Als een vuurbal dwars door grauwsluierregens heen

Boeken die de grenslijn opzoeken waar het menselijk streven in sneven overgaat; verhevigende teksten als een danse macabre, viering en uitdrijving ineen op de wijze van de kunst, met stroomstoten van vervoerende taal: 'Het gaat erom de mensen ervan te overtuigen dat ze in het dagelijkse leven aldoor al op een foute manier worden meegesleept . . . niet door een Sterke Man met verkeerde bedoelingen, maar door de lui die direct naast ze leven, en niks bijzonders om handen hebben. De nietsnutten bevestigen ons in onze eigen neiging tot uitvreten en lamaarwaaien. . . daar schuilt het gevaar. ( . . .) We trekken elkaar naar beneden, de loomheid in. . . de zwaarte. . . de warme modder, waar we nauwelijks nog doorheen kunnen waden. . . We leiden elkaar het collectieve nietsdoen binnen.'

Tegen die neiging werpt A.F.Th., die zijn achternaam Van der Heijden voor de gelegenheid heeft afgeworpen, een dam op in zijn nieuwe roman De Movo Tapes, de kolossale proloog van de cyclus Homo Duplex, die uit zeven delen en een supplement zal gaan bestaan. In 2023 is Tibbolt Satink gestorven, Van der Heijdens hedendaagse Oidipous. In de jaren negentig van de 20ste eeuw heeft Satink, geboren met 'moeilijke voeten' als gevolg van het auto-ongeluk dat zijn moeder kreeg (uitgerekend op een autoloze zondag in 1973), 179 bandjes ingesproken, die hij bij een uitgever deponeerde. Na zijn dood ontfermt een raadselachtig heerschap, dat zich verschuilt achter de codenaam QX-Q-8, zich over de tapes en componeert daar dit verhaal van, onderbroken door zijn eigen bespiegelingen.

Het resultaat is een elektriserend epos, het bewijs dat er binnen de begrenzingen van het artistieke domein wel degelijk gradaties bestaan. In De Movo Tapes danst de taal, vunzig en wonderschoon, in vergelijking waarmee zelfs een tango verbleekt tot een gestileerde variant van de horlepiep: de man leidt, de vrouw heeft te volgen, while the bandoneon gently weeps . . . Kinderspel, geplaatst naast een boek waarin de hele Aarde als een theatrale piste wordt opgevoerd. A.F.Th. doet het voor niet minder dan Shakespeare (en Sophokles, en de Vergilius van de Metamorfosen), die zijn stukken in het Globe Theatre liet opvoeren.

Toen Van der Heijden zijn vorige romancyclus De Tandeloze Tijd (1983-1996) had voltooid, gaf hij te kennen korter werk te willen schrijven. Uit het brievenboekje Gevouwen woorden (2001) bleek echter dat het toch weer een kathedraal ging worden. Dit keer wachtte de schrijver geruime tijd met het publiceren van de openingszet. Wellicht heeft hij lering getrokken uit eerdere ervaringen. De Tandeloze Tijd deel 3a en 3b (1996), verschenen ná deel 4 (1990), waren minder dwingend van opbouw, alsof Van der Heijden uit zijn zelfontworpen korset wilde breken.

De pauze die hij nu in acht nam, heeft hem goed gedaan. Uit onze moerasdelta komt dit flonkerende boek als een menhir tevoorschijn, door geen zuinige scepticus poreus te bijten. A.F.Th. is op stoom gekomen en trekt ten strijde! De god Apollo, want die is het die achter de codenaam huist, moet tegenwoordig met zijn horoscopen langs glossy magazines leuren. De maan, ooit feërieke 'lampion van de liefde', is door toedoen van Amerikaanse astronauten (met hún Apollo) met voeten getreden en sedertdien van haar glans beroofd.

Jaarlijks zwelt de zon vreeswekkend op, onze regen is van hemelwater afwaswater geworden, de Pythia van onze tijd is een meurende vetklep die in een Rotterdams café zijn rebussen zit uit te braken, en Dionysius is in De Movo Tapes een kwijlende baron die met Viagrapillen zijn ver flenste jongeheer vergeefs weer jong en heerlijk tracht te krijgen.

God speelt met ons, maar we kennen hem niet meer, en we vinden het wel best zo. God niet. QX-Q-8 brengt in herinnering dat de evolutie begon door kosmisch rumoer: 'Tegenslag is het toverwoord. . . nog steeds. . . altijd al geweest ook. . . De aarde kreeg het vel over de oren getrokken, en werd daar pas goed wakker van. . . uit veel te vredige dromen.' Er moet weer beweging komen in de lauwe modder die over het ondermaanse ligt uitgestrekt. En aangezien 'het aardse slijkdrama het voor ons altijd wint van het abstracte kosmische toneel', daalt de god in De Movo Tapes af naar Rotterdam, waar in 1997 Tibbolt Satink als een hooligan-adjudant de controverse tussen de voetbalclubs Adam en Erdam wil aangrijpen om op een clash tussen de supportersgroepen aan te sturen.

Dat gevecht (dat denkelijk in Homo Duplex 2, 'Knooppunt Hellegat', zal plaatsgrijpen) maakt deel uit van Tibbolt Satinks gevaarlijke droom: deze gewonde mens wil zijn ingeslapen lotgenoten aanzetten tot een 'Wereldstaking', een met nietzscheaanse woede ontwikkeld idee om van zijn eigen doodsangst af te komen, van de vrees dat die dood, waar de Tijd ons meedogenloos heen stuurt, ons weer naamloos wegvaagt. . . Alles voor niets. 'Een jaar is niet iets rechtlijnigs, het is een labyrint, en daar moeten we schaamteloos van profiteren. Wat voor twaalf maanden geldt, gaat ook op voor een heel mensenleven. Een dwaaltuin kan, mits goed beheerd, een schijn van eeuwigheid verwerven.'

Al Van der Heijdens boeken zijn pogingen om zich van het lineaire juk te ontdoen. Wat zijn hoofdpersonen nastreven, demonstreert hij in zijn taal: die is vol gulzige plastiek en uitgesponnen metaforen, losrakend van de enkele punt die gemeenlijk elke zin met een zweepslag veroordeelt tot stilstand. Vandaar zijn drie-puntjes-stijl, prose in motion, waarin hij is voorgegaan door Couperus, Céline en Hrabal. Vandaar de praattoon van de Tapes, alsof de lezer geen tekst voor zich heeft, maar stemmen tegen zich aan hoort praten, in een spervuur van korte hoofdstukken: dit ís kort werk, maar dan opgenomen in een duizelingwekkend project, dat zowel poëticaal als realistisch is. Als jongeling was Satink assistent in de hoofdstedelijke boekhandel van zijn opa in de Exilstraat (en gelijkend op de nering van Ko van Leest in de Banstraat). Daar hoorde hij op een literaire avond columnisten ouwehoeren: 'Ze kiezen voor kort en puntig, maar dat dan liefst twintig keer per week, in vijf verschillende bladen.' Met een opbrengst zo kaal als het polderland.

Het is duidelijk: zó moet het liever niet, volgens Satink, Apollo en A.F.Th., want op díe manier roep je de zure regen over je af. Dán liever de grote greep van De Movo Tapes: als een vuurbal die onhoudbaar dwars door de grauwsluierregens heen stuitert. 'Vooruit, het weiland in', zoals de welbespraakte Erdamse voetbalcoach Slomp stelt, 'ik wil de modderkluiten en de koeienvlaaien hoog de lucht in zien gaan.'

Satink wil zijn dood uitbesteden aan een ander, hij wil op- en overgaan in 'Movo', en die met zijn sores opzadelen. Dat streven is een constante in Van der Heijdens werk: door verdubbelingen en spiegelingen de engte van één onmachtig mensenleven oprekken, de taal een flamboyante zwieper geven, de zieke wereld een adrenaline-injectie toedienen die er niet om liegt, om zo boeken te kunnen schrijven die van een auto-ongeluk, van een voze Lederhosen-pornofilm en van de ontgroening van een Hell's Angel (dat wil zeggen: een lid van de afsplitsing Heaven's Devils, alles in duplo, weet u wel), wiens mooie kop in een hete frituurpan wordt gehouden, bloedstollende evenementen maken die kunnen wedijveren met de strapatsen van de goddelijke brokkenmakers uit de antieke mythen.

In deze vakkundig onderhouden dwaaltuin strijden smerige taferelen met verheven overpeinzingen om de eer - waarbij het nu juist gaat om de vonken die over en weer springen. Dat is andere koek dan de stramme wichelarij van Harry Mulisch. Satink: 'Het Ik koestert diep in z'n hart de gedachte dat het niet stuk kan, en nooit zal sterven. Het is geen hoop, maar een angstig soort overtuiging, gepaard met diarree.' Het is alsof we Mulisch horen ('Ik zal nooit ''Ik ben dood'' kunnen zeggen, dus ben ik onsterfelijk, haha'), zij het dat die zijn diarree achter een pijprookgordijn verdonkeremaant. Satink gaat verder: 'De planeet aarde is één groot krioelend kerkhof - over een roerloze dodenakker heen. Een bolvormige necropolis voor de doden en de levenden. Levenden zijn doden in de maak. . . doden zijn geperfectioneerde levenden. . .' Het gaat er niet om halt te houden vóór de dood, het gaat erom te bewegen op de overgang. Om alle tegenslag te bundelen en een vuist te maken tegen die Ene onbekende Speler. Om niet met neerhangend hoofd te berusten in de relativiteit. Opdat de logge poten van een geboren antiheld kunnen opzwellen tot heroïsche stampers. Zijn stappen zullen nog lang nadreunen.

Kortom: borsalino, baseballcap, bivakmuts áf: met de handen rauw geklapt in een staande ovatie, biddend om een encore, kijken we uit naar Moeilijke voeten, Homo Duplex 1. Heimelijk hopend dat aan dit project géén einde komt.

A.F.Th.: De Movo Tapes - Een carrière als ander (Homo Duplex 0).
Querido; 715 pagina's; en euro; 27,50.
ISBN 90 214 5012 7.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden