'Als ik een ruimte vol vreemden binnenkom, denk ik: wat heerlijk'

Spreek gerust een wildvreemde aan, ga logeren bij je overbuurman en laat vooral spontaniteit toe. Zo staat theatermaker Adelheid Roosen (59) in het leven en dus in haar werk. Ze krijgt er steeds meer lof voor. En binnenkort weer een 'fokking fijne prijs'.

Adelheid Roosen. Styling: Lidewij Merckx (House of Orange), visagie: Bianca Fabrie (House of Orange). Met dank aan De School.Beeld Valentina Vos (Witman Kleipool)

Adelheid Roosen deed ooit, lang geleden, de gordijnen dicht aan de straatkant van haar appartementje in Amsterdam. Het was laat, want ze gaat altijd laat naar bed. 'Ik zag een overbuurman op hetzelfde moment ook zijn gordijnen dichtdoen en dacht: waarom pak ik niet mijn tandenborstel, bel ik niet aan en vraag ik niet of ik vanavond bij hem mag logeren? En dan wel op de bank hoor, in mijn eigen slaapzak. Waarom dúrven we niet eens over te steken en aan te bellen? Waarom doen we nooit zo'n investering, zelfs niet als we tegenover elkaar wonen en elke dag op dezelfde tijd het licht uitdoen?'

Ben je toen naar de overkant gegaan?

'Ja, ik heb aangebeld en gevraagd of hij wilde meedoen aan mijn ontmoetingsexperiment.'

En hij dacht: wat een raar mens?

'Niets ten nadele van jou, maar dit is dus precíés het vocabulaire waarin we elkaar constant afrekenen. Daardoor druk je elk voorstel de kop in, want als je als raar mens wordt gezien, kijk je de volgende keer wel uit. Je hebt 'wat een raar mens' enorm gauw bij de hand, en 'snotverdorie, wat leuk dat de overbuurvrouw dit komt vragen' veel minder snel.'

Maar wat dacht de overbuurman?

'Die vond het eerst loeiend vreemd. Maar gaandeweg het gesprek, dat tot laat in de nacht duurde, begon hij het een steeds leuker experiment te vinden en dacht hij: waarom ook niet, blijf maar logeren. Méésterlijk!'

Waarom doen niet meer mensen zo'n investering in de overbuurman?

'De natuur is spontaan zichzelf, schreef Rilke, omdat de natuur niet anders kan. De natuur is niet te stoppen, een krokus kan niet tegenhouden dat hij tussen twee stoeptegels omhoogkomt en op één bepaald moment, binnen een seconde, openklapt. Als wij als mensen toevallig op dat moment naar beneden kijken, denken we: wauw! We zijn dan dankbaar dat het toevallig onder onze ogen gebeurde. Maar als een medemens ons passeert, ons aanklampt en in eenzelfde spontane opwelling iets tegen ons zegt, denken we: o jee, wat eng. We vinden het angstaanjagend om ons sensitief op te stellen ten opzichte van een vreemde. Ik wil, in alles wat ik maak en doe, werkelijk zien wie die ander is. Dat is eigenlijk altijd zo geweest. Ik word gedreven door een nieuwsgierigheid die ik moeilijk kan verklaren. Die is niet seksueel, wel erotisch; ik vind de mens gewoon een prachtig wezen. Dat kan me overvallen als ik iemand bij de tramhalte zie, en dan zeg ik dat ook gewoon: 'Wat ben jij een leukerd!'

Roosen (59) zet gemberthee en legt een reep pure chocola met gemberstukjes op tafel: 'Jij moet hiervan snaaien!' Er staan ook gebrande nootjes. 'Mag ik van jou bij het raam een sigaret roken?' In haar atelier, in een oud schoolgebouw in de Jordaan, staan de Mariabeelden tussen de Afrikaanse maskers en hangen de muren vol oude krantenknipsels, foto's en affiches van voorstellingen. Tegen de muur een metershoge boekenkast annex archief dat zo ongeveer haar hele carrière beslaat, van 1982 (toen ze begon bij Purper) tot nu. De laatste jaren maakte Roosen furore met haar WijkSafari's. Een idee dat, althans in ruwe versie, ontstond na het logeren bij de overbuurman.

Een 'adoptie' door een vreemde is de ruggegraat van de WijkSafari's: een acteur woont een paar weken bij een buurtbewoner en samen maken ze een scène, gebaseerd op die ontmoeting. De scènes worden opgevoerd in de huizen van de bewoners. Het publiek (opgedeeld in acht groepen, die allemaal volgens een 'militair schema' een net iets andere route volgen om aan het slot op hetzelfde punt te eindigen) zit op de bank in woonkamers, op de grond, loopt door de wijk en rijdt mee achter op de scooters van jongeren uit de buurt. De safari duurt vier uur. Tijdens het wandelen ('trek makkelijke schoenen aan', luidt een instructie vooraf) moeten de bezoekers elkaar vragen stellen als 'wat is jouw innerlijke leeftijd?' en 'door wie wil jij gedragen worden?' De WijkSafari vond plaats in Amsterdam, Utrecht en in Mexico, in Ciudad Juárez en Mexico-Stad. Roosen is bezig met de voorbereiding van een editie in twee Utrechtse azc's.

Wijksafari Floradorp

Voor het theaterproject WijkSafari trokken studenten van de Hogeschool voor de Kunsten in bij bewoners van Floradorp. Een creatieve botsing (+).

Vrij Nederland noemde de WijkSafari's 'spectaculair en toch adembenemend intiem' en 'de meesterproef van Roosens kunstenaarschap'. Zelf ziet ze dat ook wel zo. 'De eerste was in Amsterdam Slotervaart. In mijn gedachten en mijn hart voltrok zich iets groots: dit ís het, dacht ik. Is de wereld, of tenminste een ministukje daarvan, maakbaar? Ja!'

In 2015 won Roosen de Van Praagprijs van het Humanistisch Verbond, een oeuvreprijs, omdat ze 'onvermoeibaar vecht voor een wereld waarin medemenselijkheid een nieuwe kans krijgt'. De jury noemde haar een voorbeeldfiguur die 'het pad naar anderen en het andere blijft effenen'. In oktober krijgt ze ook nog 'een fokking fijne prijs' (haar woorden) in New York, de Gilder/Coigney International Theatre Award voor vrouwelijke theatermakers.

Er zijn, kortom, steeds minder mensen die Roosen tegenwoordig nog 'een raar mens' noemen. 'In alles wat ik maak zit één slagader: de ontmoeting. In het begin kreeg ik daar vragen over, vanuit de theaterwereld. 'Kom op, Adelheid, je maakt theáter! Ontmoeten doe je maar op een borrel!''

Tekst gaat verder onder de foto.

T-shirt: Weekday. Styling: Lidewij Merckx (House of Orange), visagie: Bianca Fabrie (House of Orange). Met dank aan De School.Beeld Valentina Vos (Witman Kleipool)

Nu zijn de kritieken lovend, je krijgt de ene prijs na de andere.

'Heerlijk. In het fijnste geval krijgt het navolging. Van de week kreeg ik een app van een collega dat Tijs van den Brink van de EO voor een programma bij een islamitisch gezin ging logeren. Mooi toch? In 2014 liet ik honderd wijkbewoners deelnemen aan een voorstelling van Johan Simons (De oversteek en Dantons dood), waarna ze in de schouwburg bleven slapen. De schouwburg als buurthuis, dat is voor mij het hoogst haalbare. Inmiddels hoor ik jonge artistiek leiders datzelfde zeggen.'

Was je niet bang om bij een wildvreemde man op de bank te gaan liggen?

'Natuurlijk wel. Maar moet je het daarom nooit doen? Moet je altijd maar aannames hebben over de ander die je nooit toetst? Als ik me door angst zou laten leiden, had ik nooit WijkSafari's kunnen maken in twee heftige wijken in Mexico. Iedereen vroeg, natuurlijk: is dat niet gevaarlijk? Jawel, is het antwoord. Ik ben niet naïef. Kan het fout gaan? Ja. Maar ik ben ook wel eens in de tramrails gereden met de fiets.'

Wat hoop je dat het publiek ervaart tijdens een WijkSafari?

'De voorstelling neemt je mee op visite. Het publiek ontmoet anderen - de buurtbewoners, de spelers, maar ook het medepubliek. Daarbij worden ze over een drempel geholpen. De weg is voor ze uitgestippeld, dat maakt het makkelijker. Elke keer hoop ik dat de puzzelstukjes in elkaar vallen. Ik vind het fantastisch als iemand uit het publiek zegt: 'Toen ik een groep scooters zag aankomen en nog niet wist dat ze bij de voorstelling hoorden, greep ik naar mijn handtas en ging de gedachte door mijn hoofd: o, wat jammer dat mij dit uitgerekend vanmiddag moet gebeuren.' Op het moment dat het publiek de eigen vooroordelen ziet en durft te benoemen, denk ik: het is geschied.'

Op De Correspondent noemde een bewoner van Amsterdam Nieuw-West de WijkSafari een 'multiculturele mooiweershow' en 'sociaal-democratisch aapjes kijken'.

'Ik heb daar wel over nagedacht. Ook omdat ik werkelijk niet begrijp hoe je het kunt zeggen, 'aapjes kijken', als het over mensen gaat. Dat zou in mij niet opkomen. Ik spiegel zo'n opmerking graag: stel dat een groep mensen zou worden uitgenodigd op het Koninklijk Paleis, dan zou niemand zeggen dat ze daar gaan 'aapjes kijken', denk ik. Zo'n opmerking zegt iets over de persoon die haar maakt, iemand die overigens de voorstelling zelf niet zag.'

Wanneer begon je met het aanspreken van vreemden, of deed je het altijd al?

'Een loeimoeilijke vraag is dat - ben ik zo geboren, of is het aangeleerd? Ik was best veel alleen; wij kwamen uit Breda en verhuisden voor het werk van mijn vader naar de Achterhoek. Daar viel ik buiten de boot vanwege mijn geruite rokje en omdat ik abn sprak en geen dialect. In de schoolpauze reed ik graag met de melkboer mee, op z'n melkkar langs de deuren. Keigezellig. En, ook altijd zo geweest: ik verdráág de buitensluiting niet. Daar heb ik dagelijks last van, want de mensheid is nogal bezig met buitensluiten. Ooit maakte ik iets verbijsterends mee: ik was te gast in een talkshow van Koos Postema tijdens de Olympische Spelen. Ik weet niks van sport en vroeg me hardop af waarom we, als twee mensen ogenschijnlijk tegelijk de finish passeren, zoveel moeite steken in het vaststellen, op de duizendste seconde, wie er gewonnen heeft. Waarom delen we het geluk niet? Hoe mooi zou dat zijn, de een uit Ghana, de ander uit Zuid-Korea, en die kwamen, fokking hel, gewoon tegelíjk over de streep! Te gek! Postema zei later: 'Ik wist meteen dat dit een hel zou worden.' De mensen waren wóédend. Want het gaat om wínnen! Dat ik dat niet begreep! Maar jij was volgens mij op zoek naar iets anders.'

Ik vroeg me af of je altijd al zo gericht bent geweest op de ander.

'Ik ben opgevoed door een zeer strenge en formele moeder. Ik paste niet in het plaatje dat zij van mij voor ogen had. Dat zij mij niet accepteerde zoals ik was, heeft er ongetwijfeld iets mee te maken. Ik voelde dat ik in ons gezin de wilde wolf was. Mijn moeder vond mij onhandelbaar. Ik denk dat zij het idee had, zoals mijn zus Marie-Colette weleens heeft gezegd, dat ze haar kinderen kon kneden. Zij dacht dat dat haar recht was, en misschien ook wel haar plicht. Ze had een gruwelijke hand van opvoeden. Zij heeft alles in het werk gesteld om mij te vormen.'

Hoe probeerde ze dat?

'God ja, jezus. Door normering, door straf, en doordat mijn moeder werkelijk dacht dat wij haar territorium waren. Ze hamerde doorlopend op 'zo moet je zijn'. Ik voelde me fundamenteel onveilig omdat er altijd straf dreigde. Heel lang op mijn kamer moeten zitten, of in de garage, of in een auto. En mijn moeder sloeg. Ik ben nog lang nadat ik al uit huis was automatisch blijven terugdeinzen elke keer als iemand met een hand richting mij zwaaide. Ieder mens heeft een temperament en karakter, een kind is niet het bezit van de ouder. Mijn moeder heeft zich juist vol op haar kinderen gestort. Ik stond op woensdagmiddag bij de kleermaker op tafel rondjes te draaien om de zoom van mijn geruite rok te laten opmeten. Omdat zij dat verstond onder keurig. Nou, dan moet je zo'n ravotter hebben als ik.'

Jurk: Claes Iversen. Styling: Lidewij Merckx (House of Orange), visagie: Bianca Fabrie (House of Orange). Met dank aan De School.Beeld Valentina Vos (Witman Kleipool)

Je kwam elke keer met vlekken thuis.

'En met winkelhaken, omdat ik in bomen en over hekken klom. Ik speelde liever buiten dan binnen, nam alle dieren die ik vond mee naar huis. En zwervers. 'Kom mee, thee drinken', zei ik. En dan nam ik twee volwassen mannen mee, Henk en Arie. Misschien had ik adhd. Ik weet in ieder geval dat ik door mijn temperament, en omdat ik niet wist wat ik ermee aan moest, eigenlijk constant in paniek was. Als straf een dagelijks terugkerend fenomeen is, ben je als kind aan het overleven.'

Begreep jij waarom je moeder deed zoals ze deed?

'Sommige dingen ben ik gaan begrijpen. Een jaar of vijftien geleden beleefde ik een práchtig moment, tijdens een vakantie in Oost-Europa, samen met Titus (haar partner, acteur Titus Muizelaar). We gingen naar een geschiedenismuseum, waar in een kamer de jaren zestig werden verbeeld door middel van een keuken, met een wasmachine erin. En toen bárstte ik ineens uit in een huilbui. Ik voelde niks aankomen. Een gólf, een schok! Waaah! Ik stond in die jarenzestigkeuken en kon me ineens voorstellen hoe mijn moeder gevangen zat. Die wasmachine was het bot dat haar was toegeworpen: hier, vrouw, je hoeft niet meer alles met de hand te doen! Die keuken was haar gevangenis, dat besef sloeg me als een natte dweil in mijn gezicht. Ik vond het zo erg. Ik kan me van vroeger herinneren dat ze aan tafel vanuit het niets begon te huilen en zei: 'Eerst moet ik het allemaal gaan kopen in de stad, dan moet ik het allemaal klaarmaken, dan eten jullie het in twintig minuten op en dan moet ik het allemaal gaan afwassen, wat heb ík nou!' Ik vond het diep verdrietig, maar ik kon niet formuleren: 'Mam, kom, we gaan dollen in de zandbak.' Wat ze overigens natuurlijk nooit had gedaan. Pas toen ze ging dementeren (waarover Roosen de documentaire Mam maakte), zijn we samen spelend in de zandbak beland, vol overgave.'

Welke rol speelde je vader?

'Hij had een drukke baan en liet de opvoeding grotendeels aan mijn moeder over. Hij was iemand die niet strafte. Hij liet je de fout herstellen, hij bevroeg me, als ik ruzie had gehad met een ander kind op school of als ik strafwerk had. Hij leidde me door zo'n gesprek en stelde aan het eind de vraag: 'Dus?' Waarna ik zelf de les moest formuleren. Als kind vond ik dat imponerend, ik stond met stokkende adem aan zijn bureau. Mijn ouders zijn uit liefde getrouwd en mijn vader heeft haar er, voor zover ik kan nagaan, op geen enkele wijze toe gedwongen haar leven te wijden aan het huishouden. Zij heeft dat zelf gedaan, denken mijn zus en ik, vanuit plichtsgevoel en radeloosheid.'

In het RTL-programma Jouw vrouw, mijn vrouw wisselde je van rol met Lydia Hampel, de vrouw van de manager van realityster Barbie. Zij deed alles in het huishouden, jij liet haar zoons en echtgenoot inzien dat het ook anders kon.

'In dat tv-programma volg je eerst de huisregels van de man, daarna worden de rollen omgedraaid. De verleiding is groot om dan te zeggen: 'Die mannen zijn lui, ik ga ze nu eens laten zweten terwijl ík op de bank lig.' Maar ik dacht oprecht: helemaal goed als zij op de bank liggen. Ik hoef niet op de bank, ik vind schoonmaken leuk. In plaats daarvan stuurde ik de zoons en man naar vriendinnen van Lydia. Dat maakte een verpletterende indruk, omdat ze hoorden dat Lydia eigenlijk wel méér wilde dan het huishouden doen, maar het gevoel had dat daar geen ruimte voor was. Hun attitude kon daardoor veranderen.'

Probeerde jij vroeger je moeder werk uit handen te nemen?

'Wat ik wel deed, is cake proberen te bakken. Maar mijn moeder wist precies hoe het moest en ik mocht niet klooien en moest haar aanwijzingen volgen. Daardoor ging de lol er wel af. Ik ben verdrietig geweest over hoe ik ben grootgebracht, maar heb er geen frustratie aan overgehouden. Ik was in staat er een harde schop tegen te geven en te zeggen: 'Er zit ook een goeie kant aan.' Door mijn jeugd ben ik een onafhankelijke geest. Als ik een ruimte vol vreemden binnenkom, denk ik: wat heerlijk. Misschien kan ik daarom goed mensen verbinden.'

Je bent nooit ongemakkelijk in een vreemd gezelschap?

'Nee. Ik ga ook graag alleen uit eten. Altijd al gedaan. Tegenwoordig is het wat normaler, maar vroeger was dat echt ongebruikelijk. Mijn moeder kon niet lekker koken. Toen ik op mezelf woonde kon ik gaan eten wat ik wilde. Drie voorgerechten. Wáúw!'

Lukt het jou om altijd onbevangen tegenover ieder ander te staan?

'Als ik een vooroordeel bij mezelf signaleer, denk ik: dat bepaal ik nog altijd zelf wel, ik ga die persoon nu een hand geven. Voor mij voelt het inmiddels natuurlijk. Dat wil niet zeggen dat ik constant met iedereen op straat in gesprek ga, maar als iemand me aanspreekt en ik geen tijd heb, probeer ik in ieder geval waarachtig te zijn door te zeggen: 'Ik had echt graag de tijd voor je willen nemen, maar ik kan het er nu in mijn leven even niet bij hebben.' Ik begrijp niet dat we dat soort medemenselijkheid en spontaniteit hebben geofferd. Waarom zetten we kinderen bij elkaar om samen te spelen, maar sluiten we ons als volwassenen zo af? We zíjn helemaal nooit volwassen geworden, denk ik, we spélen de hele dag volwassenetje.'

Wat vind je van hoe het publieke debat in Nederland wordt gevoerd?

'Ik zie mijzelf als een spelend kind dat dat deel van de wereld vreselijk saai vindt. Die debatten, bedoel ik, het nieuws. Het is een herhaling van zetten. Oorlogen, bestelen, corruptie, de drang de ander te vernietigen. Je hoeft de kop van een krantenartikel maar te lezen en je kunt de rest zo invullen, want het is altijd hetzelfde: jaloezie, macht, angst voor het vreemde, voor verlies - gevoelens die leiden tot dogma's en tot een versmalling van het denken. Op televisie, in talkshows, zie ik alleen maar gesprekken waarin geen spontaniteit geduld wordt, tenzij het ingehuurde spontaniteit is, want dat levert 'spannende televisie' op. Het gaat nooit om het werkelijke aanraken of om de overwinning op jezelf.'

Tekst gaat verder onder de foto.

Jurk en vestje: Toga via Margriet Nannings. Styling: Lidewij Merckx (House of Orange), visagie: Bianca Fabrie (House of Orange). Met dank aan De School.Beeld Valentina Vos (Witman Kleipool)

Jij maakte vroeger nog weleens ruzie op tv, bijvoorbeeld bij Sonja Barend, met Boudewijn Büch. Je riep hem 'krijg de tyfus!' toe.

'O ja, die staat geloof ik in de top-10 van ergerlijke talkshowmomenten. Ook leuk was mijn optreden in de talkshow van Karel van de Graaf. Het was live en ik had een bos bloemen voor hem meegenomen. Vond hij héél gek. 'Hè? Huh?' Ik zei: 'Ik kom op visite, dus ik heb bloemen meegenomen.' Hij legde de bloemen op tafel en we begonnen het gesprek. Na afloop hebben we tot diep in de nacht in een kroeg op het Rembrandtplein gehangen, we hadden zo'n méésterlijk gesprek, over televisie, over hoe alles gekadreerd is en hoe jammer dat is. Ineens realiseerde hij zich dat op de talkshowtafel een half gevulde kan met drinkwater stond. Karel zei: 'Oooo, Adelheid, ik heb zó'n spijt! Er stond gewoon een váás! Zo werken dus de afspraken in de tv-wereld!' Hij zág de vaas niet, want tijdens een talkshow kom je niet op visite en neem je dus ook geen bloemen mee. Als zoiets toch gebeurt, kom je in een freeze. Er stond gewoon een transparante kan met water, en daar lagen de bloemen náást! Hahahaha!'

Roosen giert en slaat met haar platte hand op tafel. 'Ik zal het nooit vergeten. Meesterlijk, wát een leuke gast.'

Je zei in een interview: als ik 60 ben en Titus 70, gaan we samenwonen.

'Ik heb nooit samengewoond. Ik wil niet zachtjes hoeven doen als ik laat thuiskom. Als ik van een voorstelling kom, ben ik heel vitaal. Dus Titus zei: we gaan pas samenwonen als jij 60 bent en ik 70 ben.'

En dat is volgend jaar.

'Haha, ja, precies! Dus wat gaan we nu doen, vraag jij je af. Ik denk dat we daar vlak voor we 60 en 70 worden maar eens over gaan nadenken.'

Titus zei...

'O ja, je hebt hem gesproken?' Zonder ironie: 'Jij bent echt wel heel goed bezig.'

Hij zei: de overgang was echt een markeringspunt voor Adelheid.

'De overgang, die nu gelukkig voorbij is, heeft mijn onafhankelijkheid versterkt. En ik ben minder toegeeflijk geworden, als het gaat om de kwaliteit van het gesprek. Ik wil vérder. Titus heeft zoiets van: ik vind het wel goed zoals het gaat. Als hij kwaad is, wijt hij dat aan de jaargetijden, maar ik wil altijd weten wat het verhaal erachter is.'

Waarom houdt de relatie tussen jou en Titus stand en relaties daarvoor niet?

'Ik heb best wat lange relaties gehad, maar met hem duurt het het langst, vijftien jaar nu. Misschien ook omdat ik hem heb ontmoet toen ik al begin 40 was. Ik had inmiddels door dat de ander niet maakbaar is. Als je jong bent, denk je: als ik maar vaak zeg dat ik dit niet prettig vind, houdt die ander er wel mee op. Hahaha! Nog niet zo lang geleden zijn Titus en ik samen in therapie gegaan. Ik wilde dat graag. Titus begon in eerste instantie te zuchten, maar ik wilde reflecteren op onze relatie en om dat goed te kunnen doen, heb je de blik van een buitenstaander nodig. Voor mij was de therapie niet bedoeld om een probleem op te lossen, maar om meer van elkaar te snappen, omdat ik de ontmoeting met de ander echt als mijn levensthema zie. Ik vind het oprecht tof om me te laten bevragen door een therapeut. Ik wil dat het vers blijft. Soms wil ik het uitmaken met Titus om het op een zelfgekozen moment weer aan te kunnen maken. Daar kan ik echt zin in hebben.'

Welke inzichten levert de therapie op?

'Ik ben, door mijn jeugd enzo, geneigd altijd alles zelf op te lossen. Ik zie een obstakel en ik handel. Ik vraag bijna nooit een ander om hulp. Ook Titus niet, die daarin af en toe een eenzaamheid voelt. Daar doen we tijdens die therapie onderzoek naar. Dat vind ik mooi. Héérlijk. Holy mozes Maria, zit dat zó? Ik eind 50, hij eind 60, en dan bij iemand aan tafel gaan zitten en zeggen: 'Kom maar!' Ik vind dat je moet spelen met het leven in plaats van alleen te zorgen dat de dingen behouden blijven. Ik vind dat je je eigen authenticiteit moet laten rollebollen als een wervelstorm, zodat je denkt: wrrraaaaaah! Ik ben ook weleens bang of verlegen, maar dát gevoel overwint bij mij altijd.'

CV Adelheid Roosen

30 juni 1958 Geboren in Teteringen, verhuist op jonge leeftijd naar Ulft

1962-1968 Nonnenklooster Ulft

1978-1982 Akademie voor Expressie door Woord en Gebaar

1982-1987 Purper

1986-heden Docent aan de Amsterdamse Toneelschool & Kleinkunstacademie

1986-1987 Vara's Nachtshow

1990 Prosceniumprijs voor Tergend Langzaam Wakker Worden

1998-2006 Bedenkt, schrijft en regisseert theaterdrieluik Vijf op je ogen, Gesluierde Monologen en Is.Man

2001 De Vagina Monologen

2009 Amsterdamprijs voor de Kunst

2009 Documentaire Mam

2011 Eerste WijkSafari

2012 Prosceniumprijs als artistiek leider van eigen stichting Female Economy en Zina

2015 Dr. J. P. van Praagprijs van het Humanistisch Verbond

2016 Lid van de Akademie van Kunsten

2017 Gilder/Coigney International Theatre Award

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden