beeldcolumn Eddy & Eva Posthuma de Boer

Als God bestond, moest hij hier huizen, verzuchtte ik ooit in Sri Lanka

Via Dolorosa, Jeruzalem, 1974. Beeld Eddy Posthuma de Boer

Het leven door de ogen van de Posthuma de Boers; elke twee weken een foto uit het rijke naoorlogse archief van vader Eddy, met een tekst van dochter Eva.

Augustus heette onze chauffeur en gids in Sri Lanka. Althans, die naam had hij zichzelf aangemeten, omdat zijn geboortenaam voor de meeste toeristen niet uit te spreken viel. Ik vond Augustus een toffe vent. Hij wist veel en was grappig. Vanaf de eerste dag, waarop ik als een dolle foto’s maakte van paalvissers in zee, pestte hij me – de paalvissers bleken een toeristische attractie en hadden niet eens lijnen aan hun hengels. Vlak voor we weer in ons busje stapten, klommen ze van hun palen en snelden op me af voor geld voor de genomen foto’s. Augustus keek breed lachend toe. ‘Jij gelooft echt alles!’

We reisden langs de zuidkust van West- naar Oost-Sri Lanka en bleven op elke plek twee of drie nachten. ’s Ochtends haalde Augustus ons op in de ontbijtzaal van het hotel waar we op dat moment verbleven en vertelde wat de dag zou brengen: een bezoek aan een tempel of markt, een rondleiding over een theeplantage of door een natuurpark. De mooiste tocht die we met Augustus maakten, was door Horton Plains, een natuurreservaat dat zich uitstrekt over een 2.000 meter hoog gelegen plateau. Augustus leidde ons langs watervallen en vergezichten en ten slotte over een steile, opgedroogde rivierbedding naar World’s End, waar het plateau eindigt in een diepe afgrond. Zonder mist moet het uitzicht er magisch zijn. Met ons hoofd letterlijk in de wolken kwamen we op adem. De stilte was oorverdovend. Boven de mist verschenen zonnestralen. Ik verzuchtte dat als God bestond, hij hier moest huizen. ‘Ben jij christen?’, vroeg Augustus. Ik schudde mijn hoofd. ‘Boeddhist?’ ‘Nee, ik heb geen geloof.’ Augustus staarde me verbijsterd aan. ‘Onmogelijk.’ Ik lachte. ‘Zie je wel, ik geloof echt niet alles.’ Maar Augustus lachte niet. Hij kon er niet over uit, Zelf was hij hindoe; welk geloof ook, alles was goed, maar atheïst, nee: een mens móést een religie hebben. ‘Want wat gebeurt er als je sterft’ ‘Dan ga ik dood.’ ‘Geen leven na de dood?’ ‘Nee.’

De weg terug, dalend over de ruige paden, liep hij voor me uit. Een paar keer keek hij om, nog steeds met een verwarde blik in zijn ogen.

Was ik naïef, om mijn atheïsme als zo vanzelfsprekend te beschouwen? Was het beter om me soms als christen voor te doen, om onbegrip te voorkomen? Sindsdien zeg ik het af en toe, op plekken in de wereld waar ik niemand voor het hoofd wil stoten: ‘Ik ben een christen.’ Het is een pijnloze leugen, voor mij als Kerst vierende ongelovige. En elke keer denk ik aan Augustus, voor wie ik bid dat hij op Eerste Paasdag gespaard is gebleven en vandaag in de ontbijtzaal van een hotel een paar toeristen vertelt wat voor moois de dag zal brengen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden