De Week in Boeken A.F.Th. van der Heijden

Als er één schrijver is bij wie een museum past, is het A.F.Th. van der Heijden

A.F.Th. van der Heijden krijgt een museum. Wat moeten we daar gaan zien?

A.F.Th. van der Heijden Beeld ANP

Er komt een nieuwe A.F.Th. van der Heijden, uitgeverij Querido meldde het woensdag vol trots. Het is Van der Heijdens eerste roman sinds zijn terugkeer op het oude nest: Querido had ruim dertig jaar Van der Heijdens boeken uitgegeven toen hij in 2009 werd weggekaapt door Robbert Ammerlaan van De Bezige Bij. Maar nu is hij dus terug. De nieuwe roman heet Mooi dood­liggen en is ‘losjes gebaseerd’ op de nooit gepleegde moord op de Russische journalist Arkadi Babtsjenko, afgelopen zomer. Op 15 november ligt hij in de winkel, fijn voor de feestdagen.

Een week eerder was er ook al A.F.Th-nieuws want de schrijver krijgt een museum. Niet in Geldrop, zijn geboorteplaats, maar in Eind­hoven. Het A.F.Th. van der Heijden-huis wordt een ‘hypermodern literair centrum’, schreef het Eindhovens Dagblad, en zal worden gevestigd in de voormalige kloosterbibliotheek van de paters Augustijnen. Die bibliotheek telt 600 vierkante meter en is ‘een uitstekende locatie voor wat wij willen doen’, aldus initiatiefnemers Jos Geevers en Renny de Bruyn van stichting De Tandeloze Tijd. 15 oktober 2021 vinden ze een mooi moment om het museum te openen: dan wordt Van der Heijden 70.

Als er één schrijver is bij wie een museum past, is het A.F.Th. van der Heijden. Een museum is een protest tegen de vergankelijkheid. Het accepteert niet dat voorwerpen vergaan, dat papier verpulvert, dat de dingen in de vergetelheid raken, dat alles stroomt en niets blijft et cetera.

De strijd tegen de tijd die een museum voert in steen, voert Van der Heijden sinds zijn debuut in 1978 in woorden, in omvangrijke romancycli als De tandeloze tijd en de De movo tapes, waarin elk detail wordt vastgelegd en de secondes met een deegroller worden opgerekt tot oneindige lapjes tijd: ‘Want er was een duizelingwekkend bestaan mogelijk, niet ‘in de lengte’, zoals we het gewend waren, maar in de breedte, waar alles sneller verliep, meer in beweging was, geen aardse tijd verloren ging: waar alle gebeurtenissen zich gelijktijdig afspeelden, in plaats van elkaar tijdrovend op te volgen…’, zoals hij in De slag om de blauwbrug schrijft. In zijn roman Kwaadschiks uit 2016 had hij 1.298 pagina’s nodig om één dag uit het leven van zijn hoofdpersoon te beschrijven.

De grote vraag is: wat laat je in zo’n museum zien? Afgelopen zomer was ik met collega Haro Kraak op bezoek bij Bertram Mourits, hoofd Collecties van het Literatuurmuseum in Den Haag. We liepen met hem door de catacomben op zoek naar leuke voorwerpen voor een verhaal, maar dat viel nog niet mee. Er waren wandelstokken, brillen, pennen, een paar flessen wijn, schilderijen. Het knuffelkonijn uit De avonden van Gerard Reve lag er, en natuurlijk de stofzuiger die Simon Vestdijk altijd aanzette als hij zat te schrijven (het was een Nilfisk). Verder vooral manuscripten en brieven.

Uiteindelijk eer je een schrijver het meest door het tonen van zijn werk. Muren vol met pagina’s, dat zou het mooist zijn – De tandeloze tijd alleen al telt er 4.899. Een museum als eindeloos uitdijend universum: ik verheug me erop.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden