nuttig: laat de interviewkandidaat nadenken en breek dat niet te snel af door een nieuwe vraag te stellen. Zo’n stilte levert vaak genoeg iets moois op.’

De twee interviewers zitten in de vergaderzaal op de redactie. Ze spreken bedachtzaam over de fijne kneepjes van het vak en hoe zij tot hun bijzondere gesprekken komen. Allebei zijn ze ervaren interviewers: Van Veen interviewt al twintig jaar, sprak als beginner voor modeblad Elle grote namen als Brigitte Kaandorp en Marc-Marie Huijbregts. Van Berkeljon kwam onlangs een interviewbundel uit na tien jaar interviewen voor het Volkskrant Magazine.

Interviews worden tot in de puntjes voorbereid. Eventuele boeken worden gelezen, films bekeken, cv’s doorgenomen. Ze lezen eerdere interviews en bellen mensen in de omgeving van de geïnterviewde, allemaal om vooraf al zoveel mogelijk van de interviewkandidaat te weten.

Waarom is een goede voorbereiding zo belangrijk?

Van Veen: ‘Twintig jaar geleden ging ik overal niet zo vreselijk goed voorbereid op af. Ik was totaal onbevangen, ik vroeg maar wat voor de vuist weg.’ Ze glimlacht. ‘Dat heeft niet per se slechte interviews opgeleverd, dus dat relativeert ook wel alles.’

Berkeljon: ‘Maar je merkt dat het in je voordeel werkt als je goed voorbereid bent. Dan merkt de geïnterviewde dat hij niet weg kan komen met bullshit. Iemand kan bijvoorbeeld zeggen: ik ben op mijn werk altijd heel aardig voor iedereen. Maar als ik van tevoren twee collega’s heb gesproken die iets anders beweren, kan je dat in het interview tegenwerpen. Als hij van tevoren weet dat jij die collega’s hebt gesproken, heeft hij misschien de neiging om sowieso eerlijker te zijn.’

Van Veen: ‘Dat herken ik wel. Die kennis delen kan een zekere ontregeling in het gesprek brengen, wat een goed soort spontaniteit oplevert. Stel, iemand wordt geïnterviewd, en de interviewer vertelt dat haar moeder zei dat ze een onhandelbaar kind was. Dan zal zij misschien even zeggen dat haar moeder ook van alles verkeerd heeft gedaan. De geïnterviewde gaat op de persoon die je van tevoren gesproken hebt reageren, niet op jou. Dat werkt vaak goed. Dan zitten mensen zo in het gesprek dat ze misschien meer zeggen dan ze van plan waren.’

Waar begin je met de voorbereiding als je eenmaal weet wie je gaat interviewen?

Berkeljon: ‘Daar gaat al iets aan vooraf. Want je gaat eerst al kijken: wil ik die persoon überhaupt interviewen?’

Jullie mogen kiezen, je krijgt geen opdracht?

Berkeljon: ‘Bij mij is 90 procent door mij voorgesteld, schat ik, en 10 procent wordt aangedragen. Het begint voor mij bij de vraag: is iemands werk interessant genoeg om een groot interview te rechtvaardigen? Dat vind ik interessanter als uitgangspunt dan een tragisch levensverhaal. Dat is minder mijn type verhaal, denk ik.’

Van Veen: ‘Ik bedenk minder vaak eigen interviewkandidaten dan Sara. Op de redactie wordt soms gezegd: we willen nu deze en deze actrice voor het magazine, en dan zeg ik: oh ja, dat doe ik wel. Maar dat is soms best moeilijk, vooral als het niet heel uitgesproken persoonlijkheden zijn. Soms is het fijn om óf een bijzondere figuur te hebben, óf een bijzonder verhaal.’

Berkeljon: ‘Nou ja, kijk, het is altijd beter als je van tevoren een idee hebt waar je heen wil. Je kan het wel met iemand over alles uit zijn of haar leven hebben, maar dan ben je zo door je tijd heen en ben je nergens dieper op ingegaan. Daarom is die voorbereiding ook belangrijk. Om echt voor jezelf te bedenken: waar wil je op inzoomen, waar ben je benieuwd naar?

‘En het hoeft niet eens zo super expliciet te zijn dat elke lezer doorheeft wat jouw hypothese was. Maar bijvoorbeeld bij Sven Kockelmann −’

Van Veen: ‘Ja, daar wilde ik nét naar vragen.’

Berkeljon: ‘Die praat niet graag over zijn privéleven. In interviews zie je steeds dezelfde kruimeltjes opduiken over zijn jeugd. Dus dan weet je al: dit is zo’n doorgewinterd figuur, hij gaat dan echt niet ineens wel zijn hart uitstorten. Dan moet je bedenken: wat ga ik met hem doen?

Tip voor beginnende interviewers

Van Volkskrant Magazine-interviewer Sara Berkeljon:

‘Het ligt voor de hand, en het is niet leuk om te doen, maar: vraag om voorbeelden. Elke keer weer! Mensen hebben de neiging om in algemeenheden te praten, en dat is saai om te lezen. Denk niet: ik snap wel ongeveer wat hij of zij bedoelt, door naar het volgende onderwerp. Vraag net zo lang door tot iemand concreet wordt.’

‘Ik dacht: het verhaal van Kockelmann is het verhaal van iemand die alles heeft gegeven voor zijn werk. Hij is een complete workaholic, hij is twee keer gescheiden − je weet als buitenstaander niet of dat met zijn werkethos te maken heeft, maar het zal niet hebben geholpen. En toch is het hem niet gelukt om dat eigen televisieprogramma te krijgen, zijn grote ambitie te verwezenlijken. Daarin schuilt wel een soort tragiek.

‘Dus daar zit het pijnpunt − tenminste, dat vermoed ik. Dan probeer ik daar een beetje op te pushen in zo’n interview. Het kwam er niet helemáál uit, maar ik denk wel genoeg.’

Hebben jullie een stijl, qua interviewen, en verschilt jullie stijl van elkaar? Ik kan me voorstellen dat je persoonlijkheid als interviewer een rol speelt in het gesprek.

Ze denken even na.

Berkeljon: ‘Misschien dat Evelien toch net iets meer een empathische interviewer is. Denk ik.’

Van Veen fronst en peinst een lange tijd. ‘Het is lastig om van jezelf te zeggen. Ik denk dat hoe een interview uitpakt toch voor het grootste deel van degene tegenover je afhangt.’

Van bekendere interviewers wordt toch wel vaker gezegd dat ze een bepaalde stijl hebben? Zoals Sven Kockelmann en Frénk van der Linden bijvoorbeeld?

Berkeljon: ‘Wat is de stijl van Frénk van der Linden dan?’

De wrijving opzoeken?

Berkeljon: ‘Dat doet hij tegenwoordig nauwelijks meer, hij maakt nu voor de Volkskrant bijvoorbeeld heel empathische interviews over rouw, waar niets confronterends in zit. Wrijving opzoeken is dus geen stijl, het is een manier. Ik vind ook niet dat je je bewust moet voornemen: ik ga nú heel confronterend interviewen, en daarna heel empathisch. Dat vind ik te simpel.’

Van Veen: ‘Ik ook, ja.’

Berkeljon: ‘Soms is het ene nodig, soms het andere, en vaak is het een mix.’

Van Veen: ‘Je hebt ook gewoon een optelsom van intuïtie en ervaring en mensenkennis. Dat je weet, nu hoef ik alleen maar te luisteren en te zeggen: en wat gebeurde er toen? En soms moet je wat tegengas geven. Ik weet niet of dat zo empathisch is. Het is gewoon de beste manier om het verhaal eruit te krijgen.’

Is er iets waar zelfs jullie nog van balen achteraf?

Van Veen: ‘Ik ben nu een band aan het uittikken met een kandidaat en ik hoor dat ik diegene te vaak heb onderbroken om mijn volgende vraag te stellen. Op dat moment dacht ik: ja ja, ik weet al wat er gaat komen, dat wil ik nu niet. Maar dat is toch niet goed. Nu heb ik dat een paar keer op de band gehoord en denk ik: ik had toch even mijn muil moeten houden.’ Ze lacht.

Berkeljon: ‘Waar ik van kan balen: soms ben je gewoon niet scherp genoeg. Bij Jan des Bouvrie bijvoorbeeld. Hij heeft een stuk of zes keer gezegd: ik weet alles, ik heb zo’n goed geheugen − hij beweerde de hele encyclopedie uit zijn hoofd te kennen. En toen dacht ik: nu moet ik hem vragen naar het geboortejaar en sterftejaar van Napoleon, zoiets. Maar ik kon niet op zo’n vraag komen. Ik was nog niet opgewarmd, ofzo. Dat was wel grappig geweest. Zeker als hij het niet had geweten.’

Het grote interview is een van de pijlers van Volkskrant Magazine. Waarom vinden mensen het zo interessant om over de persoonlijke levens van anderen te lezen, denken jullie?

Van Veen: ‘Ik denk dat een reden is dat je van een ander wil leren: hoe doe jij het, het leven? En hoe ga je om met tegenslag? Als het goed is kan je er als lezer soms iets uithalen waar je wat aan hebt.’

Berkeljon: ‘En je kunt het beeld dat van iemand bestaat aanvullen en misschien soms wel corrigeren. Dat is ook interessant, denk ik. Het gaat vaak om bekende mensen natuurlijk, die hebben een bepaald imago. Maar is dat wel terecht? Dat is iets wat ik in een interview altijd wil onderzoeken.’

Volkskrant Magazine-interviews door Sara Berkeljon:

Journalist Sven Kockelmann: ‘Nu ik 50 ben, kan ik zeggen: ik ben beter in balans, en dus ook een betere interviewer’

Ontwerper Jan des Bouvrie: ‘Vrouwen kunnen erg zeuren en daar kunnen mannen niet tegen’

Schrijver Rutger Bregman: ‘Soms dreigt het een grote egoshow te worden’

Zanger Douwe Bob: ‘De orgies en de cocaïne zijn ingeruild voor spinaziesap, water en een masseuse’

Volkskrant Magazine-interviews door Evelien van Veen:

Auteur Bibi Dumon Tak: ‘Het enige wat ik kon schrijven was dit boek’

Auteur Manon Uphoff: ‘Ik ken méér dan genoeg redenen om hier heel lang je mond over te houden’

Het rampjaar van darter Raymond van Barneveld: ‘Je moet eerlijk zijn: ik kan niet meer goed presteren. Bijna elke week gaat het mis’

Presentator Emma Wortelboer heeft een ego in optima forma: ‘Ik vind die aandacht lekker’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden