Recensie Als een vos

Als een vos is een geslaagde biografie over dubbelzinnig denker Machiavelli (vier sterren)

Niccolò Machiavelli heeft zijn reputatie niet mee; nog altijd hangt er een luchtje om de auteur van Il Principe. In een geslaagde biografie neemt politiek filosoof Erica Benner de man in bescherming.

Beeld Martyn F. Overweel

Stalin was stalinist, Mao maoïst, Freud freudiaan. Maar Machiavelli was allesbehalve machiavellist – een constatering die de Britse dichter T.S. Eliot al in de jaren twintig deed. Toch blijft om deze Italiaanse denker een luchtje hangen. Alleszins begrijpelijk. Wie voortleeft in een weinig complimenteus epitheton deugde vast zelf ook niet.

Hoe onterecht dit imago is, wil politiek filosoof Erica Benner aantonen in Als een vos. Haar drijfveer: greep krijgen op de ‘grootmeester van de dubbelzinnigheid’ – de belangrijkste reden waarom hij volgens haar zo vaak is misverstaan. In het voorwoord wijst ze erop dat Machiavelli in eigen tijd geen roem vergaarde als politicoloog, maar als ‘briljant’ toneelschrijver. Hij droeg graag ‘meerdere maskers’, sprak met verschillende stemmen. Toch was hij, schrijft ze, geen kameleon. ‘Integendeel, niemand stond zozeer voor waar hij in geloofde als hij.’

Benner is niet de eerste hedendaagse kenner die de man in bescherming neemt tegen zijn reputatie. Biografen als Maurizio Viroli (De glimlach van Niccolò, 2003) en Miles J. Unger (Machiavelli  Een biografie, 2012) gingen haar voor. Het maakt dit nieuwe boek niet minder de moeite waard.

Als een vos  Machiavelli’s levenslange zoektocht naar vrijheid

Erica Benner

Uit het Engels vertaald door Arian Verheij.

Athenaeum-Polak & Van Gennep;

431 pagina’s; € 29,99.

Cover van Als een vos. Beeld APvG

Goddank gaat Benner uit van de lezer. Ze weet haar details te kiezen, laat niet méér personages opdraven dan noodzakelijk is, parafraseert er onbekommerd op los, springt vrijmoedig om met de chronologie. Soms balanceert ze op het randje. Zo maakt ze gebruik van dialogen (gebaseerd op originele bronnen, netjes verantwoord in de noten) om ‘de hoofdpersoon levensecht neer te zetten’. Omdat het werkt, vergeef je het haar graag.

Niccolò Machiavelli (1469-1527) was telg uit een oud Florentijns geslacht van landeigenaren dat behoorde tot het popolo grasso, de gegoede bourgeoisie. Niettemin zou vader Bernardo, jurist van beroep, zijn leven lang gebukt gaan onder belastingschulden. Daardoor verspeelde hij het recht op een bestuursfunctie; hij onderhield zijn gezin van de pachtopbrengsten van een handvol boerderijen.

Volgens Benner was diens uitstekend opgeleide oudste zoon zich al vroeg bewust van de bescheiden status van zijn familie, maar vastbesloten zich niet door de grandi te laten intimideren. Gestaag wist hij carrière te maken in de Florentijnse ambtenarij.

Instabiel zou een te tamme term zijn om het tijdperk te typeren waarin Machiavelli leefde. Italië bestond uit een bonte verzameling stadsstaatjes die, zacht gezegd, nog niet op het idee waren gekomen om samen te werken. En dat terwijl ze voortdurend te maken kregen met invasies van buitenaf. Een uiterst gewelddadig tijdperk ook. Verkrachting, foltering, plundering, lijfstraffen, executies – het was verbijsterend normaal.

Machiavelli’s hoogtijdagen vielen in de achttien jaar van de zogeheten Florentijnse Republiek, ‘gebouwd op goede bedoelingen, doortrokken van menselijke zwakheden’. Maar toen de Medici’s (‘quasimonarchen’) in 1512 wederom de macht grepen werd hij ontslagen, gevangengezet en – uiteraard – gemarteld. ‘Mij stond van heel dichtbij de dood voor ogen’, zou hij dichten, ‘een vale gestalte, zwaaiend met zijn zeis.’ Geluk bij een ongeluk: drie weken later werd een Medici-telg tot paus verkozen, als eerste Florentijn. Leo X kondigde meteen een algehele amnestie af in zijn geboortestad.

De jaren die volgden bracht Machiavelli hoofdzakelijk door op het kleine familielandgoed in het gehucht Sant’Andrea in Percussina, ten zuiden van Florence. Mét zijn temperamentvolle vrouw Marietta en een groeiend kindertal. ‘Fysiek voel ik me goed’, schreef hij aan een neef, ‘maar voor de rest allerminst.’ Hij doodde zijn tijd met de pachters, met lezen, met triktrakken in de dorpsherberg. En hij zette zich aan wat zou uitgroeien tot zijn beroemdste werk: Il Principe, meestal vertaald als De heerser. Het boek circuleerde tijdens zijn leven alleen in manuscript. Net als de veel omvangrijker Discorsi zou het pas na zijn dood in druk verschijnen (en tot 1890 op de Vaticaanse index blijven staan).

In De heerser lijkt hij vol bewondering voor Cesare Borgia (1475-1507), hertog van Valentinois. Het lijkt alsof hij deze extreem wrede pauszoon ten voorbeeld stelt. Benner bestrijdt dat. Machiavelli beheerste volgens haar ‘de kunst van de ironische tweestemmigheid’. En wie dat kan, schrijft ze, kan een keizer recht in de ogen kijken, luidkeels de loftrompet steken over diens prachtige zijden gewaden en tegelijk fluisteren: je staat in je blote kont.

Voor Machiavelli, betoogt ze, was Borgia juist ‘het toonbeeld van een ondermaats heerser’. Hij moest het immers hebben van de fortuin, leunde te veel op andermans geld, familierelaties en wapens, het ontbrak hem bovenal aan virtù: langetermijnvisie, moed, doortastendheid. Zo’n type komt weliswaar snel aan de macht, maar houdt op de lange duur geen stand. In wezen pleit de ‘zachtere stem’ in het boek voor Machiavelli’s levenslange droom: een vrije, democratische, republikeinse staatsvorm.

Vergeten raakte Machiavelli in zijn nadagen niet. Op zeker moment had hij zelfs een schare jonge bewonderaars om zich heen met wie hij als een Socrates ‘tuingesprekken’ voerde, én een piepjonge maîtresse. Ook nam hij een oude hobby weer op, de toneelschrijverij, met immens succes. Bovendien kreeg hij de eervolle opdracht om de geschiedenis van Florence te schrijven. Toch liet hij volgens een van zijn zonen het gezin ‘in diepe armoede’ achter.

Aan het slot parafraseert Benner wat Machiavelli over roem opmerkte in de Discorsi. ‘De meeste mensen meten als ze jong zijn het succes van hun leven af aan de lof die ze ontvangen van hun tijdgenoten. Maar naarmate ze ouder worden gaan ze zich afvragen of ze ook dingen hebben gedaan waar men na hun dood nog aan terug zal denken.’ En hoe kun je beter beklijven dan door het schrijven van boeken, gedichten en toneelstukken vol diepe inzichten, die mensen van alle tijden aanspreken?

Het is hemzelf in de bijna zes eeuwen die sindsdien zijn verstreken glansrijk gelukt.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden