Als geen ander kan de mens switchen tussen opoffering en egoïsme

 

De Amerikaan Edward O. Wilson geldt als een van de zwaargewichten van de twintigste-eeuwse biologie. Zijn boek Sociobiology: the New Synthesis uit 1975 zette op de kaart hoe veel menselijk gedrag evolutionair-biologisch is te verklaren. Wilson deed baanbrekend onderzoek naar biodiversiteit en verrichtte monumentale studies van sociale insecten. Hij schreef succesvolle publieksboeken, waarvan twee met een Pulitzer-prijs werden bekroond. 85 is de emeritus-hoogleraar van Harvard inmiddels, maar stilzitten doet hij niet.

Toevalligheden

Zijn jongste boek, The Meaning of Human Existence, is volgens de flaptekst zijn meest filosofische. Inderdaad, en zoals de titel verraadt, gaat het meer over de mens dan zijn andere boeken, waarin vooral insecten de hoofdrol kregen. Verrassend is het niet dat Wilsons filosofie een sterk evolutionair-biologische is. De mensheid is het product van een reeks evolutionaire toevalligheden en heeft geen bedoeling, zo valt al in de eerste pagina's te lezen. Wilson poogt te verklaren waarom de mens is wie hij is: een wezen met complex sociaal gedrag, hoogst intelligent, dat als geen ander dier kan wisselen tussen extreme opofferingsgezindheid en meedogenloos egoïsme. Dat komt, schrijft Wilson, door de bijzondere evolutionaire krachten waaraan de soort mens is blootgesteld. Wilson noemt het 'multi-niveau selectie': Darwins 'natuurlijke selectie' - de overleving van de best aangepasten ten koste van minder aangepasten - op het niveau van het individu, maar óók op dat van de groep. De condition humaine, denkt Wilson, is een continue strijd tussen eigenbelang en groepsbelang.

Eusociaal

Wilsons gedachtengang is interessant. Zijn niet alle oorlogen, heel veel geweld, terug te voeren tot strijd tussen groepen? Toch heeft hij een probleem met zijn multi-niveau selectie. Wilson verklaarde in 2010 in Nature de evolutie van bijen- en mierenvolken, met hun sterke arbeidsverdeling en 'altruïstisch' opofferingsgezind gedrag, vanuit multi-niveau selectie. Volgens Wilsons scenario krijg je zulke zogeheten 'eusociale' samenlevingsvormen als kleine groepjes dieren een nestplaats gaan verdedigen. Zulke groepen beconcurreren elkaar om voedsel, en de best functionerende, want goed onderling samenwerkende groepen overleven. Omdat binnen een groep nou eenmaal wordt gepaard, zijn de leden daarvan verwant.

Dat is lijnrecht tegengesteld aan de standaard 'neo-darwinistische' verklaring voor altruïsme en eusocialiteit: individuen helpen elkaar ómdat zij verwant zijn - zij helpen zo eigen genen verspreiden. Wilson snapt de werking van evolutie niet, schreven 137 evolutiebiologen in Nature.

Curieus in The Meaning of Human Existence is dat Wilson de mens onder de eusociale dieren schaart, en zijpaden bewandelt als de beperkte reikwijdte van menselijke zintuigen. Jammer is zijn vele zinspelen op het ongelijk van zijn evolutionaire tegenstanders. Uiteindelijk ontneemt dat het zicht op de bedoeling van Wilsons boek.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden